Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Assyriology (MA)

Negentig jaar arbeidsrecht in Leiden: traditie in beweging

Sinds 1936 drukken Leidse hoogleraren arbeidsrecht hun stempel op onderzoek en onderwijs. Van de opkomst van de vakbond tot de AI-revolutie: het vakgebied blijft continu vernieuwen. Anno 2026 staat het opnieuw voor ingrijpende veranderingen. ‘Arbeidsrecht zal altijd belangrijk blijven.’

‘Negentig jaar geleden zag de wereld er heel anders uit dan nu’, vertelt oud-rector magnificus en emeritus-hoogleraar Internationaal Arbeidsrecht Paul van der Heijden. Dat heeft volgens hem alles te maken met de Industriële Revolutie, die aan het einde van de negentiende eeuw op gang kwam in Engeland en later ook Nederland bereikte. ‘Rond 1900 ontstonden in Nederland de eerste vakbonden, daarmee werd feitelijk de basis gelegd voor het arbeidsrecht.’

Lange traditie

Op 14 februari 1936 hield Hugo Sinzheimer, de grondlegger van het arbeidsrecht in Duitsland, zijn inaugurele rede in Leiden. Hiermee ontstond in Leiden een van de eerste leerstoelen arbeidsrecht van Nederland en begon een lange traditie van hoogleraren die dit jaar haar negentigjarig bestaan viert. Na Sinzheimer bekleedden Molenaar, Van Esveld, Rood, Heerma van Voss en, sinds 2026, Erkens de volledige leerstoel. Daarnaast bestonden en bestaan er ook enkele part-time leerstoelen voor onderdelen van het vakgebied.

‘De essentie van het arbeidsrecht was en is het uitgangspunt dat de werkgever en werknemer economisch op een ongelijke positie staan’, vervolgt Van der Heijden. ‘De werkgever beschikt over de productiemiddelen en de volledige arbeidsmarkt, terwijl de werknemer daar als individu tegenover staat.’ Vanuit dat ongelijkheidsbeginsel is het arbeidsrecht erop gericht die machtsongelijkheid juridisch te corrigeren en werknemers in staat te stellen op gelijkwaardiger voet met hun werkgever te onderhandelen. ‘Dat geldt natuurlijk vooral voor de CAO en de vakbond, waarmee werknemers door de macht van het getal eisen kunnen stellen.’

(G)één Leidse benadering

Juist dat beginsel van ongelijkheidscompensatie was voor voormalig universitair docent Lydia Schut de reden om zich op het arbeidsrecht toe te leggen. ‘De factor arbeid en de countervailing powers die een grote rol spelen in het arbeidsrecht spraken mij aan.’ In 1983 begon zij als student-assistent bij de afdeling Sociaal Recht, die destijds nog gevestigd was aan de Hugo de Grootstraat. ‘We vergaderden als afdeling wekelijks in de Van Esveldbibliotheek, een klein stoffig zaaltje. We waren uiteraard ook aanzienlijk kleiner dan bijvoorbeeld civiel recht of Staats-en bestuursrecht, maar we hadden  een prominente positie in de propedeuse.’

Na haar afstuderen keerde Schut, na tweeëneenhalf jaar, in 1988 weer terug op de afdeling. Dit had volgens haar alles te maken met Max Rood. ‘Hij was een buitengewoon bekwaam docent die me wist te prikkelen en het vuur voor arbeidsrecht brandend hield.’ Ook voor Yvonne Erkens, hoogleraar Sociaal Recht, was Rood een belangrijke inspiratiebron. ‘Hij had een enorme uitstraling en een indrukwekkende kennis, maar kon alles in eenvoudige taal uitleggen. Dat is een les die ik heb meegenomen: leg het begrijpelijk uit en verschuil je niet achter dure woorden of jargon.’

Toch is het volgens Erkens lastig om te spreken van één specifieke Leidse benadering van het arbeidsrecht. ‘Sinds het begin van de vorige eeuw heeft elke hoogleraar het vakgebied hier op zijn eigen manier vormgegeven.’ Wat haar voorgangers wel gemeen hadden, is dat zij het arbeidsrecht vanaf het begin als zelfstandig vakgebied op de kaart hebben gezet.

Internationale oriëntatie

Daar zijn zij de afgelopen decennia volgens haar zonder meer in geslaagd. ‘Het arbeidsrecht speelt in Leiden een rol van betekenis, onder meer door de eigen masteropleiding, de sterke internationale oriëntatie in onderzoek en onderwijs én de toenemende interdisciplinariteit’, vertelt Erkens. ‘Die internationale blik heeft ons de afgelopen jaren nog meer laten focussen op grotere vraagstukken, zoals duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen en de digitale revolutie.’

Ook Van der Heijden ziet in de ontwikkeling van een vast masterprogramma een belangrijke mijlpaal. ‘We hebben inmiddels al bijna vijftien jaar een eigen master, waardoor we een jaar lang intensief en vanuit verschillende invalshoeken met studenten in het arbeidsrecht kunnen duiken,’ vertelt hij. ‘Die verdieping geeft het onderwijs een extra dimensie en zorgt voor een actieve, hechte groep studenten, die vaak als alumnus terugkeren voor het postacademisch onderwijs.’

Kantelpunt

Hoewel het Leidse arbeidsrecht dit jaar negentig kaarsjes uitblaast, zijn Van der Heijden, Schut en Erkens het erover eens dat we in een spannende tijd leven. ‘Ik denk dat we op een kantelpunt staan’, zegt Erkens. ‘We staan aan de vooravond van ingrijpende transformaties in het arbeidsrecht. Denk aan het grote klimaatvraagstuk, digitalisering, de AI-revolutie en collectieve structuren die onder druk staan.’ De hoogleraar verwacht dat deze transformaties de arbeidsmarkt, het denken over arbeid en collectieve systemen ingrijpend zullen veranderen.

‘Vrijwel alle kernonderdelen van het arbeidsrecht zijn de afgelopen twintig jaar onder spanning komen te staan,’ vult Van der Heijden aan. ‘Vroeger viel bijvoorbeeld het merendeel van de werknemers onder een cao, maar door de individualisering en flexibilisering van de samenleving is dat allang niet meer vanzelfsprekend.’ Volgens de emeritus hoogleraar zijn veel zekerheden van weleer verdwenen. ‘Alles waarmee we decennialang hebben gewerkt, staat ter discussie. Juist dat maakt de wetenschappelijke kant van het arbeidsrecht op dit moment zo interessant.’

Arbeidsrecht raakt iedereen

Negentig jaar geleden werd in Leiden een van de eerste leerstoelen arbeidsrecht van Nederland ingesteld, met als doel het vakgebied stevig op de kaart te zetten. In de decennia daarna hebben verschillende hoogleraren hun stempel gedrukt op zowel de ontwikkeling van het arbeidsrecht als vakgebied en het onderwijs. Inmiddels zijn de leerstoel, de bijbehorende masteropleiding en de afdeling Sociaal Recht, waarin naast het arbeidsrecht ook aan het sociale zekerheidsrecht aandacht wordt besteed, dankzij hun inzet een vast oriëntatiepunt in het nationale én internationale vakgebied.

‘Arbeidsrecht zal altijd belangrijk blijven,’ stelt Erkens. ‘Iedereen krijgt er in zijn leven mee te maken. Of je nu werkt, een kind krijgt of afhankelijk bent van een uitkering. Juist omdat het arbeidsrecht zo’n groot deel van het dagelijks leven raakt, blijft het vakgebied onverminderd actueel en bijzonder relevant.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.