Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Archeologie

De oceaan kennen betekent leven met onzekerheid

Nu de zeespiegel stijgt en klimaatverandering versnelt, wordt kennis over de oceaan om ons heen steeds belangrijker. Maar hoe wordt deze kennis tot stand gebracht en hoe kunnen we deze het beste gebruiken om ons voor te bereiden op de toekomst? Om antwoorden op deze vragen te vinden, bestudeert Jackie Ashkin het dagelijkse werk van oceaanwetenschappers van dichtbij.

Jackie Ashkin. Photo: Suédy Mauricio.

Jackie Ashkin is promovendus aan het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) en heeft een achtergrond in antropologie. Ze bestudeert hoe de oceaan wordt onderzocht en hoe onze kennis daarover wordt opgedaan, gedeeld en gebruikt, met daarbij speciale aandacht voor computermodellen van de oceaan. Haar doctoraatsproject maakt deel uit van Fluid Knowledge, een onderzoeksproject gefinancierd door de Europese Commissie en geleid door Sarah de Rijcke, lopend van 2019 tot 2025. Het project had tot doel beter inzicht te krijgen in hoe het domein van de oceaanwetenschap zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld, hoe het dagelijkse werk van oceaanwetenschappers eruitziet en hoe dit vakgebied door wetenschapsbeleid wordt beïnvloed.

Stijgende zeespiegel

De uitgestrekte oceaan lijkt misschien ver weg, maar mondiale gebeurtenissen zoals de stijging van de zeespiegel kunnen zeer lokale gevolgen hebben. Zo kan het smelten van ijs op Antarctica door zwaartekrachteffecten invloed hebben op de zeespiegel in Europa. In Nederland, waar een kwart tot een derde van het land onder zeeniveau ligt, is dit van groot belang. De vraag is: hoe bestudeer je iets dat zo groot is als de oceaan? Om deze voor mensen moeilijk toegankelijke plekken te onderzoeken, zijn oceaanwetenschappers sterk afhankelijk van computermodellen.

Maar deze modellen zijn niet neutraal. In haar onderzoek probeert Jackie inzicht te krijgen in de verschillende factoren die een rol spelen bij het maken van de modellen, zoals wie ervoor betaalt, wie de tijd heeft om eraan te werken, op welke gegevens ze zijn gebaseerd en wie over de benodigde infrastructuur beschikt om ze te gebruiken.

Moerasland langs de Nederlandse kust. Foto: Jackie Ashkin.

Wanneer sensoren in de modder verdwijnen

Oceaanwetenschap werkt anders dan veel andere wetenschappelijke disciplines: in plaats van stap voor stap voort te bouwen op gevestigde kennis, begint men vaak vanuit een situatie waarin nog maar weinig bekend is. ‘In veel vakgebieden is het zo: dit is wat we weten, en hier is nog een gat’, legt Jackie uit, ‘terwijl oceaanonderzoek vaak begint met het tegenovergestelde: dit is alles wat we niet weten, en dit is het kleine plaatje dat we hebben kunnen samenstellen.’ Een van de redenen hiervoor is hoe moeilijk het is om gegevens te verzamelen in de oceaan–of in kustgebieden, waar Jackie zich op richt.

Onderzoek naar de kust doen is moeilijk, maar het is nog veel moeilijker als je niet het geld hebt om elke twee weken iemand op pad te sturen om een sensor schoon te maken.

Sensoren die aan de Nederlandse kust worden geplaatst, raken bijvoorbeeld snel bedekt met modder en moeten regelmatig worden schoongemaakt. De onderzoeksomstandigheden zijn dus erg belangrijk, zegt Jackie. ‘Onderzoek naar de kust doen is moeilijk, maar het is nog veel moeilijker als je niet het geld hebt om elke twee weken iemand op pad te sturen om een sensor schoon te maken. En dat is bij goed weer.’ Als gevolg daarvan is wat er wordt gemeten en welke gegevens uiteindelijk in computermodellen worden gebruikt niet enkel een wetenschappelijke kwestie, maar wordt het ook bepaald door de materialiteit van de kustlijn en de manier waarop onderzoek wordt georganiseerd en gefinancierd.

Verder kijken dan de cijfers

Om zich volledig onder te dompelen in oceaanonderzoek, doet Jackie meer dan alleen documenten lezen en onderzoekers interviewen. Ze wordt volledig onderdeel van het dagelijkse leven van de oceaanonderzoekers, woont teamvergaderingen en conferenties bij en gaat met hen mee op excursies. Soms betekent dit ook dat ze gewoon naast een onderzoeker zit terwijl die een computermodel maakt–wat soms grappig kan zijn: ‘Ze vinden het nogal komisch. Je zit daar en denkt: oké, waarom heb je dat gedaan? En dan zeggen ze: zo werkt code nu eenmaal. Zo programmeer ik.’

Voor haar onderzoek gaat Jackie mee met oceaanwetenschappers op veldwerk. Foto: Jackie Ashkin.

Jackie gebruikt haar observaties om meer inzicht te krijgen in de vele verschillende factoren die ten grondslag liggen aan het werk van oceaanwetenschappers. Denk daarbij aan hun werkomstandigheden, hoe ze bepaalde modellen ontwikkelen, de gegevens die in deze modellen worden ingevoerd en hoe ze hun bevindingen presenteren aan een niet-wetenschappelijk publiek. Dat laatste punt is niet onbelangrijk: oceaanmodellen gaan gepaard met complexe aannames en onzekerheden die van invloed kunnen zijn op hoe we denken over de toekomst van de oceanen en hoe we die plannen. Om dit adequaat over te brengen, helpt Jackie's perspectief om kwesties onder de aandacht te brengen die voor onderzoekers uit het veld misschien vanzelfsprekend zijn, maar voor een breder publiek niet.

Leven met wat we niet weten

Zelfs het tonen van een kaart met oceaangegevens is niet zo eenvoudig: ‘Als je een kaart ziet met gegevens van de hele oceaan, betekent dat niet dat onze kennis gelijkmatig verdeeld is. Hoe breng je dat visueel in beeld? Dat is de grote vraag. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat je echt kunt zien wat er aan de hand is?’

Jackie tijdens een evenement over oceaanwetenschap. Foto: Bernal Revert.

Jackie beschrijft een ervaring die ze had tijdens een conferentie over oceaanwetenschap, waar de temperatuur van het zeeoppervlak op een wereldkaart werd weergegeven. Als je naar de kaart kijkt, zou je kunnen denken dat er evenveel informatie beschikbaar is over de Zuidelijke Oceaan als over de Noord-Atlantische Oceaan. Wat niet duidelijk was, is dat de resultaten voor de Zuidelijke Oceaan gebaseerd waren op slechts een klein aantal waarnemingen, terwijl er voor de Noord-Atlantische Oceaan veel meer informatie beschikbaar was, vanwege meer sensoren in het water. Dit is misschien duidelijk voor wetenschappers die met dit soort gegevens werken, maar deze kaarten worden bijvoorbeeld ook gebruikt door beleidsmakers om plannen voor de toekomst te maken. Zij zouden ten onrechte kunnen aannemen dat we evenveel weten over de Zuidelijke Oceaan als over de Noord-Atlantische Oceaan.

Het belang van geografie

In haar onderzoek gaat Jackie zelfs nog een stap verder en vraagt ze zich af waarom er meer sensoren in de wateren van de Noord-Atlantische Oceaan zijn. Ook hier is het antwoord misschien niet meteen duidelijk. Meer sensoren vereisen meer middelen, die gemakkelijker te vinden zijn als er grote belangstelling is voor een regio, bijvoorbeeld vanuit de visserij of vanuit veel buurlanden die een kustlijn delen. Bovendien moet iemand de sensoren plaatsen, en de Zuidelijke Oceaan ligt afgelegen en ver weg van de landen met de grootste oceaanvarende onderzoeksvloten. Dit toont aan dat geografie en de organisatie van de wetenschap van groot belang zijn om echt te begrijpen waar we naar kijken en wat we niet kunnen weten.

Leren leven met onzekerheid

Jackie's onderzoek belicht enkele van deze blinde vlekken en toont de diepe verbanden aan tussen een uitdagend onderzoeksobject, de beschikbare infrastructuur voor het verzamelen en analyseren van gegevens, en de institutionele context van de oceaanwetenschap. Met deze inzichten kunnen we betere vragen stellen over de grenzen van wat we weten over de oceaan, wat bijdraagt aan die grenzen en hoe we daar op een verantwoorde manier over kunnen communiceren.

‘We houden van cijfers omdat ze beheersbaar aanvoelen. Maar misschien hebben we ook meer ruimte nodig om te erkennen hoeveel we niet weten.’

Het betekent ook dat we moeten leren omgaan met onzekerheid, zoals Jackie uitlegt. De samenleving neigt ernaar omte vertrouwen op cijfers, voorspellingen en nauwkeurige prognoses om risico's te beheersen. Maar de oceaanwetenschap laat zien dat zekerheid niet altijd kan worden bereikt. ‘Er is iets met je comfortabel voelen met onzekerheid’, zegt Jackie. ‘We houden van cijfers omdat ze beheersbaar aanvoelen. Maar misschien hebben we ook meer ruimte nodig om te erkennen hoeveel we niet weten.’

Over Social Sciences Connect

In deze reeks artikelen laten we zien hoe sociaalwetenschappelijk onderzoek en onderwijs bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken. Onderzoekers, docenten, studenten en maatschappelijke partners werken samen om kennis toegankelijk te maken en het verschil te maken. Door open wetenschap en betrokken onderwijs versterken we de verbinding tussen universiteit en samenleving. Zo bouwen we samen aan een toekomst waarin wetenschap en maatschappij hand in hand gaan.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.