Steekmuggen in de stad: dit is hoe je overlast voorkomt (en de stad toch kunt vergroenen)
In de stad lijken parken de boosdoeners voor muggenoverlast, maar het echte probleem ligt een paar straten verder. Kolken en stilstaand regenwater vormen ideale broedplaatsen voor larven. Bestrijden van volwassen muggen in parken heeft dus weinig zin, stelt milieuwetenschapper Louie Krol in zijn promotieonderzoek.
Nederland was eeuwenlang een steekmuggenparadijs. ‘Vooral laaggelegen gebieden met brak water waren ideaal voor malariamuggen’, vertelt Krol. Pas rond 1970 werd ons land officieel malariavrij verklaard.
Toch blijft Nederland kwetsbaar voor ziektes die muggen kunnen overdragen, zoals het Usutu- en Westnijlvirus. Klimaatverandering speelt hierbij een rol. Zachte winters en extremer weer geven muggen meer kansen om te overleven en langer actief te zijn. Bij regen na droogte kan plotseling veel water blijven staan. ‘Steekmuggen zijn echte pioniers: ze vestigen zich direct in deze tijdelijke watertjes, waar ze zich in de afwezigheid van natuurlijke vijanden, onder de juiste omstandigheden, veilig en snel kunnen ontwikkelen.’
‘Kijk bij muggenoverlast naar het totaalplaatje’
Krol onderzocht hoe landschap en landgebruik de verspreiding van de gewone steekmug, Culx pipiens, beïnvloeden en waar het risico op ziekteverspreiding het grootst is. ‘Je kunt de mug niet los zien’, legt hij uit. ‘Ziekteverspreiding ontstaat pas als meerdere factoren samenkomen: het water waarin larven opgroeien, gastheren en pathogenen, de inrichting van de omgeving en het klimaat. Door die samenhang te bestuderen, wordt duidelijk waar ingrijpen wél zin heeft.
‘We hebben in steden onbedoeld een paradijs gecreëerd voor muggen.’
De bebouwde stad al verborgen broedplaats
Tijdens veldonderzoek in Oestgeest en Leiden keek Krol hoe muggen de stad gebruiken. Volgens hem creëren we in steden onbedoeld een ideale leefomgeving voor muggen: overal staan kleine waterreservoirs, van regentonnen en vijverbakjes tot straatkolken en regenafvoer. In dat stilstaande, afgeschermde water hopen blaadjes en ander organisch materiaal zich op: voedsel voor muggenlarven.
Die omstandigheden zorgen in de stad voor een opvallende tweedeling. Krol zag dat muggenlarven vooral in watertjes in de bebouwde delen van de stad zitten. Volwassen muggen trekken daarna naar beschutte, windvrije plekken, zoals parkjes, voor voedsel. Voor het leggen van eitjes trekken vrouwtjes terug naar de stad. Krol: ‘Als je alleen kijkt naar volwassen muggen, lijkt het alsof parken de bron van muggenoverlast zijn, terwijl in dit onderzoek de straatkolken, regenafvoeren en andere stedelijke waterplekken de grootste broedplaats van nieuwe muggen zijn.’
Voorkom nieuwe muggen: zo pak je de bron aan
Kleine ingrepen kunnen hier al veel verschil maken. Krol’s favoriete oplossing: ‘laddertjes in kolken!’ Die zorgen dat amfibieën, zoals kikkers, er veilig in en uit kunnen voor een larvenmaaltje, met minder volwassen muggen als resultaat.’
Klimaatadaptieve maatregelen, zoals wadi’s – ondiepe greppels die overtollig regenwater tijdelijk opvangen en langzaam laten weglopen – zijn ook effectief, mits goed aangelegd en onderhouden. ‘Als water langer dan zeven dagen blijft staan, kunnen muggen eitjes leggen die zich volledig ontwikkelen tot muggen’, legt Krol uit. Goed beheerde wadi’s combineren wateropvang met een minimale kans op muggenoverlast.
Groen is geen probleem: slimme inrichting maakt het verschil
Veel mensen zijn bang dat meer groen in de stad automatisch meer muggen betekent. Dat hoeft niet, volgens Krol. Door de stad en parken slim in te richten, kunnen we zelf bepalen waar muggen (en mensen of vogels) samenkomen, en zo de risico’s op ziekteoverdracht beperken.
‘Door de stad en parken slim in te richten, kunnen we zelf bepalen waar muggen (en mensen of vogels) samenkomen.’
‘Als je een parkje klein maakt en omringt met veel broedplaatsen, creëer je automatisch een plek met veel muggenoverlast’, legt Krol uit. Door juist grotere, goed verbonden groene zones te maken, kunnen volwassen muggen zich verspreiden en wordt de overlast minder geconcentreerd.
Tot nu toe keken onderzoekers vaak alleen naar het totale aandeel groen of water in een gebied. Dat zegt echter niets over hoe dat groen en water precies zijn ingericht. ‘Als in een gebied de ene helft bos is en de andere helft een meertje, of als het gaat om kleine, gefragmenteerde bosjes met waterplekjes, verandert het risico op muggenoverlast volledig,’ legt Krol uit. Door in te zoomen op hoe groen en water werkelijk zijn verdeeld, zie je waar larven opgroeien en waar volwassen muggen zich concentreren. ‘Dat maakt gerichte maatregelen mogelijk, zodat we steden groener, klimaatbestendiger én minder muggenrijk kunnen maken – een win-win voor mens én milieu.’
Proefschrift en promotie
Louie Krol verdedigt op 31 maart zijn proefschrift ‘Interplay of landscape and climate on Culex pipiens mosquitoes in the Netherlands’ in het Academiegebouw. Zijn promotors zijn Professor Peter van Bodegom, dr. Maarten Schrama en dr. Geertjan Geerling (Radboud Universiteit).