Universiteit Leiden

nl en

De woede van koningin Elizabeth I was een zorgvuldig uitgedachte tactiek van haar secretarissen

Koningin Elizabeth I liet na haar overlijden meer dan drieduizend brieven na. Waar historici tot nu toe vooral keken naar de honderd exemplaren in haar eigen handschrift, verdiepte promovenda Clodagh Murphy zich juist in de rest. Ze ontdekte een netwerk van illusie en strategie. ‘Elizabeths woede was geen typisch vrouwelijke eigenschap, maar een zorgvuldig uitgedachte tactiek.’

Koningin Elizabeth wordt tijdens haar regeerperiode omringd door een groot ambtenarenapparaat. Onder leiding van Francis Walsingham verzorgen scribes het leeuwendeel van haar correspondentie, ook als die op het eerste gezicht persoonlijk lijkt. ‘We hebben bijvoorbeeld een brief van Elizabeth aan haar zus Mary, koningin van Schotland, die op dat moment in gevangenschap verblijft’, vertelt Murphy. ‘In de brief dringt Elizabeth aan op verzoening. Je kunt dat lezen als een teken dat zowel Mary als Elizabeth op dat moment de gespannen verstandhouding wilde verbeteren, maar in werkelijkheid is die verzoenende toon er zorgvuldig in geschreven door Walsingham, die hoopte dat Mary hierdoor zou handelen in het belang van de Engelse regering.’

Murphy weet dat, doordat ze tijdens de afgelopen jaren 550 brieven analyseerde uit 1581-1590, Walsinghams laatste decennium als principal secretary. Door de verschillende versies van de brieven naast elkaar te leggen, werd duidelijk hoeveel strategie er aan Elizabeths communicatie ten grondslag lag, ook als die ogenschijnlijk persoonlijk en emotioneel is. ‘Elizabeth is door historici lang neergezet als iemand met een zeer opvliegend karakter’, zegt Murphy. ‘Ze zou buitensporig emotioneel en irrationeel zijn. Wanneer je naar de ontstaansgeschiedenis van de brieven gaat kijken, blijkt dat een misogyne interpretatie. Elizabeths mannelijke scribes zetten die emotie juist soms bewust in als retorische strategie.’

Vluchteling als scribe

Naast de strategie die de scribes hanteerden, ontdekte Murphy ook wie deze ambtenaren waren en welke brieven ze schreven. Hoewel veel van de brieven voor het ongetrainde oog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, lukte het Murphy door een combinatie van computationele analyse, nauwgezette forensische handschriftanalyse en speurwerk in archieven om stilistische patronen te ontdekken, waardoor aan het licht kwam welke schrijver verantwoordelijk was voor bepaalde passages in de brieven.

‘Een van de opvallendste ontdekkingen is dat een van de scribes, John de Cárdenas is,’ vertelt Murphy, ‘een Spaanse vluchteling. Hij schreef brieven van de koningin, werd zelfs vertrouwd met staatsgeheimen, en dat allemaal in een periode dat Engeland officieel in oorlog is met Spanje.’

Mogelijk droeg De Cárdenas bij aan die oorlog door inlichtingen te verzamelen in het buitenland. ‘Hij is in 1589 onder onduidelijke omstandigheden naar Marokko gestuurd’, vertelt Murphy. ‘Het gebrek aan officiële instructies zou erop kunnen wijzen dat hij daar in de hoedanigheid van spion was, net als het feit dat hij als enige secretaris een schuilnaam gebruikte, ‘Ciprian’. Tegelijkertijd moet hij dan wel een enorm goede spion zijn geweest, want meer bewijs lijkt niet te vinden. Zijn positie als scribe en vertrouweling van Walsingham laat vooral zien hoezeer Engeland is gebouwd op de inspanningen van migranten.’

Murphy’s promotietraject maakt deel uit van het FEATHERS-project, een onderzoek onder leiding van hoogleraar Nadine Akkerman naar de productie van teksten als gezamenlijke of 'gesocialiseerde' onderneming met secretarissen en schrijvers die fysiek schreven wat de auteur dicteerde.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.