Anne-Isabelle Richard: ‘Juist in dit vakgebied is gelijkwaardige samenwerking van belang’
Universitair docent Anne-Isabelle Richard ontvangt maar liefst drie verschillende beurzen voor onderzoek naar en onderwijs over de betrekkingen tussen Europa en Afrika.
Kort na de Tweede Wereldoorlog was regionale samenwerking een hot topic. In 1948 werden in West-Europa, Oost-Afrika en het Caribisch gebied regionale universiteiten opgericht. Doel: de regio verbinden en toekomstige leiders opleiden. Interessant, vond Richard. ‘Je kunt dit als politicus of bestuurder wel bedenken, maar mensen gaan natuurlijk heel vaak iets anders doen dan je hoopt.’
Bijna tachtig jaar later zijn er grote verschillen, zowel in hoe de universiteiten zich hebben ontwikkeld als de vormen die de regionale samenwerking heeft aangenomen. Richard: ‘Ik wil weten hoe die variatie werkt. Waarom zijn de resultaten zo verschillend?’
Virtuele internationale samenwerking
Een VIS-subsidie maakt het mogelijk dat Richard haar studenten bij dit onderzoek betrekt. ‘Die beurs is bedoeld om samen met collega’s elders in de wereld, in mijn geval Oost-Afrika en de Caraïben, een vak te ontwikkelen, waarin de studenten online samenwerken. ‘In dit geval willen we samen met studenten kijken naar de relatie tussen onderwijs, staat en regiovorming. De beurs geeft de mogelijkheid om zowel de wetenschappelijke kant als praktische zaken te ontwikkelen. Als je studenten uit verschillende regio’s samen wil brengen, wat is dan een handig tijdstip, wat zijn voor ieder toegankelijke online platformen? Hoe werken andere onderwijssculturen en docent-studentrelaties?’
‘Juist in dit veld is het belangrijk om gelijkwaardig samen te werken, te ontdekken hoe je elkaar op een gelijkwaardige manier kunt steunen en vooruithelpen.’
Jean Monnet-beurs
Daarom schreef ze mee aan een aanvraag voor de Jean Monnet-beurs. ‘Die wordt getrokken door Leuven, met zeventien partners in Europa en Afrika’, vertelt ze. ‘Samen willen we de relatie tussen de African Union en de Europese Unie verkennen en onderzoeken hoe je daar vanuit verschillende kanten kennis samen kunt brengen. Je ziet dat de EU echt probeert om een inclusief narratief te hanteren, maar dan wordt er toch weer een woord uit de koloniale tijd gebruikt dat verkeerd valt in Afrika. Juist als geesteswetenschapper kun je daar een rol in hebben. In het project gaan we daarom ook twee zomerscholen voor promovendi organiseren: een bij ons in Leiden, een in Kaapverdië.’
Transatlantic Platform
En dan is er nog Richards derde project, waarvoor ze een beurs krijgt van het Transatlantic Platform: ‘Internationale betrekkingen krijgen natuurlijk niet alleen vorm door politiek’, vertelt ze. ‘Het maatschappelijk middenveld is minstens even belangrijk. Daarom kijken we voor dit derde project naar het vertrouwen dat internationale organisaties en burgers in elkaar hadden en hoe ze daar eventueel verandering in hebben willen brengen. Welke golfbewegingen zijn daar geweest in de twintigste eeuw? We werken daarvoor samen met een team uit Engeland, de VS, Canada, Zwitserland en mijzelf.’
Druk, maar leuk
Met al die internationale beurzen en projecten is Richards agenda de komende jaren goed gevuld. ‘Natuurlijk is het druk, maar het is fijn dat het allemaal teamwork is. Op die manier inspireer je elkaar en leer je van elkaar.’