Universiteit Leiden

nl en

Schrijven van papers en scriptie

Als je een paper gaat schrijven, maak je gebruik van de inzichten die je tijdens de colleges en je studie tot nu toe hebt opgedaan. Daarnaast maak je soms ook gebruik van literatuurstudie of doe je eigen onderzoek waarover je schrijft.

Het schrijven van een interessant stuk, dat aan de criteria voor wetenschappelijk niveau voldoet en toch voor de gemiddelde lezer prettig leesbaar is, is één van de belangrijkste zaken die je leert als je een academische opleiding volgt.

Facultaire reglementen

Papers en scripties moeten voldoen aan de facultaire reglementen. Daarnaast zijn de regels op plagiaat en wetenschappelijke integriteit van toepassing. Zie de reglementen rechts voor meer informatie.

Verzoek tot aanwijzen thesisbegeleider

De opleiding zorgt ervoor dat elke student een begeleider van de master-thesis of bachelor-eindwerkstuk krijgt; de examencommissie wijst deze aan als eerste beoordelaar hiervan. 

Per opleiding verschilt het proces van toewijzing. Raadplaag hiervoor de cursusbeschrijving van de master thesis of het bachelor-eindwerkstuk in e-Studiegids.

Schrijfhulp nodig? Kom naar het Schrijfcentrum!

Heb je behoefte om een academische schrijfopdracht (eindwerkstuk, paper of anderszins) te bespreken met een tutor? Doe dan een beroep op het Schrijfcentrum

Facultair scriptieseminar

Voor studenten die door omstandigheden het scriptieseminar binnen hun opleiding niet kunnen volgen is er in semester 1 een facultair scriptieseminar.

Het scriptieseminar zal beginnen in de week van  11 september (week 37). Schrijf je van tevoren in via uSis (code 5003VSCRSW). Informatie over de tijden en locaties staan op het rooster voor semester 1.

Het seminar zal in principe gegeven worden in het Nederlands. Als je het seminar wilt volgen maar onvoldoende Nederlands spreekt, of je scriptie in het Engels schrijft, neem contact op met de docent, dr. Grace Rowicka, via eav@hum.leidenuniv.nl.

Voor het begin van het seminar: Neem tijd om na te denken over je scriptieonderwerp. Welk college vond je het meest interessant? Welk onderwerp heeft jou aangegrepen? Welke vragen zijn onbeantwoord gebleven tijdens het college? Het is ook aan te raden om je beoogde begeleider te benaderen en na te gaan of die jou kan begeleiden. Zo kan het scriptieseminar je het beste helpen om na de zomer goed van start te gaan.

Naar een goed eindwerkstuk

Het scriptieseminar bestaat uit een aantal bijeenkomsten, elk met een thema: een stap in het schrijfproces, of een bekend knelpunt. Aan het begin van het traject zijn er wekelijkse bijeenkomsten om je te helpen je onderzoeksplan en je scriptieplan te schrijven. In de volgende fase ga je je plan uitvoeren. Je hebt in de eerste plaats contact met je eigen begeleider, en daarnaast is er elke maand een bijeenkomst van het seminar. Tijdens de afsluitende bijeenkomst presenteren alle studenten kort de uitkomsten van hun onderzoek.

Het scriptieseminar is een aanvulling op, en geen vervanging van, de begeleiding vanuit de opleiding. Het seminar biedt geen inhoudelijke begeleiding, maar ondersteuning bij het schrijfproces. Er vindt geen beoordeling plaats; de verantwoordelijkheid voor inhoud en beoordeling ligt bij de begeleider vanuit de opleiding. Wel zal de docent van het scriptieseminar contact houden met jouw begeleider.

Beoordelingsformulieren

Handleiding schriftelijk werkstuk

Tools voor Turkish Studies

Transcriptie systeem van het Perzisch

Transcriptie systeem van het Arabisch

Gebruik voor je transcriptie van de Arabische letters het unicode font Times extended dat je gratis van het internet kunt downloaden. Het volgende transcriptie systeem is gebaseerd op het systeem dat door de EI en in Hans Wehr’s woordenboek gehanteerd wordt. Transcriptie van Arabische tekst is in de pausale vorm (behalve koranische citaten die met volledige i‘rāb geschreven dienen te worden).

Voor de transcriptie van individuele letters, zie de tabel. 

Verder gelden de volgende regels:

  • De alif van het lidwoord al- wordt niet geschreven na een klinker (fī l-baytwa-l-rajul).
  • De lām van al- wordt niet geassimileerd aan de volgende medeklinker.
  • Hamza aan het begin van een woord wordt niet geschreven (islām niet ’islāmilā niet ’ilā, maar wel ra’s).
  • Tā’ marbū  a wordt weergegeven met a (niet ah) en in de status constructus als -at.
  • De bijvoegelijke yā’ gevolgd door tā’ marbū  a wordt weergegeven door –iyya.
  • Nisba’s worden als –iyya geschreven. 

* Op inhoudelijke gronden kan een ander transcriptie systeem gehanteerd worden na goedkeuring van de docent.

Voorbeelden van eindwerkstukken

The political legacy of the Lebanese National Movement: The failure of a secularist political project and the rebirth of political particularism.

8 september 2012 ontving Farah Bazzi de eerste Midden-Oostenstudies scriptieprijs in het Snouck Hurgronjehuis voor haar BA-scriptie, getiteld "The political legacy of the Lebanese National Movement: The failure of a secularist political project and the rebirth of political particularism".

Libanon heeft sinds haar onafhankelijkheid van Frankrijk in 1943 een turbulente geschiedenis doorgemaakt waarbij binnenlandse en buitenlandse conflicten vaak intern op een gewelddadige wijze werden bevochten. De oorzaak van de binnenlandse problematiek wordt vaak toegeschreven aan het sektarische politieke- en bestuurlijke systeem (Ar. ta’ifiyya) waarin 18 verschillende religieuze sektes dienen te worden gerepresenteerd. Deze confessionele gemeenschappen en hun leiders zijn vaak ideologisch en in sommige gevallen ook financieel-economisch verbonden aan externe actoren die hen zowel op het gebied van de binnenlandse- als de buitenlandse politiek trachten te beïnvloeden om zo hun belangen te behartigen. Dit creëert een situatie waarbij Libanon vaak het ‘toneel’ wordt waarop buitenlandse conflicten en proxy wars worden uitgevochten.

In mijn scriptie heb ik voornamelijk getracht de ontwikkeling van dit Libanese politieke conflict te schetsen. Dit heb ik gedaan aan de hand van een vergelijking tussen twee oppositiekrachten, de links-seculiere  Libanese Nationale Beweging (Ar. al- araka al-Wa aniyya al-Lubnāniyya, 1969-1982) en de 8 Maart coalitie (Ar. 8 Azār, 2005-heden), uit de Libanese contemporaine geschiedenis. Beide oppositiebewegingen heb ik in mijn scriptie met elkaar vergeleken met betrekking tot hun visie op de toekomst van de sektarische Libanese staat en hun visie op de regionale politieke betrekkingen. Aan de hand van deze vergelijking ben ik in staat geweest om de grote ontwikkelingen in de Libanese politiek duidelijk naar voren te brengen en te benoemen. Waar de Libanese Nationale Beweging voornamelijk een links-seculiere koers vaarde in de jaren ’70 en ‘80 ziet men dat de 8 Maart coalitie, geleid door Hezbollah, de afgelopen zeven jaar voornamelijk particularistische politiek bedrijft. Wat deze oppositiebewegingen wel met elkaar gemeen hebben is het gegeven dat zij beide deel uitmaken van een grote regionale politieke alliantie die voornamelijk een anti-Amerikaanse en anti-Israëlische agenda nastreeft. In het geval van de LBN was dat de pan-Arabische koers en in het geval van de 8 Maart coalitie is dat de Syrische- Iraanse alliantie.

In mijn scriptie ben ik tevens tot de conclusie gekomen dat het politieke conflict in Libanon, in tegenstelling tot wat vele academici beweren, niet gekarakteriseerd kan worden als een conflict tussen ‘christenen’ en ‘moslims’. Beide oppositiekrachten hadden namelijk zowel een islamitische- als een christelijke achterban. Uit mijn scriptie is voornamelijk gebleken dat het conflict in Libanon zowel politieke (sektarische systeem)- als sociaaleconomische (de economische achtergesteldheid van confessionele gemeenschappen) oorzaken heeft.

In April ben ik naar Libanon afgereisd om daar als affiliate aan the American University of Beirut onderzoek te verrichten. In de bibliotheek van deze universiteit heb ik een groot deel van zowel mijn primaire- als secundaire bronnenmateriaal verzameld.  Ook heb ik in Libanon diverse gesprekken gevoerd met academici, zoals de historicus Fawaz Traboulsi, en voormalig leden van de Libanese Nationale Beweging.

‘Mensen kunnen worden teruggestuurd naar landen waar ze niet vandaan komen’

Het ‘taalanalysegehoor’ op basis waarvan de Immigratie- en Naturalisatiedienst probeert te bepalen waar een asielzoeker zonder papieren vandaan komt, voldoet niet aan de eisen van betrouwbaarheid en validiteit. Dat onderbouwt Joachim Detailleur, student Arabisch, in zijn doctoraalscriptie die gewaardeerd werd met een 9. Op 1 november kreeg hij zijn diploma.

Zweeds exportproduct

Asielzoekerscentrum in Zeewolde.
Asielzoekerscentrum in Zeewolde

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) staat voor het niet geringe probleem om de herkomst te bepalen van asielzoekers die om uiteenlopende redenen niet over identiteitspapieren beschikken. Als het vluchtverhaal vragen openlaat, hoe bepaal je dan toch waar een vluchteling vandaar komt?

In Zweden werd in de jaren negentig van de vorige eeuw het antwoord ontwikkeld: een taalanalyse van een opgenomen gesprek. Deze analyse is een Zweeds exportproduct naar andere West-Europese landen geworden, waaronder Nederland. Detailleur werkte in zijn lijvige scriptie de bezwaren tegen deze methode uit. Zijn belangrijkste bezwaar is dat de ‘deskundige’ die de analyse uitvoert, een niet-linguïstisch geschoolde native speaker is, en zelfs dat niet eens altijd. Alsof iemand zonder linguïstische kennis vaststelt of iemand met een zachte ‘g’ wel of niet uit Limburg komt. De IND heeft weliswaar ook linguïsten in dienst maar zij controleren slechts steekproefsgewijs het werk van de native speaker.

Detailleur volgde tijdens zijn studie onderwijs in de talen Egyptisch Arabisch, Palestijns Arabisch en in het Ge’ez en het Amhaars, dat zijn twee Ethiopische, niet-Arabische talen. Hij liep stage bij Stichting Vluchtelingenwerk, een organisatie die zich inzet voor asielzoekers. Zijn taak bestond er ondermeer uit om via bronnenonderzoek informatie te vinden die het asielrelaas van asielzoekers ondersteunde. 120 dossiers van asielzoekers uit Soedan waar de taalanalyse een rol speelde, gingen door zijn handen. Een paar keer ontmaskerde hij iemand die pertinent niet vandaan kwam waar die stelde vandaan te komen.

Rita Verdonk

Het behandelen van de dossiers bracht hem op het idee om zijn scriptie aan de taalanalyse te wijden. Hij verdiepte zich in de materie en kwam erachter dat de kritiek op de taalanalyse niet nieuw is: al diverse malen hebben wetenschappers zich ertegen uitgesproken. Het verweer van de IND dat de analyse wetenschappelijk was goedgekeurd door hoogleraren in de linguïstiek bleek een geschrokken reactie van de desbetreffende wetenschappers op te leveren: hun naam werd ijdel gebruikt. Toch werd tot op het hoogste politieke niveau, bijvoorbeeld destijds door minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk, de kritiek weggewuifd. Niks aan de hand.

Hoog foutpercentage

Detailleur noemt in zijn onderzoek twee rapporten die respectievelijk gewag maken van een foutpercentage van 13 en 25 procent bij het bepalen van de herkomst van asielzoekers op basis van de taalanalyse. ‘Dat zijn veel te hoge percentages’, zegt hij. ‘Deze mensen lopen een reëel risico te worden teruggestuurd naar landen waar ze niet vandaan komen.’ In zijn scriptie betoogt hij dat de taalanalyse niet voldoet aan wetenschappelijke eisen.

Afrika

Jonge asielzoeker met Nederlands identiteitsbewijs
Jonge asielzoeker met Nederlands identiteitsbewijs

Detailleur spitst zich toe op het Arabisch in Soedan. Dat is meteen ook het unieke, want daarover is in de context van de taalanalyse nog niet geschreven. De taalsituatie in Afrika is extreem complex. Er worden tweeduizend talen gesproken die ook nog eens globaal worden ondergebracht in vier taalfamilies. Deze talen zijn lang niet allemaal beschreven waardoor wetenschappelijke gegevens vaak ontbreken.

Op drift

Een grote groep talen is grensoverschrijdend. Verder zijn veel inwoners van Afrika (gebrekkig) meertalig, waarbij in de ene situatie de ene en in de andere een andere taal wordt gebezigd. Daarbij komt ook nog dat juist in Afrika, door droogte en andere natuurrampen en de vele geweldsconflicten, hele volksstammen op drift zijn geraakt, waardoor hun taal meer dan in normale omstandigheden aan veranderingen onderhevig is. Uit contacten tussen verschillende talen kan zelfs een pidgin ontstaan, een taal zonder moedertaalsprekers, geboren uit de wens van mensen die elkaars taal niet spreken om toch met elkaar te communiceren. Een soort van door de situatie ontstaan lokaal esperanto.

Sprekende stiltes

Hiernaast spelen in de context van het taalanalyse-interview psychologische aspecten. Bijvoorbeeld dat iemand die zich slecht op zijn gemak voelt anders praat dan hij normaliter doet. Ook heeft elke cultuur zijn eigen taalconventies. Wordt een stilte in een gesprek in West-Europa als onaangenaam ervaren, in andere culturen heeft deze stilte betekenis, bijvoorbeeld om een verschil in positie op de sociale ladder uit te drukken. Voorts kan het volume van spreken betekenis hebben, van het uiten van boosheid (in West-Europa) tot het uiten van vreugde (in Afrika).

Case study

Open dag in het asielzoekerscentrum in Oisterwijk, in 2007.

Detailleur besteedt meer dan de helft van zijn scriptie aan het uitwerken van een case study, de taalanalyse van een Arabisch sprekende man die verklaarde afkomstig te zijn uit het Nubagebergte in Soedan en te behoren tot de bevolkingsgroep Ghulfan. Onder linguïsten bestaat veel onzekerheid met betrekking tot de veertig tot zestig Nubatalen en –dialecten. Onder meer over de wijze waarop deze (onderling) beïnvloed zijn aangezien er geen historische gegevens bestaan, en de mate waarin de talen nog gesproken worden na decennialang Arabiseringsbeleid door de opeenvolgende Soedanese regeringen. Detailleur schetst uitvoerig de taalsituatie in het Nubagebied en doet de taalanalyse van de bewuste man grondig over. Met als conclusie, anders dan die van de analist van de IND, dat de asielzoeker wel degelijk de juiste plaats van herkomst kan hebben genoemd.

IND niet toeschietelijk

Analyses moeten dus uitgevoerd worden door linguïsten met verstand van zaken in plaats van door native speakers, aldus Detailleur. En de IND, wat vindt die van de scriptie? Detailleur: ‘Dat weet ik niet, ik heb geen contact gehad met de IND. Ik heb me uitsluitend gebaseerd op openbare informatie. Dit vanuit de wetenschap dat door advocaten ingediende verzoeken op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) nul op het rekest kregen. De IND is niet zo toeschietelijk met het verstrekken van informatie. Dat is omdat men bang is dat asielzoekers die informatie gebruiken om zich beter voor te bereiden. De IND is er wel achtergekomen waar ik mee bezig was en heeft via een e-mail de scriptie vooraf ter inzage gevraagd. Maar daar heb ik niet aan meegewerkt.’

Detailleur is nog niet van zijn scriptie af. Zijn begeleiders van de opleiding Arabisch hebben hem niet alleen een 9 gegeven maar hem ook aanbevolen de mogelijkheid van een handelseditie te onderzoeken. En het onderzoek uit te breiden als promovendus.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie