Universiteit Leiden

nl en

Hoe vertel je het verhaal van prinsessen uit de achttiende eeuw?

Historicus Joost Welten schreef het boek 'De vergeten prinsessen van Thorn'. Hiervoor analyseerde hij vele duizenden handgeschreven brieven uit de achttiende eeuw, vooral in het Duits en Frans. Zijn persoonlijke missie: het dagelijks leven van deze adellijke dames met academische nuance in kaart brengen én inzichtelijk maken voor een breed publiek. Welten: ‘Dat laatste vind ik zelf de grootste uitdaging’.

Een intrigerende maar onbekende geschiedenis

‘Het begon allemaal toen ik dertien was’, vertelt Welten. ‘Tijdens een schoolreisje zouden we het plaatsje Thorn bezoeken. Een dorp vol monumenten, zo’n vijftien kilometer fietsen van onze school. Eenmaal daar aangekomen bleek het museum gesloten. Ook de kerk was dicht, het plaatsje uitgestorven. We hebben daar zo’n twintig minuten rondgelopen, waarna onze leraar besloot om weer terug te fietsen. Maar de sfeer in dat bijzondere stadje is me altijd bijgebleven. Het was duidelijk dat deze plek een intrigerende, maar nog onbekende geschiedenis kende.

Het plaatsje Thorn

Tientallen jaren later in 2015 – ik was inmiddels historicus en onderzoeker – bezocht ik Thorn opnieuw. Ik kwam erachter dat er weinig onderzoek naar het plaatsje was gedaan en besloot om zelf op onderzoek uit te gaan. Ik begon in de archieven van het stift Thorn die in Maastricht liggen. Daar vond ik de bouwtekeningen van het paleis van de vorstin-abdis, plus dikke pakketten brieven over de bouw ervan. Daarmee kon een reconstructie worden gemaakt van hoe het eruit moet hebben gezien, zowel van de buitenkant als van de binnenkant.

Een reconstructie van de salon uit het interieur van paleis van Cunegonda van Saksen, de laatste vorstin-abdis van Thorn

Dankzij die correspondentie werd me duidelijk dat Cunegonda van Saksen, de laatste vorstin-abdis van Thorn, zich intensief heeft bemoeid met haar paleis in Thorn en daar veel heeft verbleven. Volgens het gangbare beeld zou zij juist geen eigen hof hebben gehad, niet hebben geïnvesteerd in haar paleis en zelden in Thorn zijn geweest. Zij zou geen zelfstandige rol hebben gespeeld maar altijd bij haar broer, de keurvorst van Trier, hebben gewoond. Dat blijkt een negentiende-eeuwse mythe te zijn, toen vrouwen geen eigen plek in de geschiedenis mochten innemen.

Toen ik me realiseerde dat er dus een echt hofleven in Thorn was, ben ik op zoek gegaan naar schriftelijke sporen van zowel Cunegonda van Saksen als van de andere vrouwen van hoge adel die daar in de achttiende eeuw verbleven. Uitgerekend van deze vrouwen is relatief veel correspondentie bewaard gebleven.’

Een van de grootste privéarchieven ter wereld

‘Bovendien had ik geluk. Uitgerekend in de afgelopen jaren is veel archiefmateriaal ontsloten, voor een deel zelfs op internet. Het privéarchief van Xavier van Saksen, de broer van Cunegonda, dat ongeveer honderdduizend brieven bevat, staat bijvoorbeeld online. Via de brieven van Cunegonda met Xavier en andere broers en zussen is het privéleven bijna van week tot week te volgen.'

Joost Welten aan het werk in het Algemeen Rijksarchief in Brussel

'Van het archief Merode – het op één na grootste familiearchief in België – is in 2014 een inventaris verschenen. Daardoor is dat archief ontsloten, dat in het Algemeen Rijksarchief in Brussel berust. In de 14.000 inventarisnummers bevindt zich veel correspondentie van en over vrouwen uit die grafelijke familie die in de achttiende eeuw in Thorn woonden. In beginsel schreven de vrouwen over alles: over hun reizen door Europa, over dansfeesten of dat ze op zoek waren naar geld om hun schulden te betalen.

Ook bij het archief van de familie Salm Salm had ik geluk. Dat archief bevindt zich nog in privébezit in Slot Anholt in Nordrhein Westfalen, Duitsland. Dat immense familiearchief is nog nauwelijks geraadpleegd voor onderzoek. In de zomer van 2017 ben ik daar voor het eerst, min of meer op de bonnefooi, naartoe gegaan, want ik wist niet wat ik er zou aantreffen. Ik wist alleen dat er prinsessen van Salm Salm in de achttiende eeuw in Thorn woonden. Pas ter plekke kon ik inventarissen inzien, die lang geleden met de hand zijn geschreven, in het lastig leesbare Kurrentschrift. Maar toen ik eenmaal stukken had aangevraagd, kwam de ene schat na de andere tevoorschijn: allemaal dikke bundels met privébrieven van vrouwen uit de achttiende eeuw, die nog nooit waren bestudeerd.’

‘Het zogenaamde Kurrentschrift is de geschreven vorm van het Duits in de vroegmoderne tijd. Handschriften uit de achttiende eeuw zijn meestal gemakkelijk leesbaar (althans in het Nederlands of Frans), maar documenten lezen in het Kurrentschrift vergt enige oefening’.

Veel informatie verwerken met digitale technieken

‘Het grote voordeel van het digitale tijdperk is, dat dossiers integraal te fotograferen of scannen zijn. Daardoor is niet alleen mogelijk om veel meer informatie te verwerken dan voorheen, maar kan die informatie ook veel fijnmaziger worden geanalyseerd. Een vorige generatie onderzoekers moest de documenten ter plekke, in het archief, lezen en meteen beslissen of informatie relevant was voor het onderzoek of niet. Daarvan maakten ze een aantekening en alle andere informatie ging verloren. Maar juist om netwerken in kaart te brengen en om zicht te krijgen op het dagelijks leven, zijn de ogenschijnlijk irrelevante details belangrijk. In de afgelopen jaren heb ik elke dag een paar uur vertoefd in  mijn eigen digitale archief. Bij ieder detail dat ik tegenkwam noteerde ik om wie het ging en wanneer het zich afspeelde. Op die manier werd het mogelijk om verhaallijnen rondom personen te reconstrueren. Zo kwam ik er bijvoorbeeld achter dat vrouwen – vaak weduwen – voor de continuïteit in adellijke families zorgden, door de uitgebreide netwerken die ze al brief schrijvend onderhielden. Maar ook dat die vrouwen hun zangvogels melodietjes leerden zingen met behulp van een muziekdoos. De kleinste details krijgen betekenis. Ik ben systematisch te werk gegaan met enorm veel basismateriaal. Kennis van meerdere talen is essentieel om dit soort onderzoek te doen. Veel stukken zijn in het Duits en Frans geschreven, sommige in het Italiaans, Latijn of Nederlands. Kennis van die talen is nodig om dit soort onderzoek te kunnen doen.’

Een boek waarin vrouwen centraal staan

‘We weten niet veel over het leven van vrouwen in de achttiende eeuw, want er zijn weinig bronnen die dat beschrijven. Een vrouw kon geen militaire functie bekleden en evenmin een functie in het staatsapparaat. Alleen in bijzondere situaties kon zij ondernemer worden. Doordat er voor vrouwen nauwelijks een plek was in het openbare leven, is er weinig over hen vastgelegd. Maar aan de hand van deze briefwisselingen is er toch veel informatie terug te vinden. In dit boek heb ik de vrouwelijke pendant blootgelegd van de mannelijke wereld van veldheren en staatsmannen. Uit mijn onderzoek komen deze vrouwen naar voren als zelfbewuste personen die belezen zijn, die muzikaal zijn en die brede interesses hebben. Daarom heb ik voor dit boek een vorm proberen te vinden waarin die vrouwen centraal staan.

Het onderzoek heeft ook impact op de museumwereld, want we weten nu dat op bepaalde schilderijen in musea heel andere mensen staan afgebeeld dan werd gedacht. De gegevens uit de catalogi klopten niet met de gegevens uit het beeldonderzoek, dat ik samen met mijn vriendin Lena Reyners heb uitgevoerd. Dankzij ons speurwerk kunnen de gegevens over herkomst van deze portretten van musea worden bijgesteld.

Ook krijg ik van andere musea  verzoeken om hun te adviseren bij tentoonstellingen over adel uit die tijd. Dan probeer ik mee te denken over manieren waarop de geschiedenis op een visuele manier verteld kan worden, zonder veel tekst.’

Missie volbracht?

‘Ik zou dit boek graag in Duitsland willen laten uitgeven. Het boek gaat tenslotte vooral over het leven van Duitse adellijke families. Het boek is ook vlotter geschreven dan Duitse wetenschappelijke werken. Die leesbare stijl kennen de Duitse academici nauwelijks. Daarom heb ik de stichting ‘De vergeten prinsessen van Thorn’ opgericht om de Duitse vertaling te financieren. Volgens mij leest de Duitse bevolking ook  graag over die periode, die niet besmet is zoals de twintigste eeuw dat is.

Cunegonda van Saksen, een van de hoofdpersonen uit mijn boek, zong in 1763 een van de hoofdrollen bij de première van de opera Talestri. Koningin der amazonen, die was geschreven en gecomponeerd door haar schoonzus Maria Antonia van Beieren. Bij de boekpresentatie van De vergeten prinsessen van Thorn zijn hier enkele aria’s van uitgevoerd, iets wat in Nederland nog nooit eerder gebeurd was. Dat is door de uitvoerenden – onder leiding van Korneel Bernolet – en het publiek zo enthousiast ontvangen dat er nu plannen zijn om de hele opera uit te voeren en op CD op te nemen. Het zou natuurlijk geweldig zijn als er uit dit onderzoeksproject een echte opera voortkomt; dat had ik nooit kunnen bedenken.’

 

Nathalie Borst
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie