Universiteit Leiden

nl en

Voorzitter en griffier UR moeten het goed kunnen vinden met elkaar (Stem nu! Het kan nog)

Pieter Krol en Ard Weeda – respectievelijk Voorzitter en Griffier van de Universiteitsraad – hebben iets belangrijks gemeen: ze nemen geen stelling in de soms heftige vergaderingen van de UR. Verder zijn hun rollen heel verschillend, vertellen ze. Tot 19 april kunt u nog universitair stemmen.

Leiden heeft een ongedeelde Universiteitsraad, dat wil zeggen dat personeel en studenten beiden vertegenwoordigd zijn in dit medezeggenschapsorgaan  ‘Personeel en studenten vormen immers samen de universitaire gemeenschap’, zegt Krol. Al jaren is het gebruikelijk dat de voorzitter van de Raad een student in de afstudeerfase is. Dat is echter geen vereiste.

Pieter Krol
Voorzitter Pieter Krol houdt van een stevig debat in de Raad.

Klinisch psycholoog

Pieter Krol is inmiddels drieënhalf jaar voorzitter, en in 2015 afgestudeerd als psycholoog. In zijn studententijd was hij als lid van de Universiteitsraad namens de Christelijke Studentenfractie Leiden (CSL) en solliciteerde van daaruit naar de functie van voorzitter. ‘Die route is niet verplicht maar het helpt wel dat je al bekend bent met hoe de Raad functioneert, en dat je de meeste mensen met wie je te maken krijgt al kent: de raadsleden, het college van bestuur en de ambtenaren. De overgang van lid van de Raad naar voorzitter is best groot, al vond ik die overgang niet lastig. Ik was me zeer bewust van de totaal andere rol die ik had.’

Overigens moet de Universiteitsraad op zoek naar een nieuwe voorzitter. Krol begint op 1 mei als secretaris van het faculteitsbestuur van Sociale Wetenschappen. Tot de zomer combineert hij die functie met zijn werk als UR-voorzitter.

Neerlandicus met neus voor lastige teksten

Ard Weeda is beroepsgriffier, kun je stellen. Hij is ook ambtelijk secretaris van de medezeggenschapsraad en opleidingscommissie van Hotelschool The Hague, en werkte ook in die hoedanigheid bij andere organisaties, zoals de Hogeschool Leiden en Bevolkingsonderzoek Zuid-West. De functie van griffier is vergelijkbaar met die van ambtelijk secretaris, vertelt hij. ‘De griffier maakt, net als de ambtelijk secretaris, natuurlijk de verslagen, maar je gaat ook over het budget, bijvoorbeeld dat voor de catering bij vergaderingen en de opleiding van nieuwe leden. Daarnaast heb je organisatorische taken en adviseer je de Raad op beleidsmatige en inhoudelijke punten.’

Weeda  studeerde Nederlands – in Leiden – en kwam daarna terecht bij het ministerie van VWS (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), bij een bestuursorgaan dat uitkeringen regelde voor vervolgingsslachtoffers burgeroorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Die baan had een sterk beleids-juridische inslag en dat lag Weeda wel. ‘Misschien heb ik mijn roeping gemist en had ik rechten moeten gaan studeren. Ik kan goed beleidsmatige en juridische teksten lezen en uitleggen wat wordt bedoeld.’ Een handige vaardigheid voor een griffier, want er moeten geen misverstanden zijn over wetten en regels.

Verbindende rol

Naast voorzitter van de UR is Krol in Leiden raadslid voor de ChristenUnie. Een grote, belangrijke klus naast je werk, stelt hij zelf. Krol noemt zijn opleiding wat atypisch voor het voorzitterschap van de Raad. ‘Bestuurskunde of politicologie ligt misschien meer voor de hand.’ Maar een goede kijk op mensen is toch ook zeer bruikbaar? ‘Ja, dat is zeker zo.’

Krol vindt het voorzitten het leukst als de Raad onderling stevig met elkaar in debat is ‘De verschillen maken het werk interessant. Mijn rol als voorzitter wordt in die situaties ook bepalender. Anders dan je misschien zou verwachten loopt de discussie dwars door de personeels- en de studentgeleding heen. ’Ik vind het mooi als het lukt om ondanks die verschillen tot een breed gedragen standpunt van de Raad te komen. Dat betekent dat ik een verbindende rol speel.’ De voorzitter bemoeit zich daarbij uitsluitend met het proces, en niet of nauwelijks met de inhoud.

Ard Weeda
Griffier Ard Weeda kan goed beleidsmatige en juridische teksten lezen.

Nooit op ramkoers

In Leiden is sprake van een harmonieuze samenwerking met het college van bestuur en daar hoort geen ramkoers van de ene of de andere partij bij. Maar het knettert toch wel eens?  Jazeker. Maar dan gaat het om inhoudelijke meningsverschillen, die door overleg worden opgelost. Desgevraagd komen de heren met het voorbeeld van onenigheid over de model-OER, de model-Onderwijs- en Examenregeling. Iedere opleiding heeft zijn eigen OER, maar een aantal zaken dient voor alle opleidingen hetzelfde te zijn geregeld. Dat deel wordt centraal vastgelegd door het college van bestuur in de model-OER. De Universiteitsraad heeft er instemmingsrecht op.
De model-OER voorziet onder meer in de geldigheidstermijn voor gehaalde tentamens. Rechten had tot een paar jaar terug ook de regel dat de bachelor in vier jaar gehaald moest zijn. De Raad vond dat op gespannen voet staan met het stellen van een geldigheidstermijn voor tentamens. Het meningsverschil hierover met het college van bestuur leek een tijd onoverbrugbaar. Er kwamen gesprekken met de faculteit en de vicerector. Spannende tijden waren het, waarbij Krol als voorzitter alles uit de kast moest halen. Maar zenuwachtig was hij nooit, hij genoot. Uiteindelijk kwam het tot een compromis: nog twee jaar de beperkte termijn voor het afronden van bachelor, daarna werd die geschrapt.

Goede balans

Krol en Weeda kunnen het goed vinden met elkaar, en dat moet ook, zeggen ze. Ze zijn als het ware de twee kanten van een balans. Krol: ‘Ik ben meer de pragmaticus die flexibel probeert te opereren binnen de gestelde kaders en afspraken, Ard is de ambtenaar die de grenzen en de procesgang bewaakt.’ Beiden benadrukken ze ook het belang het informele contact met raadsleden om te peilen hoe de vlag erbij hangt. Want soms is het handig om van te voren te weten uit welke hoek de wind gaat waaien. Ook daarin trekken ze samen op.

Samen zijn ze best machtig. Zijn ze nooit in de verleiding om die macht te gebruiken? ‘Néé’, klinkt het eensgezind. ‘Dan ben je dit werk niet waard.’

Meteen stemmen

De UR kent meestal zeven vergadercycli per jaar. Een cyclus bestaat uit:

  1. Overleg van de fractievoorzitters, in aanwezigheid van Voorzitter en Griffier. Hier wordt de agenda bepaald. Punten worden ingebracht door het College van Bestuur en de Raad. Doorlopend het jaar zijn er vaste punten, zoals de begroting in december en de Kadernota in mei. Een groot deel van de agendapunten betreft voorgenomen beleid.
  2. Commissievergaderingen: omdat het werk goed te verdelen over de raadsleden zijn de verschillende onderwerpen ondergebracht in commissies. Het gaat om: a) Financiën en huisvesting, b) Personeel-, studentenzaken en internationalisering c) Onderwijs en onderzoek (dit is meestal de grootste). In de commissievergaderingen gaan de commissies in overleg met de bij de diverse onderwerpen betrokken ambtenaren. De commissievergadering is een technisch overleg: het gaat alleen om verduidelijking van de onderwerpen, meningen en standpunten blijven, als het goed is, nog achterwege. De commissies brengen advies uit aan de Raad.
  3. Vergadering van de Universiteitsraad. Op basis van de adviezen van de commissies tracht de Raad voor ieder onderwerp een voorlopig, gezamenlijk standpunt in te nemen. Als er geen bedenkingen zijn bij bepaalde agendapunten, neemt de Raad al een (positief) besluit. Andere bespreekpunten worden meegenomen naar de Overlegvergadering van de Raad met het College van Bestuur.
  4. Overlegvergadering. Op basis van de (voorlopige) standpunten gaat de Raad in deze vergadering in gesprek met het College om uiteindelijk tot een definitief standpunt te komen.
  5. Hierna schrijft de voorzitter met behulp van de griffier de adviezen, besluiten en reacties en stuurt deze naar het College van Bestuur. Na een tijdje begint dan de volgende cyclus op dezelfde manier.

(CH)

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie