College van Bestuur verkent aanstelling van twee vicerectoren
Het College van Bestuur verkent de mogelijkheid om twee deeltijdse vicerectoren aan te stellen: een met zwaartepunt onderwijs, een met zwaartepunt onderzoek. In dit artikel geven we een toelichting op deze wens.
De Universiteit Leiden staat voor grote, inhoudelijke uitdagingen in onderwijs en onderzoek. Het gaat bijvoorbeeld om het verantwoord en doordacht inzetten van AI, om levenlang leren (LLO), om samenwerking tussen disciplines, en om deelname aan netwerken als LDE Universities en Horizon Europe, het EU-financieringsprogramma voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie. In faculteiten, directies en expertisecentra gebeurt op deze terreinen al veel goeds. Tegelijk ziet het College van Bestuur dat er veel tijd en energie wegvloeit doordat initiatieven naast elkaar ontstaan, zonder blijvende afstemming over eenheden heen.
Om die reden verkent het CvB aan het begin van zijn mandaat de mogelijkheid om twee deeltijdse vicerectoren aan te stellen: een met zwaartepunt onderwijs, een met zwaartepunt onderzoek. Het gaat om academische collega’s met bestuurlijke ervaring, bij voorkeur uit de eigen wetenschappelijke staf, die in opdracht van het CvB helpen om een aantal belangrijke universitaire dossiers in samenhang op te pakken. De verantwoordelijkheid voor besluiten blijft volledig bij het CvB; de bestaande rollen van faculteiten, directies en expertisecentra blijven zoals ze zijn.
Wat kan een vicerector gaan doen?
Een vicerector Onderwijs kan bijvoorbeeld de ontwikkeling van AI in het onderwijs trekken door samen met opleidingen, faculteiten en directies als SAZ, SOZ en LLInC in kaart te brengen welke initiatieven er al lopen, waar overlap ontstaat, waar afstemming ontbreekt, en welke afspraken nodig zijn zodat iedereen weet waar zij aan toe zijn.
In de praktijk betekent dat mensen en projecten bij elkaar brengen rond dezelfde onderwerpen, verschillen en overeenkomsten zichtbaar maken, en ervaringen uit verschillende delen van de universiteit gebruiken om de koers te bepalen. Daarbij wordt expliciet gekeken naar de samenhang tussen AI‑gebruik, kwaliteit van onderwijs, werkdruk en ondersteuning.
Vormen de vicerectoren een extra bestuurslaag?
De rol van vicerectoren is om gedurende enkele jaren gericht aandacht te geven aan een beperkt aantal onderwerpen die de hele universiteit raken, en om mensen en initiatieven bij elkaar te brengen. Ze doen dat in nauwe samenwerking met de bestaande directies en expertisecentra, die verantwoordelijk blijven voor beleidsondersteuning en uitvoering. Het doel is minder versnippering, duidelijkere afspraken en beter georganiseerde ondersteuning rond thema’s als AI, LLO en grote onderzoeksprogramma’s. De vicerectoren worden geen vierde en vijfde bestuurder. Zij blijven deel uitmaken van de academische gemeenschap en opereren niet als zelfstandige bestuurders op afstand van onderwijs en onderzoek.
Werkt dit niet juist werkdrukverhogend?
Dat zou zo zijn als vicerectoren vooral nieuwe projecten en verplichtingen zouden toevoegen. De inzet is juist om lopende dossiers beter te bundelen, dubbel werk te voorkomen en losse initiatieven samen te voegen. Nieuwe onderwerpen worden alleen in gang gezet als bestaande initiatieven zijn samengebracht of vervangen. Uitgangspunt is dat er geen netto toename van verplichtingen voor docenten en onderzoekers ontstaat.
In plaats van meerdere losse pilots en werkgroepen rondom hetzelfde thema, moet er een duidelijker gezamenlijke richting ontstaan: wie doet wat, welke ondersteuning is er, en hoe sluit dit aan op de universitaire strategie? Dat vraagt van het CvB om scherp te kiezen en altijd de verbinding te maken met de koers van de universiteit.
Waarom investeren in vicerectoren als er ook moet worden bezuinigd?
Een investering in vicerectoren is een bewuste keuze. Grote universitaire dossiers zonder goede afstemming kosten de organisatie uiteindelijk veel tijd en geld door versnippering van de benodigde werkzaamheden. Dat vertaalt zich in hogere druk op docenten, onderzoekers, directies en staf.
Een vicerector die zich enkele jaren richt op een beperkt aantal onderwerpen kan helpen dat te doorbreken door samen met de faculteiten, bestaande directies en centra helder te maken waar de prioriteit ligt, door te zorgen dat initiatieven op elkaar aansluiten, en door het CvB in staat te stellen sneller en beter onderbouwd te beslissen. De verwachting is dat dit zich terugbetaalt in minder verspilling van energie en middelen en meer focus.
Wat is de samenhang met organisatieontwikkeling?
Er loopt nu ook een programma organisatieontwikkeling, dat kijkt naar de inrichting van ondersteuning, processen en bestuurlijke verhoudingen. De verkenning van vicerectoren gaat vooral over de vraag of er genoeg inhoudelijke slagkracht is op enkele onderwerpen die de hele universiteit raken.
De leden van het CvB kiezen er bewust voor om deze verkenning aan het begin van hun mandaat te doen. Juist omdat zij zien hoeveel waardevolle initiatieven rond AI, LLO en samenwerking er al in faculteiten en centra zijn, en hoeveel tijd en energie er verloren lijkt te gaan doordat de verbinding over eenheden heen beter kan.
Vicerectoren veranderen niets aan de formele verantwoordelijkheden van directies en diensten. Ze voegen academische capaciteit toe op een beperkt aantal inhoudelijke dossiers, binnen het geheel dat door organisatieontwikkeling verder wordt aangescherpt.
Hoe wordt deze verkenning verder aangepakt?
Het CvB kiest in deze verkenning voor een stapsgewijze en transparante aanpak. Eerst zijn de inhoudelijke noodzaak en de mogelijke meerwaarde beschreven. Op dit moment worden faculteiten, directies, expertisecentra en medezeggenschap betrokken bij de uitwerking. Pas wanneer dit beeld volledig is en zorgvuldig is besproken, wordt een besluit genomen. De uitkomst van deze verkenning staat niet vooraf vast; ook de conclusie dat andere vormen van academische versterking beter passen, is een reële optie. Als er vicerectoren worden ingesteld, zal het CvB na twee jaar, in samenspraak met de medezeggenschap, expliciet toetsen of zij daadwerkelijk bijdragen aan meer voortgang, minder versnippering en beter georganiseerde ondersteuning op de gekozen onderwerpen.
Hoe wordt de medezeggenschap betrokken?
De wens van het CvB voor twee nieuwe vicerectoren is op 13 juli uitvoerig met de Universiteitsraad besproken. In de cyclus na het zomerreces wordt hieraan een vervolg gegeven.