Hoogleraar Marlou Schrover neemt afscheid
Marlou Schrover speelde jarenlang een belangrijke rol in de studie van de migratiegeschiedenis. Nu neemt ze afscheid.
Schrover begon haar carrière met een opleiding journalistiek. ‘Ik was zeventien en ik dacht dat ik de wereld ging veranderen’, blikt ze terug. Eenmaal afgestudeerd bleek die activistische inslag niet zomaar waar te maken. ‘Ik was begin twintig en vrouw, wat destijds echt nog verschil maakte. Als ik iets wilde bereiken, moest ik inhoudelijk beter beslagen ten ijs komen. Daarom ben ik geschiedenis gaan studeren: om steviger in het journalistieke veld te staan.’
Sinds die beslissing heeft Schrover nooit meer op een redactievloer gewerkt. ‘Geschiedenis bleek veel leuker te zijn dan journalistiek. Je kunt zelf met het materiaal aan de slag gaan en nieuwe argumenten aandragen waarom zaken veranderen of juist hetzelfde blijven. Dat blijft het spannendst om te doen als historicus.’
Klasse, gender en religie
Inmiddels is Schrover onlosmakelijk verbonden met migratiegeschiedenis, maar ze begon haar carrière met een andere focus. ‘Voor wat toen nog je kandidaats heette, heb ik een scriptie geschreven over woonwagenbewoners, die ik ook heb geïnterviewd. Dat was superleuk. Daarna heb ik een scriptie geschreven over armen. Mijn proefschrift ging over arbeidsverhoudingen in de voedingsmiddelenindustrie, die eind van de negentiende eeuw opkomt. In die nieuwe industrie werkten ontzettend veel vrouwen, ‘de meisjes van Verkade’, komen dan bijvoorbeeld op. Daarnaast waren veel van die ondernemers in de industrie joods, waardoor ik ook naar religie ben gaan kijken. Klasse, gender, religie, het snijvlak van inclusie en exclusie: al die aspecten die zo belangrijk zijn bij migratiegeschiedenis zaten dus al vroeg in mijn werk.’
Geschiedenis van onderaf
Schrover sloot met haar onderzoek bovendien aan bij een grotere ontwikkeling in de geschiedschrijving. ‘De geschiedenis-van-onderafbeweging is heel bepalend geweest’, zegt ze. ‘We zijn steeds minder gaan kijken naar koningen en politici en steeds meer naar bijvoorbeeld de vakbeweging en de vrouwenbeweging. Daarvoor zijn we meer gaan interviewen, maar ook met andere bronnen gaan werken.’
Zelf boog Schrover zich vooral in het kader van haar onderwijs lange tijd over kookboeken. ‘Mensen moesten vaak lachen als ik zei dat ik kookboekanalyse deed, maar kookboeken zijn wel degelijk een heel goede ingang om te praten over identiteit en diversiteit en de veranderingen daarin.’
Steeds interdisciplinairder
Gedurende haar carrière heeft Schrover haar vakgebied steeds interdisciplinairder zien worden. ‘We hebben natuurlijk de LDE-master Governance of Migration and Diversity (een samenwerking tussen de Universiteit Leiden, TU Delft en Erasmus Universiteit, red.), waarin geschiedenisstudenten naast studenten rechten, politicologie, sociologie en development studies zitten. Die mix is ontzettend leuk, al moet je het interdisciplinaire niet overschatten. Veel tijdschriften zijn nog steeds alleen bedoeld voor een specifieke discipline, bijvoorbeeld sociologie of geschiedenis. Dat is ook goed: uiteindelijk leiden we mensen op voor één vakgebied, met de bijbehorende vaardigheden.’
Feit versus mening
Het afnemende respect voor die wetenschappelijke basis is een van de minder positieve ontwikkelingen in de samenleving geweest, zegt ze. ‘In het mediacircus vinden mensen het leuk om meningen tegenover elkaar te zetten. Daar is niets mee, maar soms worden feiten ineens gepresenteerd als meningen. Dan krijg je een ‘regent-het-of-regent-het-niet-discussie’. Eén blik naar buiten en je weet het antwoord, maar als expert word je toch neergezet als iemand met ‘ook een mening’, terwijl jij jarenlang onderzoek hebt gedaan en de ander zijn mening gisteren heeft verzonnen. Dat is een lastige positie: als je tegenover zo’n pseudo-expert gaat zitten, lijk je je gelijkwaardig op te stellen, maar als je er niet gaat zitten, heeft diegene een veel groter podium.’
Terug het archief in
De komende tijd wil Schrover zelf weer vaker het archief in. ‘Ik ging vaak met studenten naar het Nationaal Archief. Dan zijn er altijd een paar die de hele dag blijven zitten. Die worden gegrepen door dat Sinterklaasgevoel van een doos openmaken zonder precies te weten wat erin zit. Het is fantastisch om dat gevoel over te brengen.’
Nu kan ze dat ook zelf weer vaker gaan ervaren. ‘Omdat ik best een grote onderwijs- en administratieve last had, kwam ik zelf zelden in het archief, terwijl dat wel heel leuk is. Nu kan ik er weer lekker een hele dag gaan zitten en iets doen met al het materiaal dat ik heb verzameld. In de jaren vijftig was het bijvoorbeeld gebruikelijk dat vrouwen die trouwden met een niet-Nederlander de Nederlandse identiteit verloren. Tegelijkertijd bleef de overheid zich wel met hen bemoeien. Dat spanningsveld is heel interessant. Ik heb ook veel stukken over adopties van voor 1956, toen er nog geen adoptiewet was, maar kinderen wel degelijk werden geadopteerd. Daar wil ik ook zeker iets mee.’