Universiteit Leiden

nl en

Interview CvB: ‘Onze kracht ligt in inhoudelijke diepgang én maatschappelijke betrokkenheid’

Sinds half januari dit jaar geeft een vernieuwd College van Bestuur richting aan de Universiteit Leiden. Wat zijn hun indrukken en hun plannen? Een kennismaking in twee delen.

Vanwege de gekozen cookie-instellingen kunnen we deze video hier niet tonen.

Bekijk de video op de oorspronkelijke website of

Ze zijn nieuw, en ook weer niet. CvB-voorzitter Luc Sels, eerder rector van de KU Leuven, en Belg van nationaliteit, is zowel nieuwkomer in Leiden als in het land. Rector Sarah de Rijcke kent de universiteit goed, maar vanuit andere rollen: ze werkt al meer dan vijftien jaar in Leiden, als onderzoeker, wetenschappelijk directeur van het CWTS en decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Timo Kos was bestuurder van hogeschool Saxion en directeur onderwijs en studentzaken aan de TU Delft en is inmiddels ruim een jaar vicevoorzitter in het CvB. Als drietal functioneren ze nu bijna vijf maanden als ons nieuwe College van Bestuur.

Luc, Sarah en Timo hebben de afgelopen maanden kennisgemaakt met veel medewerkers, studenten en onderdelen van de universiteit. Ze vinden het belangrijk zichtbaar en aanspreekbaar te zijn en het gesprek aan te gaan met de universitaire gemeenschap.

Dit is eerste interview in een tweedelige kennismaking met het College van Bestuur. In het tweede deel (publicatie op 30 juni) gaat het College van Bestuur in op de vraag wat het over vier jaar wil bereiken.

Wat viel jullie op de eerste maanden, wat zien jullie nu scherper dan misschien van buitenaf zichtbaar was?

Luc: ‘Wat mij opviel is dat er niet altijd veel besef is van de kracht en het enorme potentieel van onze universiteit en van het ecosysteem waarin ze zich bevindt. Ik heb soms het gevoel dat ik dat als nieuwkomer hoger inschat dan veel collega’s die hier al lang het beste van zichzelf geven. Ik heb veel bewondering voor de kwaliteit van onderzoek en onderwijs en de impact die ervan uitgaat. We zijn daar te bescheiden over. Een voorbeeld? Wat weet men in de buitenwereld eigenlijk van het succes van onze nog snelgroeiende verankering in Den Haag? Terwijl we daar intussen heel zichtbaar aanwezig zijn met maatschappelijk zeer relevante opleidingen en onderzoek, die naadloos aansluiten bij het mondiale imago van Den Haag als stad van vrede, recht en veiligheid.’

Sarah: ‘Mij valt de enorme maatschappelijke breedte en diepte van ons onderwijs en onderzoek op, en de natuurlijke neiging van wetenschappers om open de samenleving in te gaan. Denk aan pathologen die op middelbare scholen met jongeren praten over vapen, collega’s die in Den Haag hun expertise over femicide of veiligheid delen, sterrenkundigen die meewerken aan detectiemethoden voor ruimtepuin. Die combinatie van inhoudelijke diepgang en maatschappelijke gerichtheid is een grote kracht, waar we enorm trots op mogen zijn.’

Timo besluit: ‘Ik ben onder de indruk van de enorme passie die ik overal aantref: bij historici en filosofen, in de labs van de sociale wetenschappers, en net zo goed bij alle collega's bij de diensten, of dat nu in Leiden of in Den Haag is. Maar we mogen alle geweldige dingen die we voor de samenleving doen inderdaad veel beter uitdragen. Denk bijvoorbeeld aan het fundamentele en technische onderzoek aan de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Veel mensen buiten de academische wereld weten niet dat de Universiteit Leiden met deze faculteit nationaal koploper is op het gebied van biotech, space, quantum en AI.’

Universiteiten opereren in een snel veranderende maatschappelijke en politieke context. Welke ontwikkelingen zien jullie als grote kansen de komende tijd?

Luc: ‘We kijken vaak naar de risico’s, maar ik zie vooral ook nieuwe opportuniteiten. Neem bijvoorbeeld de nieuwe Europese onderzoeksruimte waar al een tijd over onderhandeld wordt. Die gaat niet alleen over de Europese onderzoeksprogramma’s en -financiering, maar wil van Europa één gedeelde kennisruimte voor universiteiten maken: met meer samenwerking, meer mobiliteit en meer impact. Gezien de internationale oriëntatie van onze universiteit willen we echt kunnen wegen op dat debat. Het volgende Horizon Europe kaderprogramma voor onderzoek en innovatie zal ongetwijfeld nieuwe mogelijkheden bieden en opdrachten voor onze universiteit meebrengen. Dat komt helemaal goed, denk ik. Ik voel in onze organisatie veel voluntarisme: een wil om ervoor te gaan. De ‘aan de slag’-slogan van de nieuwe regering spreekt me aan en past momenteel in elk geval bij veel plekken op onze universiteit. Dat helpt bij het benutten van kansen.’

Maatschappelijke vragen

Sarah ziet grote kansen in de urgentie van de grote maatschappelijke vragen: klimaat, gezondheidsverschillen, polarisatie, veiligheid, digitale transformatie. ‘Onze universiteit heeft sterk fundamenteel onderzoek en ook de inhoudelijke breedte en diepte om wezenlijke bijdragen aan die grote vraagstukken te leveren. Dat is een veelbelovende basis voor onze externe positionering. Kansen zie ik ook in onze Europese inbedding. Via de LERU – een netwerk van toonaangevende onderzoeksuniversiteiten in Europa – beïnvloeden we de Europese agenda, en via Una Europa hebben onze medewerkers en studenten toegang tot gezamenlijke programma’s in het onderwijs, joint PhD-trajecten, seed funding, netwerken die je in je eentje nooit opbouwt.’

Timo ziet kansen en uitdagingen in het versterken van onze digitale autonomie. ‘Willen wij onze academische vrijheid beschermen in tijden van de-globalisering, big tech en AI, dan moeten we voluit inzetten op het terugwinnen van regie over onze onderzoeks- en onderwijsdata en onze digitale infrastructuur. Denk aan high performance computing, data-opslag, maar ook aan cybersecurity en privacy. Dat staat allemaal hoog op onze agenda, zeker sinds de omslag in de VS onder de regeringen Trump, oorlogen in Europa en het Midden Oosten en groeiende beïnvloeding van onze verkiezingen via desinformatie In Nederland en Europa moeten we onze publieke waarden vooropstellen boven gebruiksgemak en efficiency.’

Hoe kunnen we de sterke positie van Universiteit Leiden versterken? Wat zijn de onderscheidende kwaliteiten waarop we moeten blijven bouwen?

Luc stelt: ‘De reputatie van Leiden is onbetwist sterk. En tegelijkertijd zijn er nog heel wat andere goede universiteiten in Nederland. Binnen UNL denken we gezamenlijk na over wat we samen beter kunnen doen. Ook al zijn de discussies soms best pittig, de wil om er collectief iets van te maken is aanwezig.

Wel vind ik dat we als Universiteit Leiden nog 's goed moeten nadenken: waar zijn we van en hoe brengen we dat op een eigentijdse manier naar buiten. Dit vind ik ook een belangrijke vraag voor de volgende strategie: wat is nu eigenlijk onze identiteit en positionering in de samenleving. We zijn best wel uniek. Ik ken weinig andere universiteiten die hebben wat wij in Leiden de unica noemen: kleine opleidingen en vakgebieden, die je nergens anders treft – denk bijvoorbeeld aan de niet-Europese taal- en regiostudies. Ook onze kracht in Den Haag is vrij uniek, en dat geldt ook voor hoe meerdere onderzoeksgroepen ingebed zijn in het Leiden Bio Science Park. We staan er te weinig bij stil welke impact daar kan van uitgaan, dat kunnen we nog beter doen.’

Sarah focust sterk op samenwerken en verbinden. ‘Voor mij draait het om de vraag: wat maakt ons één universiteit, wat betekenen onze kernwaarden naast vrijheid? Dat aspect – vrijheid – hebben we wel goed doorleefd. Maar wat bindt ons? Onze brede basis is een kracht, maar die kunnen we beter benutten door meer te verbinden. We moeten ons niet opsluiten achter facultaire of instituutsmuren, maar samenwerken. En dat kunnen wij als bestuur faciliteren door barrières weg te nemen voor docenten en onderzoekers. Een programma als Academia in Motion helpt daarbij.

Want onderwijs, samenwerking en maatschappelijke impact maken volwaardig deel uit van hoe wij kwaliteit zien. Dat werkt door in aanstellingen, in loopbanen, in beoordelingssystemen, en uiteindelijk in wat studenten hier dagelijks ervaren in hun opleidingen. Een universiteit die haar beste mensen aan zich weet te verbinden doordat zij zich erkend voelen, trekt vervolgens weer de volgende generatie onderzoekers en studenten aan.’

Timo ziet dat ook: ‘Ik vind het belangrijk om nog beter en vooral effectiever samen te werken. En dan bedoel ik ook goede ondersteuning van onderwijs, onderzoek en impact over de grenzen van onze opleidingen, instituten, teams en afdelingen heen. Op het terrein van digitale autonomie, AI en andere uitdagingen is effectief samenwerken ook cruciaal. Deze ontwikkelingen kun je als universiteit niet alleen bijbenen. We zullen dat via samenwerking met andere universiteiten, Surf en Europese partners moeten doen om betere voorwaarden af te dwingen of om kwalitatief goede en betaalbare alternatieven voor Big Tech te ontwikkelen.

Ondanks de discussies over bezuinigingen blijft de financiële en politieke omgeving onzeker. Hoe bewaak je in zo'n context ruimte voor ambitie en vernieuwing? En waar staan we nu?

Luc meent dat problemen van schaarste eigen zijn aan universiteiten. ‘De financiële ruimte die een universiteit krijgt, wordt ten gevolge van haar intrinsieke ambitie altijd meteen weer ingevuld. We willen zoveel doen voor studenten, wetenschap en samenleving dat we dat geld meteen in onderzoek en onderwijs investeren. Dat was in Leuven zo en ik zie dat ook in Leiden: we werken zonder echte marge en dat is op zich mooi. Maar het kan dan wel knellen als een overheid de financiering terugschroeft.

De nieuwe regering heeft beterschap beloofd, maar we weten nog niks zeker. We zijn nog in de onderhandelingsfase en met een minderheidsregering moeten we voorzichtig blijven. Bovendien moeten we in de nabije toekomst rekening houden met een afname van de cohorten 18-jarigen en dus met afname van de instroom van studenten. Gezien ons financieringsmodel zal dat ook impact hebben. We hoeven niet paniekerig te worden, wel moeten we waakzaam zijn en alert blijven. We kunnen dus niet zomaar onze eerdere besluiten over bezuinigingen omkeren, zolang we niet zeker zijn dat er extra middelen komen. We zijn, samen met andere universiteiten, in gesprek met de regering en de ministeries.’

Andere manier van werken

Sarah ziet ook kansen: ‘Mijn ervaring is dat je in tijden van financiële onzekerheid juist ruimte en energie krijgt om te prioriteren. Ruimte voor ambitie maak je door keuzes te maken, en expliciet te zijn over wat je niet doet. De vijftien interfacultaire thema’s bieden ruimte voor vernieuwing: voor investeringen, externe samenwerkingen en nieuwe onderwijsinitiatieven. Belangrijk is het om iedereen te betrekken. Laat mensen zelf ideeën inbrengen en neem de medezeggenschap goed mee. Een gedragen prioritering geeft veel energie en eigenaarschap.

Het vraagt een andere manier van werken. Als je wilt vernieuwen zit dat ook in interfacultair en interdisciplinair werken, en daar moeten wij als bestuurders veel barrières wegnemen, want dat kunnen mensen er niet zomaar bijdoen en dat geeft extra druk. Hoe zorg je dat mensen worden vrijgespeeld om collega’s in andere faculteiten op te zoeken en ook dat ze hiervoor worden erkend en gewaardeerd?’

Timo, verantwoordelijk voor de financiën van de universiteit, sluit zich daarbij aan: ‘Krimpende financiële ruimte dwingt je soms tot lastige keuzes die je eerder uit de weg ging, maar waarvan je weet dat ze uiteindelijk wel nodig zijn om verder te komen. In de nieuwe begroting verdelen we ondanks teruglopende inkomsten voor onderwijs meer middelen aan faculteiten. Daarnaast houden we ruimte voor ambitie en vernieuwing. Zo proberen we ook in het dagelijkse werk enige ruimte in te bouwen voor verbetering en vernieuwing van bijvoorbeeld onze universiteitsbrede dienstverlening. Daar heeft iedereen op lange termijn baat bij, hoewel het op korte termijn extra inspanning en soms ook aanpassing vergt.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.