Universiteit Leiden

nl en

Voormalig president Zuid-Afrika bezoekt Campus Den Haag

Voor een zaal vol studenten en docenten, Afrikaanse ambassadeurs en diplomaten, NGO-medewerkers en overige Afrika-geïnteresseerden gaf voormalig President Kgalema Motlanthe van Zuid-Afrika op 7 juli een publiekslezing op de Campus Den Haag. Zijn verhaal ging over de economische transformatie van Afrika.

Kgalema Motlanthe en Annetje Ottow

Kgalema Motlanthe was president van Zuid-Afrika in 2008-2009, en daarna vijf jaar vice-president. Tijdens de apartheid zat hij tien jaar gevangen op Robbeneiland vanwege militaire training die hij doorliep voor het ANC. Na zijn regeringstijd, in 2014, werd hij beschermheer van de Kgalema Motlanthe Stichting, die wil bijdragen aan rechtvaardige en inclusieve groei in Zuid-Afrika en het hele Afrikaanse continent.

Afrika-strategie

In haar welkomstwoord benadrukte Annetje Ottow, voorzitter van het College van Bestuur, het belang van universiteiten en van het opleiden van een nieuwe generatie denkers, doeners en beleidsmakers voor het aanpakken van wereldwijde, onderling samenhangende problemen. Afrika is een prioriteit in het Strategisch Plan van de Universiteit Leiden en een universiteitsbrede Afrika-strategie zal dit najaar het licht zien. Ook binnen Europese universitaire netwerken wordt op Afrika-gebied samengewerkt, zoals in UNA Europa.

Aantrekkelijk voor internationale studenten

Ottow deed ook een oproep aan Tweede-Kamerleden. ‘Als we de media en sommige politici mogen geloven, is er een “ongebreidelde” stroom internationale studenten die in Nederland onderwijs willen volgen en zo druk uitoefenen op de woningmarkt. Zonder mijn ogen te sluiten voor die druk, mogen we er trots op zijn dat slimme mensen van over de hele wereld, ook uit Afrika, ons hoger onderwijs heel erg aantrekkelijk vinden’, zei ze. Bovendien is het goed nieuws gezien de structurele krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt én belangrijk dat Nederlandse studenten met een diverse internationale studentengroep kennis maakt om hen zo voor te bereiden op de banen van de toekomst, besloot Ottow.

Opeenstapeling van problemen

Van de 54 landen waaruit Afrika bestaat, is het moeilijk er twee te vinden die hetzelfde zijn, begon Motlanthe zijn lezing. Maar wat de meeste landen gemeen hebben, is een koloniale geschiedenis en een opeenstapeling van problemen daarna. Grootschalige ontwikkelingsprogramma’s zoals ‘Agenda 2063: The Africa We Want’ van de Afrikaanse Unie en de Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties bieden een raamwerk voor inclusieve en duurzame ontwikkeling in Afrika. Maar om die te bereiken moeten allerlei factoren nog op orde komen, benadrukte Motlanthe. Democratisch bestuur, politieke wil en ethisch leiderschap zijn nodig om een land goed te regeren. ‘Maar echte verandering kan pas slagen als mensen zelf kunnen beslissen over en deelnemen aan hun politieke, sociale en economische ontwikkeling.’  

Eerlijke partnerschappen

Over die economische ontwikkeling zei Motlanthe dat veel Afrikaanse landen zich in een achtergestelde positie bevinden: ze exporteren vaak alleen maar grondstoffen, terwijl waardetoevoeging op producten veelal buíten het continent plaatsvindt. Om echt vooruitgang te boeken zijn eerlijke partnerschappen nodig, stelde hij. Het partnerschap tussen de EU en de SADC, het verband voor regionale economische samenwerking tussen landen in Zuidelijk Afrika, noemde hij daar een slecht voorbeeld van. Recent werd een zaak over importtarieven ten nadele van de SADC en in het voordeel van de EU beslecht. Zo werd de oude machtsrelatie bestendigd en een oneerlijk precedent voor toekomstige zaken geschapen. ‘Een partnerschap tussen ongelijken’, omschreef Motlanthe het.

‘Blauwe economie’

Daarentegen noemde hij de Afrikaanse Continentale Vrijhandelszone (AfCFTA) een belangrijke stimulans voor de handel binnen Afrika. Om de AfCFTA te laten slagen, zijn industrialisatie en economische transformatie nodig. Sectoren met potentie zijn volgens Motlanthe de farmaceutische industrie, katoen en kleding, de autoindustrie, en babyvoeding. Ook infrastructurele projecten zijn belangrijk, maar leiden niet vanzelf tot verdere economische ontwikkeling. Hierin zou Afrika kunnen leren van Latijns Amerika en Azië, waar het verbeteren van landbouwproductiviteit van kleinschalige boeren het verschil heeft gemaakt. ‘Hoewel Afrika de thuisbasis is van 60% van ’s werelds onbebouwde landbouwgrond, is het nog altijd een netto-importeur van voedsel’, onderstreepte hij. Het wegnemen van handelsbelemmeringen, een groene industriële ontwikkeling en een ‘blauwe economie’, waarbij Afrikaanse landen zorg dragen voor de omringende oceanen, kunnen bijdragen aan economische vooruitgang.

Luisteren naar jongeren

Daarbij is het essentieel te luisteren naar jongeren in Afrika: zij zijn Afrika’s grootste hulpbron, aldus Motlanthe. ‘Hun ideeën moeten we benutten. Door onderwijs neemt ongelijkheid af, en we moeten flink investeren in jonge ondernemers.’
Jongeren kwamen tijdens de Q&A na zijn lezing ruimschoots aan het woord. Studenten stelden vragen over een gemeenschappelijke Afrikaanse identiteit, de rol van Afrikaanse landen als bemiddelaar in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, en de macht van de dollar. Daarbij nam Motlanthe uitgebreid de tijd om de studenten te beantwoorden.

Foto's: Patrice Borger

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.