Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Education and Child Studies (MSc)
Je ziet nu alleen algemene informatie. Selecteer je opleiding of exchange-faculteit om ook informatie te zien over jouw faculteit en opleiding.

Tweede Kamerlid Robert van Asten: ‘We moeten keuzes maken die ook voor volgende generaties goed zijn’

Alumnus Robert van Asten is sinds 2025 Kamerlid voor D66. Hij studeerde van 1997 tot 2005 Fiscaal recht aan de Universiteit Leiden. Na een carrière in het belastingrecht stapte hij over naar de lokale en later landelijke politiek.

Hoe kijk je terug op je Leidse studententijd?

‘Heel positief. De eerste jaren woonde ik nog bij mijn ouders in Rijswijk. Later ben ik in Leiden gaan wonen, aan het Noordeinde, tegenover de English Pub North End. De sfeer in de stad en de ligging van de universiteit vond ik waanzinnig. Ik werd lid van de fiscale studievereniging PNO (Pecunia Non Olet), zat in de reiscommissie en deed daarna met veel plezier een bestuursjaar.’

Waarom koos je destijds voor de studie Fiscaal recht?

‘Ik koos voor Rechtsgeleerdheid, omdat ik tijdens een Open Dag een aansprekend proefcollege Sociaal recht volgde. Toen ik daarna een richting moest kiezen, sprak het fiscale me aan: ik vond economie altijd interessant en het vak Inleiding tot fiscaal recht beviel me goed.

Wat mij vooral aantrok binnen de studie, was de combinatie van inhoudelijk interessante vraagstukken en de mogelijkheid om al tijdens je studie praktijkervaring op te doen. Ik liep stage en werkte bij Deloitte in Leiden en Ernst & Young in Den Haag. Bij Deloitte schreef ik mijn scriptie en kon ik daarna aan de slag. De overstap naar het werkende leven, na ruim zeven jaar studie, was even wennen, maar sloot uiteindelijk goed aan bij mij.’

Uiteindelijk maakte je de overstap naar de gemeentepolitiek. Wat trok je daarin?

‘Na zes jaar bij Deloitte merkte ik dat ik toe was aan iets anders. Ik wilde meer ruimte om me bezig te houden met maatschappelijke vraagstukken. Ik ging werken bij Vistra, een zakelijke dienstverlener, en ondertussen groeide mijn interesse in de politiek. Uiteindelijk besloot ik me daar volledig op te richten: ik werkte als fondsenwerver bij het D66-partijkantoor, zat in de gemeenteraad en werd fractievoorzitter. Na de verkiezingen van 2018 maakte ik de stap naar wethouder. Dat vormde het begin van zeven en een half jaar in het college van Burgemeester en wethouders’

Was het altijd al een droom om de politiek in te gaan?

‘Nee, dat is eigenlijk geleidelijk gegroeid. Al op de middelbare school en in discussies binnen de familie was er wel interesse in politiek, maar ik had niet vanaf het begin de ambitie om de politiek in te gaan. Tijdens mijn werk in de fiscale wereld merkte ik dat maatschappelijke vraagstukken me steeds meer gingen interesseren, eigenlijk meer dan het fiscale zelf.’

Je hebt veel ervaring in de lokale politiek. Wat is het grootste verschil tussen lokaal en landelijk bestuur?

‘Als lokaal politicus, zeker als wethouder, kun je direct reageren op problemen. Zie je bijvoorbeeld een gat in de weg, dan kun je meteen de telefoon pakken en iemand inschakelen om het op te lossen. Dat directe contact en de zichtbare impact maken het werk tastbaar. In de landelijke politiek werkt dat anders: daar ben je afhankelijk van procedures, schriftelijke vragen en besluitvorming op afstand. De focus ligt meer op lange termijn en beleid, waardoor je minder direct effect hebt op wat er in de praktijk gebeurt.’

Wat hoop je in jouw rol als Kamerlid de komende jaren concreet te bereiken?

‘Ik heb twee grote portefeuilles: asiel en migratie, en bouwen en ruimtelijke ontwikkeling. Op het gebied van asiel wil ik dat de asielketen weer normaal gaat functioneren. Bij ruimtelijke ontwikkeling richt ik me vooral op de lange termijn: hoe ziet Nederland er in 2050 uit? We moeten keuzes maken die ook voor volgende generaties goed zijn, met voldoende ruimte voor zowel natuur als woningbouw. Tegelijk wil ik de woningbouw versnellen, door landelijke regelingen beter te laten aansluiten op lokale behoeften. Over vier jaar staan er misschien nog geen tien nieuwe steden, maar ik hoop wel dat overal in Nederland de bouwkranen draaien.’

Wat is je mooiste herinnering uit je studententijd?

‘In het algemeen het Leidse studentenleven aan de grachten, met de universiteit midden in de stad. Maar specifiek één moment dat me altijd bijblijft, is een optreden van Van Dik Hout in 1999 op het Rapenburg. Daar zaten we met studievrienden in de zon te genieten van de muziek en het samenzijn. Dat was voor mij echt het gevoel van een zorgeloze studententijd.’

Heb je nog advies voor huidige studenten? Wat zou je hen mee willen geven?

‘Gebruik je studententijd om van alles uit te proberen. Heb je weinig contacturen, kijk dan of je extra vakken kunt volgen of misschien zelfs een andere studie erbij kunt doen. Het is een unieke periode waarin je overal een kijkje in de keuken kunt nemen, dus gun jezelf die tijd en grijp die kansen.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.