Universiteit Leiden

nl en

Een terugblik op het ‘ Living in a wetland landscape symposium’

Aan het einde van het academisch jaar kijken we met plezier terug op de symposia, conferenties en evenementen die de afgelopen maanden in onze faculteit hebben plaatsgevonden. Een van deze symposia markeerde de afsluiting van het vijf jaar durende onderzoeksproject ‘Putting life into Late Neolithic houses: investigating domestic craft and subsistence activities through experiments and material analysis’. Op vrijdag 13 Maart, kwam een groep van ongeveer 200 mensen samen in de Reuvenshal en online om de afronding van dit onderzoeksproject onder leiding van Annelou van Gijn te vieren.

Annelou van Gijn

Het einde van een tijdperk

Om de afronding van het project te vieren, organiseerde het team een ​​symposium. Met een vol programma ging het symposium van start. Al het onderzoek en de resultaten van de afgelopen vijf jaar werden gepresenteerd in presentaties van 30 minuten en de dag werd afgesloten met een discussie.

Samen schetsten de onderzoekers een beeld van het landschap, de voedingsgewoonten, de werktuigen en ambachten, de vegetatie en de woningen van de mensen van de laat-neolithische Vlaardingencultuur. Het begon met een introductie van het project door Annelou van Gijn en Jeroen ter Brugge, voorzitter van Masamuda in Vlaardingen. Dit is het archeologisch educatief centrum waar de laat-neolithische huisreconstructie zich bevindt, dat de focus vormde van het project.

Lucy Kubiak-Martens

Visschubben en melk

Lucy Kubiak-Martens presenteerde haar en haar collega's onderzoek naar de culinaire praktijken in West-Nederland tijdens het Neolithicum. Ze legde uit hoe de aanwezigheid van bijvoorbeeld visschubben en vetten van herkauwers in kookpotten verschillende kookrecepten aantoonde: op de oeverwallen bereidden ze vis met prei, in de duinen granen met melk.

Een leerbewerkingsindustrie?

Het onderzoek van Annelou van Gijn en haar collega's en studenten naar de microscopische slijtagesporen op werktuigen van vuursteen, steen, been en gewei liet zien welke ambachtelijke activiteiten men vroeger uitvoerde. Op de oeverwallen maakten mensen gereedschap van bot, spleten ze plantaardig materiaal om visvallen te maken en gebruikten ze benen priemen om manden te maken  met de spiraalvlechttechniek. In het gebied van de kustduinen werd een grote hoeveelheid huiden schoongemaakt en bewerkt, waarschijnlijk veel meer dan de lokale bevolking nodig had.

Lasse van den Dikkenberg was als promovendus betrokken bij het project en verdedigde onlangs op proefschrift over de objectbiografieën van de vuursteenvondsten van de Vlaardingencultuur. Zijn onderzoek toonde aan dat het vuursteen dat in deze kustnederzettingen werd gebruikt niet lokaal was, maar op de een of andere manier vanuit het zuiden was aangevoerd. Door deze bevindingen te combineren met de gebruikssporen die wijzen op grootschalige huidenproductie, opperde hij de hypothese dat dit overschot aan huiden mogelijk werd geruild voor vuursteen uit het zuiden. Mensen moeten dus zeer mobiel zijn geweest. Gewapend met deze informatie bouwden de vrijwilligers van het Masamuda-centrum een ​​dug-out kano, uitsluitend met steentijd-gereedschap.

Het maken van de kano in Masamuda
Leo Wolterbeek

(Pre)historische competentie en moderne incompetentie

De discussie aan het einde van de dag trok ook een enthousiast publiek. Onder leiding van Luc Amkreutz kon het publiek nu hun gedachten en theorieën uitwisselen en op elkaar voortbouwen.

Uit het publiek kwam een vraag gericht aan Leo Wolterbeek: ‘Als meesterbouwer bij veel van deze projecten; moet iedereen die hierbij betrokken is over een bepaald niveau van kennis en vaardigheid beschikken, of is één ervaren meester voldoende?’

Leo is van mening dat je als klein hummeltje spelenderwijs al leert mee doen en dat de benodigde kennis en vaardigheden helemaal eigengemaakt zouden zijn tegen de tijd dat men volwassen werd. Leo en de student zijn het erover eens dat dit niet vergelijkbaar is met bijvoorbeeld vuursteenbewerking wat veel gespecialiseerder is.

Bachelor student Lucas Colbers stelt een vraag aan Leo tijdens de discussie

Diederik Pomstra, die ook in het publiek zat, mengt zich in het gesprek: ‘ik vind het natuurlijk leuk om te horen dat mensen denken dat vuursteenbewerking zo’n gespecialiseerd vak is.’ Maar volgens hem zijn de vondsten uit Vlaardingen echt niet zo bijzonder: ‘iedereen zou die werktuigen kunnen maken. We moeten niet onderschatten hoe incompetent wij zijn.’ Deze opmerking werd met gelach en instemming ontvangen door het publiek.

De discussie ging vervolgens verder over hoeveel materiaal er daadwerkelijk nodig is om vuursteenbewerking te leren, hoe belangrijk een goede leraar is en hoelang het zou duren om verschillende mijlpalen te bereiken.

Afsluitende woorden

Annelou sloot de dag af met een dankwoord aan de mensen die aan het project hadden gewerkt, aan degenen die hadden geholpen bij de organisatie van het symposium en aan iedereen die aanwezig was. Haar woorden werden beantwoord met instemmend gefluit en applaus.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.