Universiteit Leiden

nl en

NSE 2026: Leidse studenten tevreden over opleiding, met aandacht voor welzijn en aansluiting beroepspraktijk

Studenten van de Universiteit Leiden zijn ook in 2026 overwegend positief over hun opleiding en studieomgeving, blijkt uit de resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE). Tegelijkertijd blijft aandacht nodig voor contact met de beroepspraktijk en ondersteuning van studenten die belemmeringen ervaren tijdens hun studie.

Aan de Universiteit Leiden vulde 23 procent van de studenten de NSE dit jaar in. Zij zijn tevreden over de mate waarin zij tijdens hun opleiding algemene en wetenschappelijke vaardigheden ontwikkelen. Met gemiddelde scores van 3,9 uit 5 laten de resultaten een stabiel en positief beeld zien. De universiteit heeft zich de afgelopen jaren ingezet op het versterken van arbeidsmarktgerichte vaardigheden binnen de curricula. Hoewel dit zich nog niet volledig vertaalt in hogere beoordelingen, zijn ook deze resultaten wel stabiel.

Contact met de beroepspraktijk blijft aandachtspunt

Het contact met de beroepspraktijk wordt opnieuw lager beoordeeld dan andere onderdelen binnen het vaardighedenthema. Leidse studenten zijn hierover gemiddeld neutraal, met een score van 3,19. Dat is iets lager dan het gemiddelde van andere brede universiteiten en het landelijke gemiddelde binnen het wetenschappelijk onderwijs. De universiteit blijft daarom monitoren hoe studenten deze aansluiting ervaren en welke verdere verbeteringen mogelijk zijn.

Positieve signalen rond welzijn

Voor het tweede jaar op rij bevatte de NSE een uitgebreid welzijnsblok. De resultaten laten zien dat het algemeen welbevinden van studenten licht is gestegen ten opzichte van vorig jaar en stabiel blijft rond een cijfer van 7 uit 10. Studenten beoordelen daarnaast de aandacht die de universiteit heeft voor hun welzijn als voldoende en iets positiever dan in 2025. Ook weten zij over het algemeen goed waar zij terecht kunnen voor ondersteuning en advies.

Deze uitkomsten zijn bemoedigend, ook omdat in eerdere metingen veel studenten lieten weten behoefte te hebben aan extra ondersteuning op het gebied van welzijn en mentale gezondheid. De resultaten doen vermoeden dat de inspanningen die de afgelopen jaren op dit terrein zijn geleverd, zichtbaar worden voor studenten.

Studiebegeleiding gewaardeerd, ondersteuningsbehoefte blijft groot

De tevredenheid over studiebegeleiding blijft in 2026 stabiel. Studenten zijn nagenoeg tevreden over de begeleiding die zij ontvangen. Mogelijk dragen de investeringen in extra studieadviseurs, die in het kader van de kwaliteitsafspraken zijn gedaan, bij aan deze positieve ontwikkeling.

Tegelijkertijd geeft nog altijd zo’n 53 procent van de studenten aan behoefte te hebben aan meer ondersteuning vanuit de universiteit. Dat aandeel is weliswaar lager dan in 2025, maar laat zien dat er blijvende vraag is naar aanvullende begeleiding. Onder studenten die onder bijzondere omstandigheden studeren, worden angst en stress, concentratieproblemen, energieniveau, sociale vaardigheden en prikkelgevoeligheid het vaakst genoemd als belemmeringen tijdens de studie.

Studenten voelen zich thuis

Ook op het gebied van inclusie en gelijke behandeling laten de resultaten een positief beeld zien. Studenten kunnen zichzelf zijn binnen de universiteit en voelen zich thuis binnen hun opleiding. De scores zijn vergelijkbaar met die van andere universiteiten en blijven stabiel ten opzichte van eerdere jaren.

Tegelijkertijd bieden de resultaten aanleiding om verder te onderzoeken hoe verschillende groepen studenten hun studieomgeving ervaren. Een analyse van open antwoorden en aanvullende signalen kan helpen om beter zicht te krijgen op ervaringen die minder zichtbaar zijn in de gemiddelden, en om verdere stappen te zetten richting een inclusieve leeromgeving voor alle studenten.

Aanknopingspunten

De NSE-uitkomsten bieden waardevolle aanknopingspunten om de kwaliteit van onderwijs en studenteondersteuning verder te versterken. In de komende tijd worden de uitkomsten verder besproken met de faculteiten en de Universiteitsraad.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.