Jan Kolen sluit zijn decanaat bij archeologie af: 'het hoort bij de functie'
Na 7,5 jaar neemt Jan Kolen afscheid als decaan van de Faculteit Archeologie. Voor hem voelt het niet als een dramatisch moment. ‘Het hoort bij de functie: je geeft het stokje door aan een ander.’ Lachend voegt hij toe: ‘En ik blijf gewoon aan de faculteit gebonden, dus het is geen afscheid.’
Terugblik: een leerzame en uitdagende periode
Hoe kijkt Jan Kolen terug op zijn decanaat? ‘Ongemerkt is het snel gegaan. Elke dag was ik met de faculteit bezig. Het was heel leuk om te doen, maar er zaten ook scherpe kantjes aan. Soms moet je beslissingen nemen in het algemeen belang, terwijl je weet dat ze tegen het gevoel van een groep ingaan. Dat hoort bij de uitdagingen van een decanaat.’
De rol gaf hem een uniek inzicht in het vakgebied: ‘Ik heb in de breedte meer geleerd over archeologie en van mijn collega’s dan tijdens mijn studie en onderzoekswerk. Je ziet hoe breed en rijk ons onderzoek is. Van jonge mensen die waanzinnige onderzoeken doen tot de vertaling daarvan naar onderwijs.’
Interdisciplinariteit als kracht
Kolen benadrukt hoe belangrijk samenwerking is: ‘Archeologie is per definitie interdisciplinair. Dat maakt ons als faculteit sterk, ook internationaal. We staan niet voor niets al zo lang zo hoog in internationale rankings.’ Hij ziet een grote bereidheid tot samenwerking: ‘Bij projecten zie je dat collega’s van verschillende departementen elkaar opzoeken. Toch geven departementen soms een beeld van hokjes, terwijl we juist in de breedte werken. Misschien moeten we daar als faculteit nog meer op ingericht worden.’
Veranderingen in het vakgebied
Tijdens zijn decanaat zag hij het vakgebied veranderen: ‘De natuurwetenschappen zijn nog belangrijker geworden in de archeologie. Dat bleek niet onverenigbaar met sociaal- en geesteswetenschappelijke benaderingen, maar juist complementair. Heel lang werd gedacht dat vernieuwing vooral uit theorievorming zou komen. Nu wordt duidelijk dat veel vernieuwing uit natuurwetenschappelijke toepassingen komt.’
Ook de cultuur binnen het vakgebied veranderde: ‘Twintig jaar geleden was archeologie het domein van stoere geologen en avonturiers. Dat beeld is verschoven naar een cultuur die meer bij deze tijd past, net als in andere wetenschappen: scherp kijken naar gedrag en waarden van de gemeenschap.’
Vooruitblik: vertrouwen in opvolger
Over zijn opvolger, Alex Geurds, is Kolen positief: ‘Hij heeft een brede visie, is rustig en analytisch sterk. Dat is belangrijk voor een decaan. Hij heeft de cultuurverandering meegemaakt en zal geen breuk maken met het verleden, maar een logische voortzetting bieden.’ Ook geeft hij een waarschuwing mee: ‘Het enorme succes in het binnenhalen van onderzoekssubsidies van de afgelopen jaren zal niet makkelijk herhaald worden, omdat de onderzoekers die grote projecten hebben binnengehaald, daar in de nabije toekomst druk mee zullen zijn. Het accent zal meer moeten liggen op jonge onderzoekers en Veni-subsidies. In het onderwijs valt ook veel te winnen.’
Wat brengt de toekomst voor Jan Kolen?
Zijn agenda voor het komende jaar is goed gevuld: ‘Meer onderwijs! Bachelor-, master- en researchmastercursussen, scriptiebegeleiding, en promovendi naar de eindstreep helpen.’ Daarnaast start hij het grote onderzoeksproject Traumascapes: ‘We gaan kijken naar landschappen die verbonden zijn met collectieve trauma’s: voormalige concentratiekampen, Molukse woonoorden, maar ook het aardbevingslandschap van Groningen. Het is niet altijd een leuk onderwerp, maar wel fascinerend en belangrijk.’