Universiteit Leiden

nl en
Studentenwebsite Arts and Culture (MA)
De Oudegracht in Utrecht

Middeleeuwse kennis voor moderne stedenbouw

In zijn promotieonderzoek ontwikkelde historisch geograaf Marcel IJsselstijn een nieuwe aanpak om de stedenbouwkundige ontwikkeling van middeleeuwse steden beter te begrijpen. Hij hoopt hiermee archeologen, stedenbouwkundigen en ontwerpers te helpen bij hedendaagse vraagstukken. ‘Risico’s zijn met deze methode beter in te schatten.’

Het oude model voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad

De promovendus onderzocht in zijn proefschrift (verdediging 4 juni) hoe middeleeuwse steden ontstonden en zich ruimtelijk ontwikkelden. Lange tijd werd gedacht dat er grofweg twee soorten steden waren: strak geplande steden die van bovenaf werden ontwikkeld door machthebbers, en steden die juist langzaam, ‘organisch’ groeiden van onderop. Die tweedeling is te simpel. ‘Het model is krachtig omdat het eenvoudig is, maar het doet geen recht aan de complexiteit van hoe steden daadwerkelijk ontstonden,’ zegt IJsselstijn.

Hoe gebruiken mensen de ruimte?

Zijn nieuwe model begint daarom niet met de ruimtelijke vormen, maar met de mensen die de stad ontwikkelden. Wie waren zij en welke functies wilden zij een plek geven? Welke activiteiten moesten worden geconcentreerd? Economische functies speelden een zeer belangrijke rol, maar ook religieuze, bestuurlijke en defensieve functies beïnvloedden de ruimtelijke ontwikkeling.

‘Kerken, kloosters, markten, havens, stadhuizen en verdedigingswerken hadden allemaal invloed op de manier waarop een stad groeide. Als geograaf gaat het mij uiteindelijk om de vraag: hoe gebruiken mensen ruimte, en hoe beïnvloedt die ruimte menselijk gedrag?’

Het nieuwe model voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad

Onderzoek was monnikenwerk

Voor zijn onderzoek analyseerde de historisch geograaf systematisch archeologische gegevens uit Amsterdam, Utrecht en Den Bosch. Daarbij combineerde hij de archeologische gegevens met historische kaarten, geschreven bronnen en fysisch-geografisch onderzoek. De verzamelde informatie vertaalde hij vervolgens naar nieuwe kaartbeelden die hij zelf tekende. ‘Echt monnikenwerk’, lacht IJsselstijn.

Zijn fascinatie voor de middeleeuwse stad ontstond tijdens zijn studietijd. ‘Ik kom uit Rotterdam, een hele moderne stad zonder historisch centrum. Toen ik in Utrecht ging studeren, verwonderde ik mij over de historische binnenstad met zijn grachten en kerken. Hoe bijzonder is het dat je rondloopt op plekken waar al meer dan duizend jaar mensen wonen en leven.’

Anders dan in Utrecht heeft de middeleeuwse stad Atrecht zich niet ontwikkeld vanuit de Romeinse kern, maar ten oosten ervan, rond de rivier.
Anders dan in Utrecht heeft de middeleeuwse stad Atrecht zich niet ontwikkeld vanuit de Romeinse kern, maar ten oosten ervan, rond de rivier.

Overzicht ontbreekt

In 2014 kreeg hij via een NWO-beurs de kans om vijf jaar lang promotieonderzoek in Leiden te doen. De vraag die hem al die jaren bleef bezighouden: ‘Waarom wordt de enorme hoeveelheid archeologische kennis over steden zo weinig samengebracht? Archeologen doen opgravingen, publiceren rapporten en genereren ontzettend veel kennis. Maar vaak ontbreekt het aan overzicht en synthese. Er wordt van het ene project naar het andere gegaan, maar men komt te weinig toe aan het met elkaar in verband brengen van alle informatie.’

Inmiddels werkt IJsselstijn bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij voltooide zijn proefschrift naast zijn baan en gezinsleven. ‘Het voelde als een academische marathon. Je weet dat je aan iets zwaars begint, maar niet hoe zwaar het daadwerkelijk wordt en of je de finish haalt.’

Willen weten wat er in de grond zit

Maar de finish is gehaald. Volgens IJsselstijn zit de waarde van zijn model niet alleen in historische kennis, maar ook in praktische toepassingen voor vandaag. Gemeenten kunnen de kaarten bijvoorbeeld gebruiken om archeologische onderzoeksagenda’s en verwachtingskaarten te verfijnen. Dat helpt bij bouwprojecten in historische binnensteden. ‘Als iemand in een binnenstad wil bouwen, wil je vooraf zo goed mogelijk weten wat er in de grond zit. Risico’s zijn met deze methode beter in te schatten.’  

Daarnaast hoopt hij dat stedenbouwkundigen en ontwerpers kennis en inspiratie halen uit het verleden. ‘Middeleeuwse stedenbouwers maakten vaak slim gebruik van het bestaande landschap. Dat vind ik mooi. Ik wissel daarover graag van gedachten en hoop dat mijn kennis over het verleden kan bijdragen aan oplossingen voor hedendaagse ruimtelijke vraagstukken.

Promoties kunnen worden bijgewoond in het Academiegebouw. Je kunt ook de livestream bekijken.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.