Universiteit Leiden

nl en

Studieprogramma

Bij de keuze van je studie heb je je als het goed is al enigszins verdiept in het studieprogramma. De Universiteit Leiden gebruikt verschillende systemen voor het ontsluiten van alle details rondom je studieprogramma en vakken, en voor de communicatie tussen docenten en studenten.

In de Studiegids staat alle informatie over de vakken van jouw opleiding. Je kunt daar alles lezen over je studieprogramma. Via Blackboard kun je communiceren met je docenten en opdrachten inleveren.

Studiebegeleidingsplan bacheloropleidingen

Elke bacheloropleiding van de Leidse Universiteit heeft wat betreft de onderwezen kennis en vaardigheden een academisch karakter. Om iedere student optimale begeleiding en training te geven en om ook de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, werkt elke opleiding met een studiebegeleidingsplan. Dit beleid staat ook beschreven in de Regeling Bindend Studieadvies Universiteit Leiden. Hieronder is het studiebegeleidingsplan voor bacheloropleidingen van de Faculteit Geesteswetenschappen uitgewerkt. Het studiebegeleidingsplan bestaat uit de volgende componenten:

Voor de eerstejaars student is er een mentoraat ingericht. Het doel van het mentoraat is om studenten te helpen bij de structurering van de studieomgeving en hen ondersteuning te bieden bij het leren studeren. Docenten verzorgen het mentoraat; in veel gevallen met ondersteuning van studentmentoren.

In de persoon van de docentmentor hebben de eerstejaarsstudenten een eerste aanspreekpunt bij de opleiding.

Voorts ontvangt elke eerstejaarsstudent een uitnodiging voor een kennismakingsgesprek aan het begin van het eerste semester. Meestal is dit eind september/ begin oktober. De studieadviseur dan wel de docentmentor voert dit gesprek met de student.

Meer informatie over het mentoraat.

Wanneer de studievoortgang wordt gehinderd door persoonlijke omstandigheden, maken student en studieadviseur een aan de omstandigheden aangepast studieplan; de student neemt hierbij het initiatief. Dit plan kan van doorslaggevende betekenis zijn als de student aan het eind van het eerste jaar de BSA-norm niet haalt.

Na het eerste jaar wordt elke student geacht een individueel studieplan op te stellen voor het tweede studiejaar. In het studieplan legt de student de planning vast van de studie(keuze)onderdelen. Dit plan vormt ook het uitgangspunt bij de bepaling van de toetsmomenten in het tweede jaar. Ook eventuele extra-curriculaire studieonderdelen worden in het studieplan opgenomen. Dit studieplan wordt besproken met de studieadviseur.

Meer informatie over het studieplan.

De verschillende deeltoetsen in het eerste semester (mid- en endterm toetsen) en eventuele andere deeltoetsen geven de student de mogelijkheid om al in een vroeg stadium van de studie een indicatie te hebben van de juistheid van de eigen studiekeuze.

De herkansingen bij cursussen van het eerste semester, tezamen met de tentamens en herkansingen van het tweede semester bieden aan studenten de gelegenheid om studieresultaten te verbeteren als een tussentijds advies negatief uitpakt.

In uitzonderlijke, individuele gevallen kan de student een gemotiveerd verzoek ex art. 4.1.6 OER doen aan de examencommissie. De examencommissie bepaalt in deze gevallen de redelijkheid van het verzoek.

Elke student krijgt in de loop van het eerste jaar twee (tussentijdse) adviezen over de voortgang van de studie.

De examencommissie brengt het eerste voortgangsadvies eind januari uit. Dit is een digitaal opgesteld advies. Op basis van dit advies nodigt de studieadviseur of een docentmentor de studenten met een negatief advies voor een gesprek uit. Dit gebeurt vóór 1 februari, omdat deze datum voor een student van bijzonder belang kan zijn: bij uitschrijving vóór 1 februari kan een negatief bindend studieadvies aan het eind van het eerste jaar vermeden worden). Het is dus in het belang van de student om op die uitnodiging in te gaan.

Na de midterm toetsweek in het tweede semester, en uiterlijk op 15 juni ontvangen alle studenten een email namens de examencommissie; hierin wordt de student nogmaals herinnerd aan de eisen van het bindend studieadvies.

Studenten die in mei/juni dreigen een negatief studieadvies te krijgen, ontvangen een uitnodiging van de studieadviseur of docentmentor voor een gesprek. De uiterste datum van dit gesprek is 15 juni.

Het definitieve en bindende studieadvies bereikt de student per mail uiterlijk 15 augustus.

In bijzondere gevallen kan een examencommissie besluiten het bindend studieadvies pas na het eerste jaar uit te brengen. Dit is mogelijk in geval van persoonlijke omstandigheden, indien student later dan 1 september van het desbetreffende jaar is ingestroomd of als het een deeltijdstudent betreft.

Ingeval van een dreigend negatief advies krijgt de student een uitnodiging waarin hij/zij voor het advies relevante informatie ter kennisname van de examencommissie kan brengen. In dit advies krijgt de student ook informatie over andere opleidingen zowel binnen de Leidse universiteit als elders. Ook biedt de gesprekspartner (studieadviseur of docentmentor) desgewenst begeleiding aan.

Meer informatie over het Bindend Studieadvies.

Om studenten goed voor te bereiden op bovenvermelde advies- en beoordelingsmomenten, draagt de bacheloropleiding o.m. zorg voor een optimale onderwijsintensiteit en een hoge kwaliteit van de onderwijzende staf.

De passende onderwijsintensiteit wordt bereikt door middel van een evenwichtige verdeling van de onderwijsbelasting over het studiejaar, en een zo gelijkmatig mogelijke spreiding van de toetsmomenten.

Waarborg voor een hoge didactische kwaliteit van de onderwijzende staf ligt in het behalen van de zogeheten Basiskwalificatie Onderwijs (BKO). Van nieuwe docenten wordt verwacht dat zij binnen 2 jaar over deze kwalificatie beschikken. Daarnaast staat het kwalificatie-traject ook open voor zittende docenten.

Op basis van stelselmatige cursus- en programma-evaluaties wordt de kwaliteit van het onderwijs gemonitord en waar nodig worden, op advies van de opleidingscommissie, verbeteringen aangebracht.

De vaardigheden die in de BA Geschiedenis worden onderwezen zijn vastgelegd in 7 leerlijnen die zijn gekoppeld aan de eindtermen (de leerdoelen die je hebt bereikt bij het afstuderen) van de opleiding BA Geschiedenis. Een leerlijn is het traject dat iedere student op het gebied van een vaardigheid aflegt vanaf het begin van de propedeuse tot het BA-Eindwerkstuk. 

De 7 leerlijnen zijn: 

  • A. Schrijfvaardigheid 
  • B. Mondelinge vaardigheden 
  • C. Discussievaardigheden en samenwerking 
  • D. Werken met bronnen 
  • E. Methodologie en onderzoek 
  • F. Analytische vaardigheden 
  • G. Kennisverwerving

Meer informatie over de koppeling tussen leerlijnen, eindtermen en de collegetypes van de BA Geschiedenis vind je in deze toelichting.

Kijk voor de volledige informatie over het studieprogramma in de Studiegids.

Onderdelen BA vervolgfase, oude en nieuwe stijl

Afhankelijk van je startjaar heb je te maken met de oude of de nieuwe opbouw van de bacheloropleiding Geschiedenis.

Afstudeerrichtingen

Elke bachelor student Geschiedenis studeert af in een afstudeerrichting. Daarvan zijn er zes:

  • Oude Geschiedenis 
  • Middeleeuwse Geschiedenis 
  • Economische Geschiedenis 
  • Sociale Geschiedenis 
  • Vaderlandse Geschiedenis 
  • Algemene Geschiedenis 


Naast de hoofdrichtingen zijn er vier tracks. Deze vallen organisa­torisch onder één afstudeerrichting, maar het onderwijs kan aangeboden worden door docenten van verschillende secties. De tracks zijn:

  • Koloniale en Wereldgeschiedenis (valt onder Algemene Geschiedenis) 
  • Minderheden- en Migratiegeschiedenis (valt onder Sociale Geschiedenis) 
  • Amerikaanse Geschiedenis (valt onder Algemene Geschiedenis) 
  • Maritieme Geschiedenis (valt onder Vaderlandse Geschiedenis) 

Oude Geschiedenis (OG)

De onderwerpen binnen deze afstudeerrichting bestrijken de economische, sociale en culturele geschiede­nis van de Oudheid. Thema's variëren van antieke religies (inclusief het vroege Jodendom en Christendom) en mentaliteitsgeschiedenis, aspecten van de Hellenistische wereld, stadsgeschiedenis en migratiegeschiedenis. Het onderwijs staat meestal in verband met het onderzoek van de leden van de sectie Oude Geschie­denis.

Voor alle fasen van de BA-oplei­ding is kennis (van één) van de klassieke talen een voordeel, maar beslist geen vereiste. In alle colleges worden de bronnen in vertaling gebruikt. Voor zover mogelijk worden ook steeds epigrafische en papyrologische bronnen gebruikt in het onderwijs. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen 

In het kiezen van het onderwerp voor de BA-eindwerkstuk wordt de vrijheid van de stu­dent uitslui­tend beperkt door de grenzen van wat men normaal onder Oude Geschiedenis verstaat. Een voorstel kan van de student komen of wordt in overleg binnen het ka­der van zijn belangstelling geformuleerd.

Oude Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken:

  • Antieke inscripties als bron
  • Inleiding tot de papyrologie (vertaalde teksten)
  • Antieke munten als bron voor de Oudheid 

Inlichtingen: Mw. Dr. K. Beerden 
 

Middeleeuwse Geschiedenis (MG)

In de colleges van de docenten Middeleeuwse Geschiedenis komen zowel de grote lijn als verdieping in tot hun recht. De hoorcolleges bieden een rijk geschakeerd palet en bestrijken de hele Europese middeleeuwse geschiedenis. Verdieping vindt plaats in de werkcolle­ges en seminars, die jaarlijks van onderwerp wisselen. Het on­derwijsaanbod is zeer divers – van middeleeuwse miniaturen tot stedelijke handelsnetwerken, van nationale identiteiten tot riddercultuur – maar meestal zijn zij toegespitst op culturele, sociaaleconomische, politieke of institutionele thema’s.

Een bijzonder aandachtsveld is de geschiedenis van de Nederlanden van de dertiende tot de zestiende eeuw. De do­centen Middeleeuwse Geschiedenis doen zelf onderzoek naar dergelijke onderwerpen en zij proberen de gebruikte onderzoeksmethodes en de verworven inzichten over te dragen. De studenten verbeteren hierdoor hun onderzoeks-, analyse- en presentatievaardigheden. 

N.B.: Specifieke talenkennis of kennis van het Latijn is voor het volgen van de colleges niet vereist. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen

Middeleeuwse Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken: 

  • Middeleeuwse paleografie
  • De werkplaats van de mediëvist

Inlichtingen: Dhr. Dr. R. Stein 

Economische Geschiedenis (EG)

Economische Geschiedenis houdt zich bezig met de groei en de verdeling van het inkomen en alles wat daarmee samenhangt. Voorbeelden van onderwerpen die de aandacht hebben van economisch-historici zijn landbouw, handel en het ontstaan van economische groei, maar ook bredere thema's zoals de overgang van pre-industriële naar industriële samenlevingen, de groeiende internationale economische vervlechting en de steeds sterkere invloed van het overheidsbeleid. Zo wordt in Leiden onder andere onderwijs gegeven over ondernemerschap en handelsnetwerken, 'the Great Divergence' en 'the Little Divergence', de industrialisatie van Nederland en de verzorgingsstaat, de Europese integratie en globalisering.

Kennis van de structurele veranderingen in het economisch leven is niet alleen interessant voor de analyse van historische processen, maar levert ook een bijdrage aan een beter begrip van de wereld om ons heen. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen

Men kan elke docent van de sectie Economische Geschiedenis benaderen over een onderwerp voor het BA-eindwerkstuk; deze verwijst u zo nodig naar een collega. 

Economische Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken:

  • Statistiek voor historici
  • Archivistiek: hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Digital History
  • Oud Schrift
  • Oral History

Inlichtingen: Dhr. Dr. L.J. Touwen

Sociale Geschiedenis (SG)

Het onderzoek van de docenten Sociale Geschiedenis richt zich op de volgende terreinen: migratie, stadsgeschiedenis, racisme, criminaliteit, gender en sociale verschillen. De meeste colleges die in het kader van de afstudeerrichting sociale geschiedenis worden gegeven bevinden zich dan ook op deze gebieden.

Het vak sociale geschiedenis sluit, meer dan andere afstudeerrichtingen, aan bij de sociale wetenschappen. Dat betekent dat vaak onderzoek wordt gedaan naar problemen die ook door sociale wetenschappers worden bestudeerd, maar dan uiteraard in een historische context. Ook wordt geprobeerd de bruikbaarheid van sociaal wetenschappelijke theorieën voor historici te toetsen. Zeer belangrijk in sociaal historisch onderzoek is de vergelijking. Gedacht kan worden aan vergelijking in de tijd, maar ook aan vergelijking tussen landen en/of regio's. Juist door vergelijking is het mogelijk meer algemene uitspraken te doen en theorieën te toetsen. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen

Sociale Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken: 

  • Oral History
  • Archivistiek: Hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Statistiek voor historici
  • Digital History
  • Oud schrift
  • Zichtbare Geschiedenis: inleiding in de visuele bronnen voor moderne geschiedenis

Inlichtingen: mw. Prof.dr. M.L.J.C. Schrover

Vaderlandse Geschiedenis (VG)

Om een goed burger te zijn, dient men de geschiedenis van de eigen natie te kennen. Dat vonden de bestuurders die in 1860 in Leiden de leerstoel Vaderlandse Geschiedenis instelden, en dat vinden vele bestuurders nog steeds. Het is dan ook niet voor niets dat deskundigen op dit gebied zich geregeld mengen in het maatschappelijk debat en vaak worden geraadpleegd. 

De sectie Vaderlandse Geschiedenis bestudeert de Nederlandse politiek, sociale bewegingen, religie en cultuur, alsmede het maritieme verleden vanaf het ontstaan van de Republiek tot heden. Daarbij gaat het niet alleen om bestuurders en politici, maar ook om de ervaringen van gewone Nederlanders. Uiteraard stopt onze blik niet bij de landsgrenzen, maar kijken we ook naar de wisselwerking tussen Nederland en het buitenland. Zo ontstaat een palet aan inzichten dat helpt om het verleden van Nederland en de Nederlanders in een breed perspectief te plaatsen. De sectie wil studenten uitdagen over het vaderlands verleden mee te denken en er zelf onderzoek naar te doen. Of zij daar betere burgers van worden, is dan overigens aan henzelf. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen

Vaderlandse Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken: 

  • Ad fontes: Bronnen voor de vroegmoderne geschiedenis
  • Archivistiek. Hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Oud schrift
  • Oral History
  • Digital History
  • Zichtbare Geschiedenis: inleiding in de visuele bronnen voor moderne geschiedenis

Inlichtingen: dhr. Prof.dr. H. te Velde

Algemene Geschiedenis (AGN/AGC)

Binnen de afstudeerrichting Algemene Geschiedenis is het mogelijk de brede weg te volgen van de Algemene Geschiedenis van de Nieuwe en Nieuwste Tijd en zich hierbinnen te concentre­ren op een bepaalde periode, een bepaald gebied of thema; men kan zich ook vanaf het tweede jaar specialiseren in de Europese geschiedenis, in koloniale en wereldgeschiedenis of de Amerikaanse geschiedenis. Noodzakelijk is dit echter niet. Het is heel goed mogelijk een college Europese geschiedenis te com­bineren met colleges in de Amerikaanse of de koloniale geschiedenis en daarmee werke­lijk ‘Algemene Geschiedenis’ te doen.

Binnen de Algemene Geschiedenis kan men zich tevens toeleggen op de nieuwe geschiedenis (1500-1870) en de contemporaine geschie­denis (1870-heden), maar ook op de geschiedenis van een bepaald land of een bepaalde regio, zoals Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittan­nië, Rusland (Sovjetunie), Spanje of Midden-Europa; het is ook mogelijk zich te richten op thema’s, zoals de Renaissan­ce, de Verlichting, nationalisme, fascis­me en nationaalsocialisme, terrorisme, oorlogvoering of cultu­rele en ideeënge­schiedenis. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen

Voor de keuze van een onderwerp van het BA-eindwerkstuk over een onderwerp uit de Al­gemene Geschiedenis kan de student zich wenden tot de docenten van de sectie. 

  • Algemene Geschiedenis erkent de volgende hulpvakken:
  • Ad fontes: Bronnen voor de vroegmoderne geschiedenis
  • Koloniale en wereldgeschiedenis. Nederlandse bronnen als venster op de wereld
  • Archivistiek: Hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Oral History
  • Digital History
  • Statistiek voor Historici
  • Zichtbare Geschiedenis: inleiding in de visuele bronnen voor moderne geschiedenis

Inlichtingen: dhr. dr. P.G.C. Dassen

Tracks / subspecialisaties

Behalve deze zes officiële afstudeerrichtingen, kent de opleiding ook nog vier subspecialisaties of tracks. Deze vallen organisa­torisch onder één afstudeerrichting, maar het onderwijs wordt veelal aangeboden door docenten van verschillende secties. Er zijn twee tracks waarbinnen je ook kunt afstuderen. Om af te kunnen studeren binnen deze tracks dien je te voldoen aan de algemene eisen voor afstuderen van de bijbehorende afstudeerrichting, en moet je minimaal het seminar en het eindwerkstuk binnen deze track volgen om hierin te kunnen afstuderen. Verder verdient het de voorkeur dat in je vakkenpakket ook een BA-werkcollege, een sectiespecifiek hoorcollege en een hulpvak specifiek bij de door jou gekozen track horen.

Track: Amerikaanse Geschiedenis (AGA)

Valt onder afstudeerrichting Algemene Geschiedenis.
We hear much talk of American decline these days, but the United States is still the most productive economy in the world, and its military presence—in 150 countries—is more far-reaching than ever. Moreover, through Hollywood, rock music, Facebook, and Twitter, American culture and technological innovations are penetrating the furthest corners of the globe—even Vietnam. The U.S. is an empire. Some Americans want to admit that fact and behave accordingly. Yet, paradoxically, power breeds insecurity. As America’s military dominance increases, so does its sense of vulnerability. Communism may be nearly dead, but the U.S. perceives new threats, including natural disasters, economic competition, and terrorism. The manner in which the U.S. responds to these threats is a matter not only for Americans but also for people everywhere.

This specialization is designed for students who wish to gain a deeper knowledge of the history and culture of the United States. By studying American history, Leiden students will learn how to compare Europe and the U.S. They will gain insight into to the special character of a society founded as a Christian commonwealth, "A City upon a Hill," where religion, despite the separation of church and state, still pervades public life. They will understand how America became the "First New Nation," a republic in a world of monarchies, one still convinced that its political system is a model for the rest of the world. They will also learn that the U.S. has always been a heterogeneous society divided by race, class, politics, and religious belief. Americans have argued and occasionally fought over what the "American Way of Life" means. This track encourages students to question easy, and often inaccurate, generalizations about the United States.

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen 

Voor het schrijven van het BA-eindwerkstuk over een onderwerp uit de Amerikaanse Ge­schiedenis kunt u zich wenden tot dr. E.F. van de Bilt en dr. D. Pargas.

Amerikaanse Geschiedenis beveelt het volgen van de volgende hulpvakken ten zeerste aan::

  • Archivistiek: Hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Oral History
  • Digital History

Voor studenten die in de Amerikaanse geschiedenis geïnteresseerd zijn, bestaan uit­wisselings­programma’s met o.a. het College of William & Mary in Virginia en Rutgers University in New Jersey. Hiernaast biedt het Internati­onal Student Exchange Program (isep) mogelijkheden te studeren aan enkele goede Ameri­kaanse universiteiten.

Studenten die zich verder willen verdiepen in de Amerikaanse geschiedenis en/of de Amerikaanse letterkunde kunnen kiezen voor de minor Amerikanistiek. De afstudeerrichting Amerikaanse geschiedenis en de minor Amerikanistiek bieden toegang tot het masters programma North American Studies.

Inlichtingen: dhr. dr. E.F. van de Bilt en mw. dr. J.C. Kardux (coördinator Ame­ri­ka­nis­tiek)
 

Track: Koloniale en Wereldgeschiedenis (AGE)

Valt onder afstudeerrichting Algemene Geschiedenis.
Juist in Leiden is het mogelijk om de geschie­denis van de niet-westerse wereld te bestuderen. In deze track ligt de nadruk op het ontstaan van wereldomvattende netwerken die een steeds intensievere circulatie van mensen, dieren, gewassen, goederen en ideeën bewerkstelligen. Deze steeds intensievere interactie tussen de verschillende wereldbeschavingen is voor een belangrijk deel het gevolg van de Europese expansie die vanaf circa 1500 grote delen van Azië, Afrika en Amerika gaat omvatten. Deze nieuwe fase in de wereldgeschiedenis wordt gekenmerkt door de opkomst van handelscompagnieën, moderne wetenschap, koloniale imperia, neo-religieuze stromingen en nationalistische verzetsbewegingen. 

Om de student snel vertrouwd te maken met de historio­grafie over de gebieden buiten Europa wordt elk jaar gedurende één semester een over­zichtscollege Geschiedenis van de Europese Expansie aangebo­den. Dit wordt gevolgd door meer specifieke hoorcolleges over de Atlantische wereld en Azië. Daarnaast is er elk jaar een aantal Werkcolleges en Seminars gewijd aan onderwerpen uit de koloniale en wereldgeschiedenis, aangeboden door docenten uit de secties Alge­mene, Vaderlandse en Sociale & Economische Geschiedenis. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen 

Het aanbevolen sectiespecifiek hoorcollege is het college Geschiedenis van de Europese Expansie, het college Imperia in Azië, of het college Van Columbus tot Castro. 

De track Koloniale en Wereldgeschiedenis beveelt het volgen van het volgende hulpvak ten zeerste aan:

  • Koloniale en wereldgeschiedenis. Nederlandse bronnen als venster op de wereld

Inlichtingen: mw. dr. A.F. Schrikker 

Track: Minderheden- en Migratiegeschiedenis (SGM)

Valt onder afstudeerrichting Sociale Geschiedenis.
Migratie is sinds de Tweede Wereldoorlog voortdurend onderwerp geweest van poli­tiek beleid en publiek debat. Als uitvloeisel daarvan is het ook een actueel en zeer dy­namisch onderwerp van onderzoek. Het migratieonderzoek omspant een grote peri­ode; migratie is immers van alle tijden. Het is ook een onderzoeksgebied dat zich bij uitstek leent voor een grensoverschrijdende benadering, zowel geografisch als naar wetenschappelijke discipline. Niet alleen de migratiebeweging is onderwerp van onder­zoek, maar ook het lot van mensen in de landen van herkomst en bestemming.

Door migratie verschuiven de grenzen van overeenkomst en verschil. Migratieonderzoek richt zich op groepsvorming. Etniciteit, als sociale constructie, wordt bij het bestuderen van groepsvorming afgezet tegen andere, verwante analytische categorieën, zoals gen­der. Hugenoten of asielzoekers, beleid of ervaring, beeldvorming en invloed; de breedte naar tijd en invalshoek maken migratie een aantrekkelijk onderwerp van onderzoek. 

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen 

De track Minderheden- en Migratiegeschiedenis beveelt het volgen van de volgende hulpvakken ten zeerste aan:

  • Oral History
  • Digital History

Inlichtingen: mw. Prof.dr. M.L.J.C. Schrover

 

Track: Maritieme Geschiedenis (VGZ)

Valt onder afstudeerrichting Vaderlandse Geschiedenis.

Het vak Zeegeschiedenis of Maritieme Geschiedenis bestrijkt de geschiedenis van de sch­eep­vaart, en de relatie van de mens tot de zee in de breedste zin van het woord in de vroegmoderne, moderne en huidige tijd, in Neder­land en andere landen met een zeevarende traditie.

Het vak kent nauwe raakvlakken met bijvoorbeeld koloniale en wereldgeschiedenis, maar ook met andere richtingen, zoals de economische en sociale geschiede­nis, militaire ge­schiedenis, cultuurgeschiedenis of de geschiede­nis van de techniek. Het vak kent in Nederland – zoals overigens ook in vele andere landen – een eigen ‘infrastruc­tuur’ met musea, tijdschrif­ten en verenigingen op maritiem-historisch ge­bied. Dankzij deze infrastructuur zijn er voor studenten ruime mogelijkheden voor stages. De Leidse opleiding Geschie­denis heeft als enige in den lande een track Maritieme Geschiedenis in de BA- en MA-opleiding.

Aanvullende opmerkingen over de afstudeereisen 

Maritieme Geschiedenis beveelt het volgen van de volgende hulpvakken ten zeerste aan::

  • Archivistiek: Hoe vind ik mijn weg in de archieven
  • Oud schrift
  • Koloniale en wereldgeschiedenis. Nederlandse bronnen als venster op de wereld
  • Oral History
  • Digital History
  • Zichtbare Geschiedenis: inleiding in de visuele bronnen voor moderne geschiedenis

Inlichtingen: mw. Dr. A.M.C. van Dissel 

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie