Universiteit Leiden

nl en

Hoe gaan we om met oplopende spanningen? ‘De keuze is vechten of praten’

‘Een moslim en een jood in het huis van God.’ Zo introduceerde historicus Nadia Bouras het gesprek met haar collega Sara Polak in de Leidse Hooglandse Kerk. Ze bespraken de oplopende spanningen vanwege de oorlog tussen Israël en Hamas. ‘Durf elkaar vragen te stellen.’

Hoe raakt het conflict tussen Israël en Hamas de Nederlandse samenleving? Over die vraag gingen de twee Leidse wetenschappers op 3 februari in gesprek met elkaar, met interviewers Abeltje Hoogenkamp en Sebastiaan Tijsterman, en na afloop met de vele bezoekers. Bouras is historicus en werkt bij het Instituut voor Geschiedenis. Polak is Amerikanist bij het Centre for the Arts in Society. Ze vertelden hoe ze met het conflict omgaan - als docent en als wetenschapper, maar vooral als mens.

Boos of bang

Bouras en Polak spreken regelmatig met elkaar, met andere collega’s en vrienden over de strijd tussen Israël en Hamas. Dat doen ze ook in hun werkgroepen en colleges. Bouras: ‘Op de maandag na 7 oktober informeerde ik meteen in mijn college wat de terroristische aanval met studenten deed. Toen en nog steeds merk je: studenten zijn soms boos, of bang. Het is goed om dan te bespreken waar dat gevoel vandaan komt. Dat onderzoeken en achterhalen hoort erbij op een universiteit. Elkaar beschuldigen van racisme of antisemitisme hoort daar dus niet – zodra dat gebeurt, is het niet meer mogelijk om open te staan voor elkaar. Die beschuldigingen worden nu te snel geuit.’

Polak viel haar bij: ‘Er zijn partijen die zo overtuigd zijn van hun eigen gelijk dat ze geen overleg willen. Maar als je niet praat, ga je vechten. Dat is de keuze. Wij kiezen voor praten.’

Ook het publiek in de Hooglandse Kerk stelde diverse vragen.

Debat vermijden

Bouras en Polak vinden beiden dat er op de universiteit te verkrampt wordt gedaan over het conflict. Angst dat er verkeerde dingen worden gezegd, waardoor mensen zich onveilig kunnen voelen, weerhoudt velen van het debat, aldus de twee. En dat terwijl de universiteit bij uitstek de plek is om vooral veel vragen te stellen. Juist academici zoals historici zijn daartoe goed in staat, zo stelden ze. Polak: ‘De universiteit kijkt te veel vanuit veiligheid, terwijl wij als academici juist het debat willen opzoeken en stimuleren, en ook in goede banen kunnen leiden. Vooral door het stellen van vragen.’ Bouras merkte op: ‘Universiteiten mogen wat mij betreft uit solidariteit ook stelling nemen tegen de verwoesting van de gehele academische infrastructuur in Gaza.’

'We moeten opkomen voor mensenrechten van álle betrokkenen'

Opkomen voor mensenrechten

Beiden voeren in hun woonplaats Amsterdam ook gesprekken over het conflict. Daar vergeleek iemand de situatie met Ajax-Feijenoord: je bent óf voor de een, óf voor de ander, en háát de tegenstander. Bouras trekt de voetbalmetafoor door: ‘We falen met elkaar als scheidsrechter. We moeten opkomen voor mensenrechten van álle betrokkenen. Je kan niet de terreurdaad van Hamas veroordelen én onvoorwaardelijk steun verlenen aan de massaslachting in Gaza.’

Ze schetsten beiden hoe zij al in hun jeugd te maken kregen met de tegenstellingen in het Midden-Oosten. Polak: ‘Mijn grootouders wilden na de oorlog niet naar Israël, maar juist in Nederland blijven. Maar het idee dat er daar een veilige plek voor joden was, was voor hen wel belangrijk.’ Bouras is van Marokkaanse komaf. ‘Thuis luisterden we altijd naar Fairuz, die strijdliederen zong over Palestina.’

Vredesbeweging

De twee onderzoekers zijn het erover eens dat het geen religieus conflict is, maar een machtsconflict, hoewel geloof er vaak bij betrokken wordt. Polak: ‘Ik ben joods, maar niet religieus en geen voorstander van de huidige politiek in Israël. Ik herinner me de moord op toenmalig Israëlisch premier Yitzhak Rabin – die was uit op vrede en werd vermoord door een orthodoxe jood. Mijn moeder zei toen al: ‘Nu komt het nooit meer goed daar.’ Bouras memoreerde dat veel slachtoffers van de op 7 oktober aangevallen kibboetsen actief waren in de vredesbeweging in Israël. ‘Die vredesbeweging is hierdoor zwaar getroffen, maar ze bestaat nog wel.’

Gezamenlijke waarden

Ook Polak gaf aan dat er grote verschillen zijn binnen de joodse gemeenschap. ‘Dus als iemand zegt “ik spreek namens de joodse gemeenschap”, denk ik heel vaak: nou, niet namens mij. Dankzij mijn naam word ik heel vaak aangesproken op mijn joods-zijn. Ik kreeg als kind al geen ham op mijn brood als ik bij vriendinnetjes at – dat at ik wel - maar zij vulden dat voor mij in. Ik wil zélf mijn standpunt bepalen. Voor mij betekent ‘Nooit meer Auschwitz’ nooit meer schending van mensenrechten voor alle mensen, inclusief Palestijnen. Juist op dat soort waarden zouden we elkaar moeten kunnen vinden.'

Tekst: Minke Holleman
Foto's: Marc de Haan

Het gesprek was een initiatief van de Hooglandse Kerk die op zaterdagen de laagdrempelige en gratis toegankelijke serie bezinningsbijeenkomsten Kamervragen organiseert.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.