Niet elke hap heeft dezelfde impact: Leidse onderzoekers brengen de verborgen voetafdruk van ons voedsel in kaart
Leidse onderzoekers hebben in kaart gebracht hoe groot de klimaat-, land- en watervoetafdruk van verschillende voedingspatronen is en welke bevolkingsgroepen de grootste impact hebben met hun dieet. Zo wordt duidelijk waar verduurzaming de meeste winst kan opleveren.
De grootste milieuwinst is waarschijnlijk te behalen door specifieker te kijken naar eetpatronen en de verschillen tussen bevolkingsgroepen. Dat blijkt uit recent onderzoek van onderzoekers van het Centrum Milieuwetenschappen Leiden, de Universiteit van Oxford en WU Wenen, onlangs verschenen in Nature Food. Gemiddelden zoals het gemiddelde eetpatroon van een bevolking verhullen waar de grootste impact op klimaat en natuur werkelijk ontstaat. Daarom kijken Oliver Taherzadeh en zijn collega’s juist naar de verschillen.
Wie heeft de grootste voedselimpact?
Veel onderzoek berekent de milieu-impact van ons dieet op nationaal niveau, terwijl de mensen binnen één land vaak heel verschillende eetpatronen hebben. Zo blijven verschillen tussen bevolkingsgroepen verborgen.
Oliver Taherzadeh en zijn collega’s ontwikkelden daarom MATILDA: een model dat voor 165 landen de klimaat-, land-, en watervoetafdruk én voedingskwaliteit van diëten van verschillende bevolkingsgroepen berekent. Daarbij keken ze naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en of mensen in een stad of op het platteland wonen.
Het dieet van jonge, hoogopgeleide mannen in de stad heeft de grootste klimaatimpact.
De resultaten laten zien dat jonge, hoogopgeleide mannen in stedelijke gebieden gemiddeld de grootste klimaatimpact hebben door hun voedingspatroon. Vrouwen op het platteland hebben gemiddeld juist de laagste impact. Groepen met een kleinere impact eten vaker plantaardig en hun dieet scoort ook hoger op voedingskwaliteit.
Waarom heeft de ene maaltijd meer impact dan de andere?
‘Sommige sociaal-economische groepen hebben een meer dan vijf keer zo grote impact als andere,’ zegt Taherzadeh. Dat komt niet alleen door hoeveel mensen eten, maar vooral door de samenstelling van wat er op hun bord ligt. Voedingspatronen met veel dierlijke producten hebben doorgaans een grotere milieu-impact dan voornamelijk plantaardige diëten, omdat veehouderij veel land, water en veevoer vraagt. Ook kan dezelfde maaltijd in het ene land een grotere impact hebben dan in het andere, afhankelijk van hoe efficiënt voedsel wordt geproduceerd.
Volgens Hongyi Cai, een van de hoofdonderzoekers van de studie, ligt er daarom een belangrijke kans in de overgang naar meer plantaardige voedingspatronen. Die kunnen niet alleen de milieu-impact verlagen, maar ook bijdragen aan een hogere voedingskwaliteit.
Verduurzaming van ons voedingssysteem vraagt om maatwerk
Taherzadeh benadrukt dat er geen eenvoudige oplossing is die voor iedereen werkt. Wie voedingspatronen wil verduurzamen, begint niet overal vanaf hetzelfde punt. Voedingspatronen en de impact daarvan hangen nauw samen met factoren als gezondheid, inkomen en leefomgeving. Door die verschillen zichtbaar te maken, hoopt Taherzadeh bij te dragen aan beleid dat beter aansluit bij verschillende groepen mensen. ‘Ons doel is een voedselbeleid dat gericht en eerlijk is, in plaats van one-size-fits-all.’