Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Political Science (MSc)

Minder vlees eten? Goed voor planeet, risico voor boeren – tenzij we nu slim handelen

Als Europeanen minder vlees en zuivel eten, heeft dat grote gevolgen voor boeren. Nieuw onderzoek laat zien dat veel stallen en machines hun waarde kunnen verliezen. Met goed beleid zijn die verliezen te beperken. Dat blijkt uit onderzoek van Leiden, Oxford en Wenen.

Wetenschappers zijn het erover eens: om klimaat, natuur en gezondheid te beschermen, moeten we minder dierlijke producten eten en meer plantaardig. Dat betekent ook dat de landbouw moet veranderen.

Maar daarbij ontstaat een probleem. Veel investeringen die nu nodig zijn voor vee, zijn straks misschien niet meer nodig. Die investeringen kunnen dan hun waarde verliezen, terwijl ze technisch nog bruikbaar zijn. Dit heet ‘vastlopende investeringen’: dure spullen die te vroeg waardeloos worden.

Geld vast in dierlijke productie

In Europa en het Verenigd Koninkrijk zit het grootste deel van het geld in de landbouw vast in dierlijke productie. Denk aan stallen, machines, melkinstallaties en fokdieren. Uit nieuw onderzoek blijkt dat 78 procent van deze vaste investeringen te maken heeft met vee en veevoer. Het gaat om enorme bedragen. Ongeveer 158 miljard euro is direct gekoppeld aan veehouderij. Nog eens 100 miljard euro zit in de productie van veevoer.

Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit Leiden, de Universiteit van Oxford en de Vienna University of Economics and Business, en verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Food.

‘Het kan boeren tegenhouden om de overstap te maken naar plantaardige productie.’

Miljarden euro’s aan risico

De onderzoekers berekenden hoeveel geld hiermee gemoeid kan zijn. Bij een gematigde verandering in eetpatroon kan het gaan om zo’n 61 miljard euro. Bij een sterkere verschuiving loopt dit op tot 168 miljard euro. In het meest extreme scenario zelfs tot 255 miljard euro.

Hoe groot het probleem wordt, hangt vooral af van hoe snel de verandering gaat en of investeringen kunnen worden hergebruikt of langzaam worden afgeschreven.

‘Vastlopende investeringen zijn geen theorie’, zegt hoofdauteur Anniek Kortleve van het CML. ‘De meeste landbouwinvesteringen zijn gericht op dierlijke productie, vooral in de zuivel en veevoer. Dat kan boeren tegenhouden om de overstap te maken naar plantaardige productie.’

Gevolgen verder dan het boerenbedrijf

De financiële risico’s raken niet alleen boeren. Ook veevoerbedrijven, voedselverwerkers, transporteurs, banken en plattelandsgemeenschappen kunnen de gevolgen voelen.

Daarnaast speelt klimaatverandering een rol. Extreem weer, droogte en lagere opbrengsten vergroten de kans dat investeringen hun waarde verliezen. ‘Klimaatverandering draagt nu al bij aan dit probleem’, zegt onderzoeker José Mogollón. ‘Aanpassen aan het klimaat alleen is niet genoeg om deze risico’s weg te nemen.’

‘Op de lange termijn kan voedselproductie zelfs goedkoper worden, maar dan moeten beleid en investeringen nu veranderen.’

Tijd voor slimme keuzes

Volgens de onderzoekers is er ook goed nieuws. Veel landbouwinvesteringen verliezen geleidelijk hun waarde. Dat betekent dat er vaak tijd is om ze stap voor stap uit te faseren. ‘Dat geeft ruimte om de overgang goed te begeleiden’, zegt Paul Behrens van de Universiteit van Oxford. ‘Op de lange termijn kan voedselproductie zelfs goedkoper worden, maar dan moeten beleid en investeringen nu veranderen.’

Er zijn ook kansen om bestaande gebouwen anders te gebruiken. Zo kunnen oude stallen worden omgebouwd voor paddenstoelen, microgroenten of plantaardige eiwitten.

Beleid maakt het verschil

De onderzoekers benadrukken dat gericht beleid cruciaal is. Zonder steun om investeringen af te schrijven, om te bouwen of schulden te regelen, kan de voedseltransitie vastlopen. Hun conclusie is duidelijk: wie een duurzaam voedselsysteem wil, moet niet alleen kijken naar wat we eten, maar ook naar wat er al op het erf staat.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.