Universiteit Leiden

nl en

Vinden en regelen

Hoe vind je een stage of onderzoeksproject en wat moet je daarvoor verder regelen?

Op het tabblad van je faculteit of opleiding lees je wat je moet doen om een stage of onderzoeksproject te vinden en wat je daarvoor verder moet regelen. Er zijn ook regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten, die vind je in de Agenda.

Heb je vragen? Neem dan contact op met je stage- of onderzoekscoördinator.

Tijdens een stage ga je aan de slag bij een organisatie. Zo krijg je de kans om in de praktijk te brengen wat je hebt geleerd. Je wordt begeleid door een stagedocent en een stagebegeleider. Samen met hen geef je vorm aan jouw stageopdracht.

Oriënteer je op de mogelijkheden

Heb je vragen over stage lopen? Tijdens onze stagevoorlichtingen ontdek je:

  • Wat je wilt en wat bij je past
  • Hoe je een goede stageplek vindt
  • Hoe je solliciteert
  • Wat je moet doen als je een stageplaats hebt gevonden 
  • Hoe de goedkeuringsprocedure voor een stage verloopt 
  • Hoe je je stage succesvol afrondt

Ook kun je vragen stellen aan de stagecoördinator en oud-stagiairs.

Check de randvoorwaarden en eisen

In de Regeling stage in de bachelor en Regeling stage in de master en research master vind je alle informatie over de eisen die we stellen aan stageopdrachten, hoe je beoordeeld wordt en wat jouw verantwoordelijkheden zijn.

Vind je stageplek

Je bent zelf verantwoordelijk voor het vinden van een stageplaats. Of dat nu in Nederland is, of in het buitenland. Begin ruim op tijd met het plannen van je stage. De Studenten Loopbaan Service helpt je graag op weg.

Informeer de universiteit

Stageplek gevonden? Gefeliciteerd. Meld dit zo snel mogelijk per e-mail aan de Studenten Loopbaan Service. Ga ook direct op zoek naar een stagedocent – bij voorkeur iemand met de meeste kennis over het vakgebied van je stage. Je kunt voor advies hierover ook terecht bij de studiecoördinator. 

Schrijf een stageplan

Voordat je op stage gaat, maak je een helder stageplan. Hierin staat welke werkzaamheden je gaat uitvoeren, wie je begeleiders zijn en welke leerdoelen je hebt. Bij het schrijven van je stageplan maak je gebruik van het facultaire format. De stagedocent, stagebegeleider en stagecoördinator moeten hun handtekening zetten onder jouw stageplan.

In het stageplan beschrijf je je stageopdracht en alle verdere aspecten die betrekking hebben op de stage. Je gebruikt hiervoor het facultaire sjabloon.

Aan de slag

  1. Eerst stel je zelf een concept stageplan op. De stageopdracht bespreek je van te voren met de stage-instelling en je stagedocent. Je beschrijft je stageopdracht in je stageplan.
  2. Voordat je begint aan je stage, moet het stageplan ondertekend worden door de stagedocent, de stagebegeleider en de facultaire stagecoördinator.
  3. Daarna wordt het door de Studenten Loopbaan Service naar de examencommissie gestuurd, die officieel toestemming voor de stage moet geven. Pas als je die toestemming hebt, kan je stage beginnen.

Stageopdracht

Elke stage bevat een stageopdracht op passend academisch niveau, bijvoorbeeld een onderzoek of een zelfstandig uit te voeren project. De stageopdracht wordt vormgegeven in overleg met de stage-instelling en stagedocent. De stage-instelling stelt je in de gelegenheid tijd te besteden aan het uitvoeren van de stageopdracht en het schrijven van het afgesproken eindproduct.

Leerdoelen

Elke student heeft zijn eigen redenen waarom hij een stage wil gaan volgen, bijvoorbeeld oriëntatie op de arbeidsmarkt of het leren toepassen van de kennis en/of vaardigheden die hij tijdens de studie heeft opgedaan. De doelstellingen zijn hieronder in algemene termen geschreven.

Leerdoelen:

  1. Vergroten van kennis en inzicht in het eigen vakgebied;
  2. Toepassen en uitbreiden van de tijdens de opleiding opgedane vaardigheden in de beroepspraktijk;
  3. Ontwikkelen en verbeteren van competenties die relevant zijn voor de latere loopbaan, bij voorkeur in relatie tot de opleiding;
  4. Verzamelen en analyseren van gegevens en/of bronnen waarmee een oordeel wordt gevormd dat is gebaseerd op het afwegen van wetenschappelijke, sociaal-maatschappelijke en/of ethische aspecten;
  5. Toepassen en uitbreiden van de communicatievaardigheden die nodig zijn om kennis en ideeën over te dragen aan specialisten en niet-specialisten;
  6. In staat zijn om samen te werken door inzichtelijk te maken wat de bijdrage van het eigen vakgebied is aan de oplossing van een (wetenschappelijk) probleem;
  7. Oriënteren op of kennismaken met het toekomstige werkveld;
  8. Vertrouwd raken met werken binnen een professionele werkomgeving;
  9. Leggen van professionele contacten die bijdragen aan een soepeler overgang van de studie naar de arbeidsmarkt.

In het stageplan maak je een beargumenteerde keuze uit bovenstaande leerdoelen. Je kiest hierbij voor de aspecten die jij belangrijk vindt bij je stage en waar jij tijdens je stage de nadruk op wilt leggen. Het is dus de bedoeling dat je op basis van bovenstaande, abstracte leerdoelen een aantal persoonlijke, concrete en helder geformuleerde leerdoelen in je stageplan opstelt.

Stage lopen als onderdeel van je opleiding

Het is van belang dat je stage in het grotere geheel van je opleiding past. Zorg ervoor dat dit ook in je stageplan staat aangegeven.

Er zijn drie mogelijkheden:

  • als verplicht onderdeel binnen het studieprogramma, het stageplan moet worden goedgekeurd door de examencommissie;
  • als onderdeel van een keuzeruimte, bijvoorbeeld de vrije keuzeruimte in de bachelor of een optional course in de master. Indien het om een individuele invulling van de keuzeruimte gaat (dus niet een stage in een universitaire minor!), dan zal de examencommissie met het stagevoorstel altijd ook een voorstel voor de gehele vrije-keuzeruimte willen zien. De aanvraag voor de invulling van de gehele vrije-keuzeruimte regel je via je studiecoördinator, de inhoudelijke aanvraag voor goedkeuring voor de stage middels het stageplan regel je via de stagecoördinator. Soms biedt het goedgekeurde programma (zie e-studiegids) de mogelijkheid om een aantal EC ’s in te vullen met een stage. Ook dan heeft de stage het akkoord van de examencommissie nodig;
  • als extra-curriculair onderdeel. Ook dan is het akkoord van de examencommissie nodig.

Stage binnen de Universiteit Leiden

Het is mogelijk om een stage bij de Universiteit Leiden te doen. Het gaat hier altijd om een onderzoeksstage, en niet om, bijvoorbeeld, het geven van werkgroep onderwijs. Je draagt door middel van een eigen (deel)onderzoek bij aan het grotere onderzoek van een van je docenten; met het oog op de beoordeling van je stage is er dan altijd een eigen “product”. De docent/onderzoeker fungeert namens de universiteit als stagebegeleider. Een andere docent neemt de rol van stagedocent op zich.

Let op: een stage is geen onderdeel van je scriptie!

De stage is geen (extern) scriptieonderzoek. Een stage is een op zichzelf staand onderdeel van het onderwijs met vaste richtlijnen en specifieke leerdoelen. Je kunt de uitkomsten van het stageonderzoek eventueel wel gebruiken als één van de bronnen voor het bachelor-eindwerkstuk of de masterscriptie. De stage wordt apart van het eindwerkstuk of de masterthesis beoordeeld volgens de voor de stage geldende richtlijnen. Studiepunten die je verdient met een stage kun je niet (gedeeltelijk) opnieuw gebruiken voor je eindwerkstuk of thesis.

Neem tussentijdse evaluatie op in je stageplan

Als je je stage in Nederland doet, komt je stagedocent je in de tweede helft van de stage bezoeken op de stage-instelling. Er wordt dan een voortgangsgesprek gehouden tussen jou, de stagebegeleider en je docent. Neem de tussentijdse evaluatie op in je stageplan bij de afspraken met de stagedocent. 

Bij stages in het buitenland is dit natuurlijk niet mogelijk. Dan bespreken je stagebegeleider en stagedocent (samen met jou) je voortgang minimaal één keer per telefoon of Skype.

Vraag goedkeuring

Voordat je met de stage mag beginnen, moet deze zijn goedgekeurd door de examencommissie van je opleiding. Je moet daarom je stageplan bij de facultaire stagecoördinator inleveren, ruim 2 weken voordat je wilt starten met je stage. Ben je te laat? Dan loop je het risico dat je niet met je stage kunt beginnen.

Let op: wil je een stage starten in juli, augustus en september? Dan moet je je stageplan laten goedkeuren voor 1 juli. Ga je starten in januari? Dan heb je goedkeuring nodig voor 1 december.

Regel de stageovereenkomst

Voordat je start met je stage moet je een stageovereenkomst ondertekend hebben. Hierin zijn al je rechten en plichten als stagiair vastgelegd. Ook staat hierin of je in aanmerking komt voor een stagevergoeding.

  • Vraag of het bedrijf of de organisatie waar je stage gaat lopen een eigen stageovereenkomst heeft.
  • Als het bedrijf geen eigen stageovereenkomst heeft, dan wordt door de Studenten Loopbaan Service een stageoverenkomst opgesteld. Lever hiervoor per e-mail de juiste gegevens aan.
  • Laat de facultaire stagecoördinator de stageovereenkomst controleren en namens de faculteit ondertekenen. Dit kan nadat je groen licht hebt gekregen van de examencommissie.
  • Lever de overeenkomst in bij de Studenten Loopbaan Service. Deze moet ondertekend zijn door de facultaire stagecoördinator, de stagebegeleider en jouzelf.

Schrijf een stageverslag

Na afloop van en tijdens je stage schrijf je een stageverslag. Hierin beschrijf je wat je hebt gedaan en geleerd.

Na afloop van je stage schrijf je een stageverslag. Een bijlage hierbij is het eindproduct van je stageopdracht die je tijdens je stage verricht hebt. Het schrijven van het stageverslag is onderdeel van de stage en valt binnen de stageduur. Dat betekent dat de stage-instelling je tijdens de stage tijd moet geven om je eigen stageopdracht uit te voeren, je eindproduct te maken en het stageverslag te schrijven.

Inhoud van het stageverslag

In het stageverslag neem je de volgende onderdelen op:

  1. Een beschrijving van de stagewerkzaamheden;
  2. Een beschrijving van de afdeling en/of organisatie;
  3. Reflectie op de vooraf gestelde leerdoelen;
  4. Reflectie op een vervolgstudie (vooral bij een stage in de bachelor)
  5. Reflectie op je eigen kennis, vaardigheden en competenties met betrekking tot de arbeidsmarkt en je toekomstige loopbaan;
  6. Reflectie op de persoonlijke ontwikkeling.

Aanvullende eisen stageverslag

Hou rekening met de volgende eisen bij het schrijven van je stageverslag.

  • Het stageverslag wordt geschreven in het Nederlands of in het Engels, tenzij dit vooraf anders wordt afgesproken en vastgelegd in het stageplan. 
  • Het stageverslag staat los van het ‘eindproduct’ van je stage. Met het eindproduct van je stage wordt in principe het verslag bedoeld van de stageopdracht die je tijdens je stage hebt uitgevoerd. In geval van een immaterieel eindproduct (bijvoorbeeld een georganiseerd festival of congres) beschrijf je in een bijlage bij het stageverslag de totstandkoming en de evaluatie ervan. 
  • Het eindproduct van de stage en eventuele andere relevante documenten worden als bijlage bij het stageverslag gevoegd.

Het inleveren van je stageverslag

  • Als je je stageverslag en het eindproduct van de stageopdracht af hebt, laat je het eerst lezen door je stagebegeleider.
  • Als de stagebeleider het eens is met de inhoud, lever je het verslag in bij je stagedocent.
  • De uiterste inleverdatum van het stageverslag is 15 dagen na de laatste stagedag, tenzij je in het stageplan iets anders hebt afgesproken. Na deze termijn wordt het verslag niet meer nagekeken (en krijg je dus geen EC meer voor de stage), tenzij de examencommissie toestemming geeft om het stageverslag later in te leveren.
  • Je stagedocent kijkt het verslag binnen 15 dagen na. Als de stagedocent niet in staat is om het stageverslag binnen de gestelde termijn na te kijken, dan krijg je dat zo snel mogelijk van je stagedocent te horen.
  • Je krijgt je cijfer voor de stage tijdens een eindgesprek met de stagedocent. Als basis voor het gesprek dienen het stageverslag (incl. bijlagen) en de evaluatie van de stagebegeleider. Die laatste vult hiervoor een standaardformulier in, dat hij naar je stagedocent stuurt. De beoordeling van de stagebegeleider van je functioneren tijdens de stage wordt meegewogen in de eindbeoordeling.

Rond je stage af

Om de stage succesvol af te ronden, moet je een voldoende scoren voor je stageverslag én goed gefunctioneerd hebben tijdens je stage. Je krijgt je cijfer tijdens een gesprek met de stagedocent. Als basis voor het gesprek dienen je stageverslag en de evaluatie van je stagebegeleider. De stagedocent hanteert vaste beoordelingscriteria.

Om de stage succesvol af te ronden moet je minimaal een voldoende scoren voor het stageverslag (incl. de bijlagen) en het functioneren tijdens de stage. Zie ook de aspecten waarop je stage beoordeeld wordt. Als de docent je een onvoldoende geeft voor het stageverslag, krijg je eenmalig de gelegenheid dit onderdeel op basis van de feedback van de stagedocent te verbeteren. Het cijfer wordt als onvoldoende in uSis ingevoerd. Je kunt een verbeterde tweede versie maken, die de status heeft van een herkansing. Deze tweede versie moet je binnen 15 dagen inleveren. Als je nogmaals een onvoldoende krijgt of als je de tweede versie niet op tijd inlevert, krijg je voor je stage een onvoldoende. 

Als de stagedocent het stageverslag heeft goedgekeurd en de stage heeft beoordeeld, lever je het stageverslag en het ingevulde ‘evaluatieformulier stage voor student’ in bij de Studenten Loopbaan Service. Ook stuur je het definitieve stageverslag naar de stagebegeleider van de stage-instelling.

Eind evaluatie en beoordeling 

Je krijgt je cijfer voor de stage tijdens een gesprek met de stagedocent. Als basis voor het gesprek dienen het stageverslag (incl. bijlagen) en de evaluatie die de stagebegeleider van je werkplek over je prestaties gegeven heeft. De stagebegeleider vult hiervoor een standaardformulier in, dat hij naar je stagedocent stuurt, naar aanleiding van je eindgesprek op de stage. De beoordeling van de stagebegeleider van je functioneren tijdens de stage wordt meegewogen in de eindbeoordeling.

Tijdens het eindgesprek op de universiteit geeft de stagedocent een beoordeling in cijfers voor de stage 
De volgende aspecten weegt je docent mee in de beoordeling:

  1. Communicatie: je communicatie voorafgaand, tijdens en na afloop van de stage met zowel je stagedocent als je stagebegeleider; 
  2. Voorbereiding van de stage: de totstandkoming van het stageplan en andere voorbereidende werkzaamheden; 
  3. Functioneren tijdens de stage: gebaseerd op de beoordeling van je stagebegeleider, de tussenrapportages die je tijdens de stage aan je stagedocent hebt gestuurd en het oordeel dat je docent gevormd heeft van je functioneren tijdens het tussentijdse bezoek (bij een stage in Nederland) of telefonisch overleg (bij een stage in het buitenland); 
  4. Stageverslag: de inhoud en kwaliteit van het stageverslag. 
  5. Eindproduct: de kwaliteit van het eindproduct dat de stage heeft voortgebracht en de beschrijving hiervan. 

Het kan voorkomen dat je tijdens de stage besluit dat je langer bij je stage-instelling zou willen blijven. In dat geval moet je hiervoor een apart verzoek bij de examencommissie indienen.

  • Dit verzoek moet minimaal drie weken voor het ingaan van de gewenste verlenging via de Studenten Loopbaan Service bij de examencommissie ingediend worden.
  • In dit verzoek zet je de reden van het verzoek tot uitbreiding uiteen. Verlenging van de stage wordt alleen toegestaan op inhoudelijke gronden (bijvoorbeeld als je nog meer tijd nodig hebt om je stageopdracht af te ronden of als een project waar je bij betrokken bent nog niet afgelopen is). Eventuele extra EC 's bij een langere stageduur kunnen mogelijk extra-curriculair bijgeschreven worden op je diplomasupplement. Hier beslist de examencommissie over.
  • Aanvraag voor verlenging gaat volgens dezelfde procedure en inclusief dezelfde handtekeningen naar de examencommissie als het (eerste) stageplan.

Vragen?

Heb je een vraag of heb je advies nodig? De stagecoördinatoren staan voor je klaar.

Let op: voor informatie over een onderzoeksproject moet je bij je opleiding zijn. Staat er geen informatie op het tabblad van je opleiding? Neem dan contact op met je studiecoördinator.