Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite ICT in Business (MSc)

‘Het krijgen van kinderen wordt steeds meer gezien als iets dat te regelen is’

Wat zijn huidige trends binnen het gezin? We noemen er drie. Van langer thuis wonen tot later kinderen krijgen en de ongelijkheid binnen gezinnen die toeneemt. Hoe zijn die trends ontstaan en wat zijn de effecten? Leidse experts geven uitleg.

‘Hoe meer jongeren thuis blijven wonen, hoe gewoner het wordt’ 

Jordy Meekes

Trend: Jongeren blijven langer thuis wonen

Jordy Meekes, universitair docent economie met woningmarkt als expertise 

‘De woningcrisis is de belangrijkste reden dat jongeren tot 35 jaar langer thuis blijven wonen. Er is een beperkt aanbod van zowel huur- als koopwoningen. Dit beperkte aanbod zorgt voor een hogere prijs. Uit cijfers blijkt dat er over de afgelopen 20 jaar een afname van bijna 15 procentpunt is van jongeren die in een eigen koopwoning wonen. Dus 15 op de 100 jongeren minder.  

Doordat jongeren langer thuis blijven wonen sparen ze meer, het heeft dus een positief effect op hun eigen vermogen. Bij het langer thuis wonen kan er sprake zijn van een spillover-effect. Dat betekent dat hoe meer jongeren thuis blijven wonen, hoe gewoner het wordt om thuis te blijven wonen. Als je ziet dat veel vrienden bij ouders blijven wonen om te sparen voor een eigen koopwoning dan denk je sneller: ‘ik kan dat ook wel doen’. Het stigma op ‘nog wonen bij je ouders’ verdwijnt hierdoor mogelijk. 

Een negatief effect van langer thuis blijven wonen is dat je afhankelijk blijft van je ouders en daardoor je zelfstandigheid en economische onafhankelijkheid minder ontwikkelt. Ook stellen jonge mensen het krijgen van kinderen uit omdat ze geen huis kunnen vinden.  

De effecten voor ouders kunnen ook twee kanten op gaan: het empty nest syndroom wordt uitgesteld: met kinderen langer in huis is er meer reuring en gezelligheid. Aan de andere kant kan ik mij voorstellen dat het voor sommige ouders fijn is om het huis weer voor zichzelf te hebben en de daarbij horende privacy. Maar dit is natuurlijk sterk afhankelijk van uit wat voor soort gezin je komt en hoe de situatie is. Kortom het balanceren binnen een gezin heeft voor- en nadelen. Voor zowel kinderen als ouders.’  

‘Wordt het in onze drukke levens te lastig om in deze samenleving jong moeder te worden?’ 

Martine de Vries

Trend: Vrouwen laten hun eicellen invriezen en stellen krijgen van kind uit

Kinderarts Martine de Vries, hoofd Afdeling Medische Ethiek en Gezondheidsrecht LUMC   

‘Deze ontwikkeling staat natuurlijk niet op zichzelf; voortplantingstechnologie heeft een enorme voorgeschiedenis. Dat begon met de eerste IVF-baby in de jaren 70. Daar was toen ook grote maatschappelijke ophef over. Men was bang dat er afwijkende baby’s zouden worden geboren, maar dat gebeurde niet. Bij elke nieuwe medische ontwikkeling op dit gebied ontstaat er onrust.  

Ook nu is er veel discussie over de noodzaak en de gevolgen van eicellen invriezen vanwege niet-medische redenen. Dat noemen we ‘social freezing’.  Wat maakt dat vrouwen hun kinderwens willen of moeten uitstellen? Wordt het in onze drukke levens te lastig om in deze samenleving jong moeder te worden? Moeten we dát probleem niet aanpakken? En creëren medici door deze optie niet ook een behoefte bij vrouwen om het moederschap uit te stellen? 

Ik heb geen uitgesproken mening of ‘social freezing’ een goede of slechte zaak is. Wel moeten we als samenleving beter nadenken wat de gevolgen zijn van deze medische ontwikkelingen. Zowel vrouwen als mannen krijgen op latere leeftijd kinderen. Het krijgen van kinderen wordt steeds meer gezien als iets dat te regelen is en afwijkingen worden minder geaccepteerd. 

Nu komt er een nieuwe medische technologie: de ontwikkeling van artificiële placenta. Baby’s kunnen in leven worden gehouden in een kunstmatige baarmoeder. Als die technologie doorzet hoef je als vrouw in de toekomst niet meer het kind zelf te dragen. Laten we er goed over nadenken of en onder welke voorwaarden we dat willen en hoe dit het ouderschap beïnvloedt.’ 

‘Toenemende armoede heeft direct invloed op welbevinden’

Egbert Jongen

Trend: Ongelijkheid tussen gezinnen neemt toe

Egbert Jongen, hoogleraar Economie en sociaal-economisch beleid

‘We denken vaak dat het wel meevalt met de ongelijkheid in Nederland. Maar als je wat dieper in de cijfers duikt, zie je dat de ongelijkheid sinds eind jaren zeventig toeneemt. Dat komt vooral doordat de 20 procent van de bevolking die het minst verdient in inkomen is achteruitgegaan. Die onderkant van de samenleving blijft achter.

Mannen aan de onderkant zijn minder gaan verdienen en minder gaan werken. De ongelijkheid die daardoor ontstond, werd deels nog gecompenseerd doordat vrouwen uit die groep meer zijn gaan werken. Maar we verwachten dat dat dempende effect gaat verdwijnen, omdat die vrouwen maar beperkt nóg meer zullen gaan werken. Dat baart ons zorgen voor de toekomst, omdat de ongelijkheid in de samenleving dan nog meer kan gaan toenemen.

Toenemende armoede heeft direct invloed op welbevinden. Mensen die achterblijven worden minder gelukkig. De absolute armoede, het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, is wel gehalveerd sinds de jaren 70. Ook is de kinderarmoede aangepakt, waardoor die de afgelopen jaren sterk is afgenomen. Maar dat is niet het volledige plaatje. Want hoe arm ben je ten opzichte van de rest? Als je naar die relatieve armoede kijkt, dan zie je juist een zorgelijke ontwikkeling.

Ik en mijn collega’s kijken in ons onderzoek ook naar welk percentage van de bevolking een inkomen heeft dat onder 60 procent van het mediane inkomen ligt. Daar zie je een forse toename. Het was ooit 7 procent, nu is het meer dan 15 procent. Er is een groep die veel minder hard groeit dan de rest van de samenleving.

De aanpak van ongelijkheid is de afgelopen decennia vooral gericht geweest op herverdeling. Maar het is minstens zo belangrijk om de verdiencapaciteit van mensen met lage inkomens te vergroten. Betere toegang tot kinderopvang kan daarbij helpen. Juist kinderen uit gezinnen met een lager inkomen profiteren daarvan: zij doen het na deelname aan formele kinderopvang beter in het onderwijs en verdienen later meer.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.