Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite East Asian Studies (MA)

‘De ton is de zeecontainer van de late middeleeuwen’

Wat vertellen houten tonnen over handel en het dagelijks leven tussen 1300 en 1800? Promovendus Jeroen Oosterbaan onderzocht de levenscyclus van de transportcontainer en laat zien hoe deze alledaagse objecten een cruciale rol speelden in de ontwikkeling van internationale handelsnetwerken.

Hoewel tonnen al vanaf de Romeinse periode werden gebruikt, groeien ze vanaf de late middeleeuwen uit tot een onmisbaar hulpmiddel voor handel en transport. Ze maakten het mogelijk om grote hoeveelheden producten veilig op te slaan, te conserveren en over lange afstanden te vervoeren. Bier, haring en andere goederen konden langer worden bewaard, waardoor handelaren grotere markten konden bedienen. ‘Ik noem de ton graag de zeecontainer van de late middeleeuwen’, zegt hij. ‘Ze maakten grootschalig goederenvervoer efficiënter én goedkoper.’

Oosterbaan bracht de productie, handel en het (her)gebruik van de tonnen tot in detail in kaart. Hij combineerde archeologische gegevens met geschreven bronnen en maakte gebruik van jaarringenonderzoek om de herkomst van het gebruikte hout te achterhalen. Zo toonde hij onder meer aan dat de ton een belangrijke rol speelde in de groei van handelsnetwerken. Die liepen aanvankelijk van onder meer het westen van het huidige Duitsland en Noord-Frankrijk naar de Nederlanden, en breidden zich later uit naar Polen en het Baltische gebied.

‘Wijnkraan’ in de haven van Brugge (Simon Bening, 1525)

Land van de regeltjes

De handel met tonnen bleek vaak tot in detail gereguleerd. In historische voorschriften staat zelfs beschreven hoe haringen in een vat moesten worden gestapeld. Keurmeesters controleerden vervolgens of alles volgens de regels was gebeurd. ‘We zijn wel echt het land van de regeltjes, hè? Dat was vroeger eigenlijk niet anders’, zegt Oosterbaan. De groeiende handel liet ook sporen na in het stadsbeeld. Grote wijnvaten konden gevuld meer dan 300 kilo wegen en waren niet meer met de hand te verplaatsen. In belangrijke havensteden verschenen daarom speciale hijskranen, die vaak veelzeggend genoeg bekendstonden als ‘wijnkranen’.

Meer tonnen, meer kennis

Dat Oosterbaans onderzoek juist nu mogelijk is, komt vooral doordat archeologen de afgelopen decennia steeds meer tonnen hebben gevonden. Dat is onder meer het gevolg van bouwwerkzaamheden in historische binnensteden en verbeterde sonartechnologie op zee, waardoor meer scheepswrakken worden ontdekt. Bovendien blijven houten voorwerpen in de Nederlandse bodem uitzonderlijk goed bewaard.

‘We leven hier in één grote natte delta’, zegt Oosterbaan. ‘We zitten eigenlijk op een goudmijn.’ Veel tonnen danken hun behoud bovendien aan een tweede leven als beer- of waterput. Door meerdere tonnen op elkaar te stapelen, ontstond een stevige putschacht die eeuwenlang in de grond bleef zitten.

Tonmerken (ijkmerken met links het jaar van aanbrenging verwerkt in het stadswapen van Leiden)

Orde in duizenden tonmerken

Voor zijn onderzoek combineerde Oosterbaan archeologische vondsten met historische bronnen. Hij dook onder meer in archieven van kuipersgilden (verenigingen van ambachtslieden die tonnen maakten), tolregisters waarin goederenstromen en belastingen werden bijgehouden en andere documenten uit de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd. ‘Geschreven bronnen laten vooral de papieren werkelijkheid zien. Met archeologie kunnen we daar de praktijk aan toevoegen.’

Oosterbaan bracht duizenden ingekerfde merktekens bijeen. Sommige merken blijken afkomstig van kuipers die de ton maakten, andere hielden verband met kwaliteitscontrole, eigendom of productie. De nieuwe manier van categoriseren die Oosterbaan ontwikkelde helpt onderzoekers om merktekens beter te herkennen en interpreteren. Daardoor kunnen tonnen niet alleen meer vertellen over hun makers, maar ook over handelsroutes, productieprocessen en keurmeesters.

Een onverwachte ontdekking

Het onderzoek naar tonmerken leverde bovendien een onverwachte ontdekking op. Aan de hand van drie letters op enkele tonnen kon Oosterbaan een handelsnetwerk reconstrueren dat uiteindelijk leidde naar een scheepsnaam. Zo wist hij het wrak Burgzand Noord 4 bij Texel te identificeren als het achttiende-eeuwse fregatschip 't Hart. ‘Dat was echt zo'n sidequest die ik niet kon laten liggen’, zegt hij.

De ontdekking krijgt binnenkort een vervolg: als postdoc bij Hogeschool Saxion gaat Oosterbaan verder onderzoek doen naar het schip en de relatie met het Nederlandse slavernijverleden. Wat begon met een onderzoek naar tonnen, leidt zo naar nieuwe verhalen over handel, scheepvaart en de mensen achter die geschiedenis.

Promoties van onderzoekers van de Universiteit Leiden zijn live online te volgen. Donderdag 2 juli − van 10.00 tot 11.00 uur − verdedigt Jeroen Oosterbaan zijn proefschrift getiteld De levenscyclus van vaten: de productie, het gebruik en herbruik van vaten in Nederland (1300-1800).

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.