De dag van Jasper – Van Beijing naar Parijs naar Leiden
Donderdag 15 januari begint met een lange reis en eindigt met een minstens zo lange kantoordag vol actualiteiten. Jasper bezoekt het MI met de wetenschappelijk directeuren, en is bij een bijeenkomst over samenwerking met defensie.
Jasper Knoester is de decaan van de Faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen. Hoe gaat het met hem, wat doet hij precies en hoe ziet zijn dag eruit? In elke nieuwsbrief geeft Jasper een inkijkje in zijn leven.
‘De dag start op tien kilometer hoogte, zonder een precies idee van tijd en locatie. Ik ben op weg van Beijing naar Parijs, waar ik na een grotendeels slapeloze nacht overstap naar Schiphol. Ik ben met collega’s Marcello Bonsangue, Martin Bright en Yun Tian in Xi’an geweest om te overleggen over verdere samenwerking met onze partner Xi’an JiaoTong University.
De overleggen zijn goed verlopen en bieden veel perspectief voor de toekomst. Xi’an JiaoTong University is een van de top 10-universiteiten van China en we werken als faculteit al meer dan tien jaar samen in onderwijs en onderzoek, onder andere middels gezamenlijke promotietrajecten.
Lang leven de short-connection-pas
Door tegenwind duurt de vlucht naar Parijs lang vandaag. Bovendien zijn we te laat vertrokken, omdat het vliegtuig ijsvrij moest worden gemaakt voor vertrek. Het resultaat is dat we veel te laat in Parijs zijn. Als we bij de gate staan, hebben we slechts 35 minuten om de gate richting Schiphol te bereiken. Die gate bevindt zich in een andere terminal, via de overgang naar het Schengengebied en uiteraard met een veiligheidscheck. Dankzij een “short-connection-pas” lukt het net en drie minuten voor het boarden staan we bij de gate.
De vlucht naar Schiphol is kort. De zon komt op, wat mooie plaatjes geeft. Ik lees snel door een stuk voor vanmiddag. Vanaf Schiphol pak ik de trein naar Leiden en om kwart voor elf zit ik op kantoor. Ik praat bij met collega’s op het faculteitsbureau en neem een paar mails door.
Om 12 uur hebben we een informeel lunchoverleg met de wetenschappelijk directeuren. We zijn op bezoek bij het Mathematisch Instituut, waar directeur Gianne Derks ons een korte rondleiding door het instituut geeft. In een presentatie vertelt ze over het mooie werk dat hier gebeurt en over de samenwerking met de andere instituten.
Diversiteit en inclusie zijn essentieel
Daarna hebben we een discussie over opkomende onderwerpen, zoals het stimuleren van spin-out bedrijven vanuit onderzoek in de instituten. En we bespreken de nieuwjaarsreceptie, met de uitreiking van de facultaire prijzen en de bekendmaking van de themaleiders voor onze onderzoeksthema’s. Ondanks dat diversiteit bij onze faculteit hoog in het vaandel staat, is dat hier niet gelukt. En dat vind ik heel vervelend.
Diversiteit en inclusie zijn essentieel voor een sterke, toekomstbestendige faculteit. Daarom staat het in ons strategisch plan en gaan we er dit jaar volgens onze uitvoeringsagenda verder mee aan de slag. Samen gaan we nadenken hoe we dit goed kunnen borgen zodat diversiteit en inclusie zichtbaar zijn in alles wat we doen.
Samenwerken met defensie of niet?
Na de lunch heb ik een een-op-een overleg met een van de wetenschappelijk directeuren en een agendaoverleg met Carey. De lange dag wordt afgesloten met een facultaire bijeenkomst om te praten over mogelijke samenwerking met defensie. Niet zozeer over op welke onderwerpen wel of niet, maar vooral om onze medewerkers met elkaar te laten praten over dit delicate onderwerp en zo hun eigen opinie te laten vormen. Welke verschillende gedachtes leven er hierover?
De bijeenkomst kent twee sessies, de eerste is informatief, waarbij presentaties worden gegeven door Thomas Dohmen en Anouschka Verschleijen (beiden van Luris) en door Frans Osinga, hoogleraar War Studies van de faculteit FGGA. Met name de presentatie van Osinga over de huidige spanning in de wereld en de situatie waarin Europa zich bevindt, maakt indruk. Na een korte onderbreking leidt het Lorentz Center een mooie tweede sessie waarin iedereen wordt uitgenodigd om in duo’s en later in trio’s te praten over wel of niet samenwerken met defensie, op welk onderwerp en onder welke mogelijke voorwaarden.
Aan het einde van de sessie nemen velen de kans om te vertellen hoe men er nu in staat. Wat opvalt is dat een grote meerderheid aangeeft in het licht van de situatie in de wereld (veel) meer open te staan voor samenwerking met defensie dan een paar jaar geleden.
Mijn internationale dilemma
In mijn slotwoord schets ik het dilemma waar ik mee kamp. Ik kom net terug uit China om een bestaande samenwerking te versterken. Ik geloof sterk in internationale samenwerking, voor onze universiteit (staf, studenten, programma’s), voor onze partners, en ook als onderdeel van “wetenschapsdiplomatie”: juist op het gebied van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek contacten blijven leggen en naties met elkaar in dialoog houden. Aan de andere kant zie ook ik het belang van een weerbaar Europa en hoor ik de roep om bij te dragen aan het versterken daarvan. Het spanningsveld dat daartussen heerst, met kennisveiligheid als belangrijk tussenliggend thema, is groot. Het bedroeft me erg dat we in deze situatie zitten met de wereld en ik hoop vurig dat we als universiteiten kunnen bijdragen aan het doorbreken van de neergaande geopolitieke spiraal en toenemende polarisatie, in plaats van er onderdeel van te worden.
Ik sluit nog kort aan bij de borrel en ben om zeven uur thuis, waar iedereen het goed maakt. De CV-lekkage waarmee ik het huis vorige week achterliet, lijkt bizar genoeg spontaan te zijn gestopt. Ik kan me er vanavond niet druk om maken. Ik bereid na het eten nog snel een sollicitatiegesprek van morgen voor en zorg dat ik om tien uur in bed lig. Veel flarden van de reis en de lange dag gaan door mijn hoofd en de slaap komt minder makkelijk dan ik had verwacht.‘