In vroegmodern Engeland werden kinderen verkocht aan de hoogste bieder: ‘Werd gepresenteerd als zorgsysteem’
Kinderen die in het vroegmoderne Engeland hun vader verloren, liepen het risico verkocht te worden aan de hoogste bieder. Hoewel Shakespeare erover schreef in zijn toneelstukken, verdween de praktijk lange tijd uit het collectieve geheugen. Universitair docent Lotte Fikkers haalt hem in een nieuw Vidi-onderzoek onder het stof vandaan.
Dit systeem van ‘wardship’ trof jaarlijks ongeveer vierhonderd kinderen en tien mensen met een verstandelijke beperking. ‘Wanneer de vader overleed en het kind land erfde, werd in eerste instantie de koning of koningin de voogd van het kind, ook als de moeder nog leefde’, legt Fikkers uit. ‘De vorst kon er vervolgens voor kiezen het kind te verkopen, waarna mensen een bod konden uitbrengen.’
De bieders konden de moeder of andere familieleden van het kind zijn, maar het kwam ook regelmatig voor dat het kind werd verkocht aan iemand die een lucratieve deal zocht. Fikkers: ‘Het werd gepresenteerd als zorgsysteem, maar als voogd kon je in de tijd dat je het kind bij je had diens land volledig leegroven. Vervolgens kon je het kind uithuwelijken. Wilde het kind die partner niet? Dan moest het een heel hoge boete betalen om eronderuit te komen.’
Archieven in de vijver
Ook in zijn eigen tijd was dit systeem omstreden. ‘De rechtbank waarbij al deze zaken werden behandeld, was halverwege de zeventiende eeuw een van de redenen dat er een burgeroorlog uitbrak’, zegt Fikkers. ‘Mensen vonden dat de koning veel te veel macht had.’
De slechte reputatie van de rechtbank is ook een van de redenen dat er weinig onderzoek naar wardship is gedaan. ‘De verhalen zijn wisselend, maar waarschijnlijk zijn de archieven ofwel in een visvijver of in een viskelder gegooid’, zegt Fikkers. ‘De bronnen waar ik naar wil kijken zijn toevallig nog in vrij goede staat, maar veel andere bronnen zijn aangetast door vocht en knaagdieren. Ze zijn ook nauwelijks gecatalogiseerd. Dat wil ik doen, waarna ik zoveel mogelijk verhalen van deze kinderen en hun familieleden wil reconstrueren.’
Rechterlijke en literaire stukken
Fikkers combineert daarbij rechtelijke bronnen met literaire. ‘Van sommige toneelstukken weten we al dat ze over wardship gaan, zoals Shakespeares All’s Well That Ends Well. Sowieso zit in meer dan de helft van zijn stukken een verwijzing naar dit systeem, maar die hebben we lang over het hoofd gezien, ook omdat ward in het Engels 24 letterlijke betekenissen kan hebben. De invulling die ik zoek, is er daar maar één van. Daardoor is lang gedacht dat het vergezocht zou zijn om de stukken op deze manier te interpreteren.’
Toch kunnen juist deze literaire teksten ons begrip van wardship verbreden, denkt Fikkers. ‘De schrijvers richten zich misschien op de wat sappigere elementen, zoals de gedwongen huwelijken, en verbinden daar grootse gevolgen aan, tot moord aan toe. Naar zaken als weinig opleiding wordt minder gekeken, maar aan de manier waarop er over wordt geschreven, kun je zien hoe de houding in de maatschappij was.’