Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Zoek en selecteer een opleiding
Je ziet nu alleen algemene informatie. Selecteer je opleiding of exchange-faculteit om ook informatie te zien over jouw faculteit en opleiding.

Met minder zorg, meer gezondheid: zo krijgen we dat voor elkaar

Hoogleraar population health management Marc Bruijnzeels maakt zich sterk voor een gezondheidszorg waarin preventie wél werkt. Met zijn team en masterstudenten zorgt hij voor een verschuiving in het systeem dat we nu kennen.

De titel van jouw oratie is ‘Met minder zorg, meer gezondheid’. Hoe zie je dit voor je?

‘Mijn vakgebied is population health management. Kern hiervan is mensen gezond houden en ziekten voorkomen aan de hand van data. Hierbij is één organisatie verantwoordelijk voor de gezondheid van een bepaalde groep mensen. Als we beter in de gaten hebben wie wanneer problemen krijgt en waar mensen meer risicofactoren ontwikkelen dan nodig, dan kun je een heleboel dingen voorkomen die we nu laten gebeuren.’

Heb je een voorbeeld van iets dat we nu laten gebeuren?

‘Denk aan iemand die weer naar huis mag na een ziekenhuisopname voor COPD. We kunnen met data voorspellen wat de kans is dat iemand binnen dertig dagen weer wordt opgenomen. We sturen diegene naar huis met het advies: slik trouw de medicijnen, rook niet, beweeg veel en leef gezond. Dat is op het individu gericht: je moet zorgen voor je eigen gezondheid. Terwijl we weten dat dit advies voor bepaalde mensen ingewikkeld is om te volgen. Misschien moeten we met behulp van voorspelmodellen voor deze mensen wel iets anders doen om te voorkomen dat ze weer in het ziekenhuis terechtkomen. Bijvoorbeeld door het sociale netwerk meer te betrekken. Dat zijn de mensen die hun dierbare graag gezond willen houden en die een grote invloed hebben.’

‘Ook binnen de zorg kunnen we ons beter organiseren met een geïntegreerde aanpak. De medisch specialist kan de huisartsenpraktijk laten weten wat extra aandachtsgebieden zijn bij een patiënt. Of andere hulpverleners in de eerste lijn inschakelen. Misschien zijn er wel paramedici die kunnen helpen. Of is er een maatjesproject. Dat vraagt een andere organisatie van zorg. Nu zitten we te veel opgesloten in de eigen organisatie en worden niet gestimuleerd elkaar op te zoeken. Dat zouden we veel meer bij elkaar moeten brengen. Daar is iedereen het over eens. Maar het blijft wel zo. Dat is toch eigenlijk gek?’

Waarom denk je dat het zo blijft?

‘Ik denk dat er veel comfort in het systeem zit om het zo te houden. De druk om te veranderen is nog niet groot genoeg. We hebben de zorg op een gegeven moment gewoon op deze manier georganiseerd. Tegelijkertijd kunnen professionals nu vaak eigenlijk niet meer de kwaliteit leveren die ze zouden willen. Een medisch specialist en wijkverpleegkundige hebben het allebei ontzettend druk, ze moeten door. Als we het slimmer organiseren, kunnen ze wel met elkaar overleggen over iemand die uit het ziekenhuis komt na een opname voor COPD.’

‘Natuurlijk vraagt de aanpassing van het zorgsysteem heel wat. Maar als je met data kan voorspellen waar problemen ontstaan en je een andere organisatie van zorg inzet, dan kun je uiteindelijk met minder zorg, meer gezondheid realiseren. Uiteraard moet je zorgvuldig omgaan met data en deze niet voor andere doeleinden gebruiken. Als iemand niet wil dat de data gebruikt wordt, dan doen we dat ook niet. Toch staan veel mensen hier wel welwillend in als het hun gezondheid bevordert. Eén van de belangrijkste waarden is toch de eigen gezondheid en de gezondheid van naasten.’

Als we naar preventie kijken, kijk je dan naar een wijkgerichte aanpak?

‘Het ligt echt aan wat de onderzoeksvraag is. Gemeenten zoeken een houvast en je kunt hiermee makkelijk een groep mensen indelen. Soms werkt dit ook. In sommige wijken en dorpen is er van oudsher een bepaalde identiteit. Voor andere mensen is een andere aanpak nodig. Hierbij is het belangrijk om te kijken wat mensen verbindt: wat is hun groepsidentiteit en door wie laten ze zich beïnvloeden? Misschien moet je bijvoorbeeld wel naar sociaal-culturele lijnen kijken, over steden en dorpen heen. Populatiemanagement kijkt ook nadrukkelijk naar sociale factoren die gezondheidsgedrag bepalen en welke interventies slagingskans hebben.’

Je bent naast hoogleraar ook opleidingsdirecteur van de master Population Health Management. Waarom is het belangrijk dat deze master er is?

‘Wij leveren studenten af die de omslag kunnen maken. Er zijn een paar alumni die nu bij het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord in het Westland in Zuid-Holland werken. Hier kijken ze naar een andere manier van organiseren, waar uiteraard ook bekostiging of de inrichting van de data-infrastructuur bij komt kijken. Zo zijn er meer alumni elke dag bezig om vanuit population health management problemen aan te pakken. Het zijn nu nog druppeltjes, maar uiteindelijk worden dit er heel veel en zijn zij onderdeel van de verandering.’

Als we mogen dromen, waar zou je willen dat het vakgebied over een aantal jaar staat?

‘Ik hoop dat we, op basis van moderne technologie en de ontwikkelingen die momenteel erg hard gaan, in staat zijn het gezondheidssysteem daadwerkelijk aan te laten sluiten op de wensen en behoeften van mensen en hiermee gezondheidsverschillen in de samenleving verkleinen. Ik denk dat we dat binnen vijftien à twintig jaar kunnen realiseren. Dat vraagt niet om hele grote technologische innovaties, maar vooral om hoe we ons positioneren ten opzichte van de gezondheid van mensen.’

De oratie van Marc Bruijnzeels, ‘Met minder zorg, meer gezondheid’, vindt op 13 februari plaats en is live te volgen via de livestream op de website van de Universiteit Leiden.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.