Universiteit Leiden

nl en

De man van het Literair Café

Welke Leidse geesteswetenschapper kent hem niet, ‘de man van het Literair Café’? Sema Hacivelioġlu werkt nu al bijna 30 jaar bij de Universiteit Leiden, waarvan de laatste tien jaar in het Lipsius. “Al vanaf mijn 12e werk ik in de horeca. Toen woonde ik nog in Turkije; op mijn 22e ben ik naar Nederland gegaan. Hier ben ik doorgegaan met werken in de keuken. Ik heb eerst nog gewerkt op een andere locatie van de universiteit, maar het Literair Café vind ik toch het leukste.”

Gesprekjes in het Literair Café

Sema glimlacht en zegt dat hij altijd geniet van gesprekjes met studenten en medewerkers. “Elk semester lijkt op elkaar, maar toch zijn er telkens nieuwe gezichten, die je bijvoorbeeld moet leren dat je koffie in een glazen kopje alleen binnen het Literair Café mag drinken. Maar de gesprekjes zijn altijd leuk.”

Graag vertelt hij over zijn meest bijzondere ontmoeting in het Literair Café: “een tijdje geleden zag ik een meisje en ik vroeg haar waar zij vandaan kwam. Ze noemde de Turkse regio waar mijn familie vandaan komt en ze vertelde ook over het dorp waar zij gewoond had. Ik vroeg haar of ze toevallig ‘die en die’ kende…” Het bleken de ouders van het meisje te zijn, die Sema zich nog goed kon herinneren van vroeger.

Een eigen richting in het nu

Of er dingen zijn in het komende academisch jaar waar hij naar uitziet? “We wachten maar af, ik leef in het moment. Ik bekijk altijd alles van dag tot dag, je moet niet van tevoren alles al uitgedacht hebben. Ik weet dat dat voor veel studenten anders is, maar dat is ook prima; iedereen moet zijn eigen richting zoeken.”

Eenmaal daags: koffie van Sema

Hij spreekt met voelbare trots over ‘zijn’ café en heeft dan ook zeker nog een advies voor toekomstige studenten: “ja, kom iedere dag maar koffie drinken, dat is leuk! Alles wat ik verkoop, is lekker.” Hij geeft toe dat iedereen natuurlijk een eigen smaak heeft, “maar er is voor ieder wat wils.”

Wel vindt hij het jammer dat hij niet de vrijheid heeft om te beslissen wat er elke dag precies op het menu staat. “Dat wordt nou eenmaal bepaald door de universiteit; iedere locatie moet dezelfde producten aanbieden. Als ik wat jonger zou zijn geweest – ik word volgend jaar 60 – dan zou ik het liefste een eigen koffiespeciaalzaakje beginnen, waarin ik zelf alles kan bepalen. Ik heb nog fantasie genoeg!” En tevreden neemt hij nog een slok van zijn koffie verkeerd; “mijn lievelingskoffie”, vertrouwt hij toe.


(Tekst: Esther van Haren)

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie