Top 10 procent consumenten veroorzaakt miljarden aan milieuschade
Wie het meest consumeert, richt ook de meeste schade aan. De tien procent van de wereldbevolking die het meeste consumeert, veroorzaakt jaarlijks tot 5.700 miljard dollar aan milieuschade, blijkt uit nieuw Leids onderzoek.
Dat de rijkste tien procent van de wereldbevolking verantwoordelijk is voor zeker twee derde van de klimaatopwarming, was al eerder bekend. Maar nieuw onderzoek aan de Universiteit Leiden laat zien dat hun negatieve impact veel verder reikt dan het klimaat alleen. De studie, gepubliceerd in Communications Sustainability, maakt duidelijk waar de meeste winst te halen valt.
Hoofdonderzoeker Inge Schrijver en haar collega’s Rutger Hoekstra en Paul Behrens keken naar de tien procent grootste consumenten. Die groep overlapt grotendeels met de meest vermogende personen. In een rijk land als Nederland valt een aanzienlijk deel van de bevolking hieronder: met een jaarinkomen boven de 45.000 euro hoor je bij de wereldwijde top tien procent.
In totaal richt die tien procent jaarlijks ecologische schade aan met een waarde van 1.700 tot 5.700 miljard dollar (1.500 tot 5.000 miljard euro). Ter vergelijking: in 2026 geeft Nederland 27 miljard euro uit aan defensie. De totale waarde van de Nederlandse economie bedroeg in 2025 iets meer dan 1.130 miljard euro.
Een algemene aanpak die op iedereen van toepassing is, is volgens Schrijver minder efficiënt.
‘Laat personen die minder consumeren niet opdraaien voor de levensstijl van anderen’
‘De gedragingen van die tien procent, zoals veel vliegreizen en grote auto’s, leiden tot de schade’, zegt Schrijver. ‘Daar valt dus voor beleidsmakers winst te halen.’ De bevinding dat deze consumenten “onevenredig” veel ecologische schade veroorzaken, maakt volgens de onderzoekers nog maar eens duidelijk dat niet iedereen dezelfde verantwoordelijkheid zou moeten hebben als het gaat om oplossingen.
Een algemene aanpak die op iedereen van toepassing is, is volgens Schrijver minder efficiënt. ‘Het is ook minder rechtvaardig’, zegt ze. Dan draaien personen die minder consumeren op voor de levensstijl van anderen. ‘Terwijl je ziet dat er meer steun is voor beleid als dat rechtvaardig is.’
En of er nu iemand voor opdraait of niet, de schade is reëel, zei coauteur Behrens tegen de Universiteit van Oxford, waar hij ook aan verbonden is. ‘Nu worden de kosten gedragen door ecosystemen en door gemeenschappen die te maken krijgen met droogte en vervuiling.’
Bedragen zijn bijna zeker een onderschatting
Dat de onderzoekers niet één specifiek bedrag noemen, komt doordat milieuschade moeilijk precies te berekenen is. Klimaatschade is bijvoorbeeld de optelsom van hoeveel overheden moeten investeren om de opwarming tegen te gaan. Stikstofschade gaat om de waardering van schoon water. En biodiversiteitsschade wordt uitgedrukt als een schatting van hoeveel waarde mensen hechten aan de natuur om zich heen. Die waarde varieert sterk van plek tot plek.
De bedragen zijn ook bijna zeker een onderschatting. De onderzoekers namen maar vier van de negen planetaire grenzen mee in hun berekeningen. Ook kijkt het onderzoek specifiek naar consumptie. Vermogen, zoals investeringen in vervuilende industrieën, blijft buiten beeld. De gebruikte dataset dateert uit 2017, omdat toen voor het laatst data wereldwijd is vergeleken. Hoewel de trend dezelfde is gebleven, liggen de bedragen inmiddels fors hoger.
‘Eigenlijk zou de waarde van de natuur oneindig moeten zijn’
Ongemakkelijk, maar best mogelijke manier
Schrijver begrijpt dat het “ongemakkelijk” kan zijn om natuur en milieu in geld uit te drukken. ‘Eigenlijk zou de waarde van de natuur oneindig moeten zijn’, stelt ze. Toch heeft het wel degelijk nut om het te vertalen in dollars of euro’s. Het is nu eenmaal een effectieve manier om te laten zien welke negatieve impact consumenten in totaal hebben op al de natuur en de leefomgeving.
Het onderzoek biedt volgens haar ook een nieuw perspectief aan beleidsmakers. ‘Het schadebedrag is vele malen groter dan het geld dat overheden verplicht zijn aan klimaat- en biodiversiteitsfinanciering uit te geven’, zegt ze. ‘Als de vervuiler betaalt en dat geld naar oplossingen gaat, zou dat enorm bijdragen.’ Al draait het niet alleen maar om geld, erkent Schrijver. ‘Het belangrijkste is dat we schade voorkomen. Strengere richtlijnen en regels blijven nodig.’
De paper Environmental damages of the top ten percent consumers exceed global climate and biodiversity funding gaps is op 18 juni 2026 verschenen in Communications Sustainability.