Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Religious Studies (MA)

De familie Van der Loon heeft al meer dan honderd jaar banden met Japan én de Universiteit Leiden

Ruim een eeuw geleden vertrok de overgrootvader van Alexandra Elroy naar Japan, waar haar grootmoeder werd geboren. Samen met haar moeder Maaike van der Loon haalt ze herinneringen op aan haar familiegeschiedenis, waar de studies Japans en Chinees als een rode draad doorheen lopen.

J.B. Snellen
J.B. Snellen

Voor overgrootvader J.B. Snellen, dan 28, begint het Japanse avontuur in 1921. Samen met zijn piepjonge vrouw, de net achttienjarige Minnie Charlotte Schilperoort, verruilt hij Nederland voor een bestaan als tolk in Japan. ‘Hij zat aanvankelijk bij de marine, maar daar werd vanaf 1918 een periode van defaitisme ingezet’, vertelt Van der Loon aan haar eettafel vol fotoboeken en paperassen van haar grootvader.

Het idee dat Nederland de strijd maar beter bij voorbaat kon opgeven, demotiveert Snellen zo sterk dat hij zijn baan in 1918 opzegt om Japans te gaan studeren aan de Universiteit Leiden. Van der Loon: ‘Zijn moeder heeft nog een schuld van 1400 gulden moeten betalen, omdat hij een militaire opleiding had gevolgd waar hij nu niets meer mee zou doen, maar hij wilde de wereld in.’

Waarschuwingen aan Nederland

Eenmaal in Japan vinden de Snellens snel hun draai. Het gezin wordt opeenvolgend uitgebreid met dochter Minnie en zoons Jan en Willem. Moeder Minnie, een fanatieke hobbyfotograaf, legt hen tientallen keren vast. Snellen werkt ondertussen als tolk derde klasse en gezantssecretaris, tot de ex-marinier meer dan dertienduizend kilometer van huis opnieuw tegen het defaitisme van de Nederlandse strijdkrachten aanloopt. ‘Toen Japan in de jaren dertig zijn militaire slagkracht begon uit te breiden, heeft hij allerlei geschriften gepubliceerd waarin hij beschreef hoe de militaire krachten werden opgebouwd en welke troepenbewegingen er waren’, vertelt Van der Loon. ‘Dat werd hem heel erg kwalijk genomen door de marine. Dergelijke teksten pasten niet bij de Nederlandse pacifistische mentaliteit van dat moment.’

Snellen laat zich niet afschrikken door de afkeurende reacties. Integendeel, voor zijn volgende werk zoekt hij het dichter bij zijn moederland. In het boekje ‘Nederlandse Zeemogendheid’ beschrijft hij precies wat de Nederlandse marine zou moeten doen om het hoofd te kunnen bieden aan de Duitse en Japanse troepenbewegingen. Van der Loon: ‘Daardoor weet ik nu precies hoe ik een marine zou moeten opbouwen, tot aan de aandelen die ik zou moeten kopen aan toe.’

Hoewel de marine opnieuw niets doet met zijn aanbevelingen, laat Snellen begin 1940 zijn vrouw en dochter achter in Japan, waar Minnie in maart eindexamen zal doen. Zelf gaat hij weer bij de Nederlandse marine. ‘Hij wist wel dat het niets zou worden, maar hij vond dat hij moest doen wat hij kon’, vertelt Van der Loon. ‘Toen Nederland capituleerde, heeft hij zich van het leven beroofd. Dat werd een gigantische schande gevonden, waar heel lang niet over is gesproken in de familie. Ik heb zelf het volledige verhaal pas gehoord toen ik er als volwassene mijn moeder naar heb gevraagd.’

Dochter Minnie
Dochter Minnie

Oorlogstijd in Oegstgeest

Snellens dochter Minnie en zijn vrouw zijn op dat moment via Vancouver en New York onderweg naar Nederland, waar de twee zonen uit het gezin in een pleeggezin zitten. ‘Het Japanse onderwijs was voor jongens heel militaristisch, vandaar dat zij op hun twaalfde naar Nederland waren gestuurd, terwijl Minnie naar een Japanse school ging’, vertelt Van der Loon.

Na een ingewikkelde tocht door Europa in oorlogstijd belandt het gezin uiteindelijk in Oegstgeest, waar Minnie ontdekt dat haar in Japan behaalde diploma in Nederland niet geldig is. Twee jaar lang fietst ze heen en weer naar Den Haag om zich voor te bereiden op een Nederlands staatsexamen. ‘Mijn moeder was heel intellectueel, die vond dat prachtig’, vertelt Van der Loon. ‘Toen ze eenmaal Latijn en Grieks had geleerd, schreef ze zelfs haar Sinterklaasgedichten volgens het metrum dat de dichters uit die culturen gebruikten.’

Van Leiden naar het Verenigd Koninkrijk

Ook zij kiest uiteindelijk voor een studie Chinees met als bijvak Japans in Leiden. Van der Loon: ‘Als ze een stuk Japans moest vertalen in college, maande de docent haar soms om te stoppen, omdat hij het vanaf daar zelf niet meer had voorbereid. Zij kon dat door haar tweetaligheid natuurlijk heel goed.’

Het is in Leiden dat Minnie sinologiestudent Piet van der Loon leert kennen. Samen vertrekken ze na de oorlog naar Engeland om in Cambridge de faculteit Chinees op te zetten. Later wordt Van der Loon in Oxford hoogleraar. ‘Mijn moeder had zelf ook wel hoogleraar kunnen worden, maar in die tijd werd je dan vooral de vrouw van de hoogleraar’, vertelt Van der Loon. ‘Ze had mijn zus en mij ook om voor te zorgen, natuurlijk, maar ze was altijd heel betrokken bij zijn werk. Ze typte veel voor hem uit en ze kon prachtig kalligraferen.’

Voor Van der Loon en haar zus is al die aandacht voor het Chinees weleens wat veel. ‘Onze vakantie werd gepland rond het grote sinologiecongres dat in de zomers werd georganiseerd’, herinnert ze zich. ‘Ik ben zelf uiteindelijk pedagogiek gaan studeren, weliswaar aan de Universiteit Leiden, maar dat was vooral omdat ik niet wist dat er zoiets als een hogeschool bestond. Toen mijn eigen kinderen groter werden, heb ik alsnog pabo gedaan. Ik heb tot mijn pensioen met veel plezier voor de klas gestaan.’

In de voetsporen van oma

Kleindochter Alexandra Elroy, een van Van der Loons drie dochters, raakt wel gegrepen door Japan. ‘Ik vond de Japanse prenten en kakemono (oprolbare schildering of kalligrafie, red.) die bij mijn oma aan de muur hingen altijd heel mooi’, vertelt ze. ‘Mijn oma las ook vaak het Japanse sprookje ‘Momotaro-san’ voor, over een heldhaftig jongetje dat wordt geboren uit een perzik.’ Van der Loon: ‘Alexandra en mijn moeder gingen weleens naar het bos om dat sprookje na te spelen.’

Ook later blijft Elroy interesse hebben in theater. Ze is de oprichter van een Engelstalige toneelgroep en heeft als puber interesse in cosplay. ‘Ik vond het daardoor op de middelbare school weleens moeilijk om vrienden te vinden’, zegt ze. ‘Ik werd gezien als wat apart of raar, maar juist doordat Japans zo’n gespecialiseerde opleiding was, vond ik daar wel gelijkgestemde mensen. Zeker in de tijd dat ik het studeerde, was er heel veel interesse in allerlei subculturen. Veel van de studenten konden zich daar erg in vinden. En het was natuurlijk fantastisch om een jaar naar Japan te kunnen gaan.’

Elroy verblijft gedurende dat jaar in een andere regio dan haar oma, maar ze komt ook een aantal keer in Tokio. ‘Het was heel bijzonder om daar rond te lopen en te zien waar zij geweest moet zijn, al ben ik de meeste gebouwen niet in geweest. Mijn zus Fiona is er beter in om dat soort dingen te regelen’.

Van der Loon: ‘Ik ben met Fiona naar Japan geweest. Toen hebben we inderdaad allerlei plekken uit het leven van mijn moeder bezocht, waaronder haar middelbare school. Daar werden we als koninginnen ontvangen: ze hadden zelfs haar oude schoolwerk gevonden, net als foto’s van de eindexamenceremonie die zij zelf nooit heeft gezien, omdat ze toen al was vertrokken naar Nederland. Ik heb toen ook een paar gedichten gekregen die mijn moeder heeft geschreven. Een van de uitwisselingsstudenten die bij Alexandra woonde, heeft die voor mij gekalligrafeerd. Wat ik heel bijzonder vond, was dat ik overal dacht mijn moeder te zien. Veel vrouwen daar hadden dezelfde houding en motoriek als zij.’

Volgende generatie

Elroy: ‘Na mijn studie heb ik een tijd als vertaler en culturele tekstschrijver gewerkt. In die tijd hadden we inderdaad weleens uitwisselingstudenten in huis. Tijdens corona werd dat zzp-bestaan me met twee jonge kinderen te onzeker. Omdat ik tweetalig ben opgevoed en ik heel erg van literatuur houd, heb ik besloten om docent Engels te worden. Ik geef nu met veel plezier les op een middelbare Vrije School, al doe ik af en toe ook nog wel een klein lesje Japanse taal en cultuur met mijn leerlingen.’

Ook haar eigen twee dochters wil Elroy kennis laten maken met Japan. ‘Ze houden van Aziatisch eten en kennen wat Japanse woordjes. De oudste herinnert zich onze laatste uitwisselingsstudent ook nog goed. Over een paar jaar zouden we als gezin naar Japan willen, zodat ik ze al die plekken vol herinneringen kan laten zien.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.