Technologie moet het onderwijs dienen, niet andersom
Wat kan AI betekenen voor het onderwijs? Is de technologie een hype of biedt het ons hoop? Allebei, zegt hoogleraar Ludo Juurlink in zijn oratie. ‘AI kan voor een revolutie zorgen in het onderwijs. Maar dan moeten we wel in actie komen.’
Technostress noemt Ludo Juurlink het. De hoogleraar Onderwijstechnologie in de Natuurwetenschappen, chemicus van huis uit, lacht. Daarmee bedoelt hij de urgentie om ‘iets met AI in het onderwijs te doen’ omdat die technologie nu eenmaal in onze levens alom vertegenwoordigd is. ‘Je moet het omdraaien. Hoe kan AI technostress verlagen? Dat is een interessante vraag. Ik denk dat het kan. Als we maar blijven kijken naar wat we al geleerd hebben van technologische veranderingen in het verleden.’
De waarom-vraag mist
Het begint met de waarom-vraag, zegt Juurlink. Waarom wil je iets met AI en het onderwijs, welk probleem wil je aanpakken? ‘Deze vragen worden vaak niet gesteld omdat er alleen gekeken wordt naar: wat gaan we doen met technologie? Technologie is de drijver en het onderwijs loopt er achteraan. Dat moet andersom: technologie moet het onderwijs dienen.’
In zijn oratie grijpt Juurlink daarom terug op een bekende discussie uit de jaren ’80 en ’90 tussen Richard Clark en Robert Kozma, twee Amerikaanse wetenschappers op het gebied van onderwijstechnologie en onderwijspsychologie. Clark was van mening dat de media (technologie) altijd ondergeschikt zijn aan de methode als het gaat om onderwijs. Hij vergeleek de methode en de technologie met een medicijn.
Juurlink: ‘Clark zei: Het medium beïnvloedt wellicht de efficiëntie waarmee het medicijn werkt, maar niet het gegeven dat het een specifiek molecuul is dat je beter maakt. Het molecuul was de didactische methode. De verpakking is de technologie, het maakt niet uit of je daar een drankje of een pil voor gebruikt.’
‘Iedereen leert op een andere manier en dus moet AI in onderwijstechnologie ook niet one size fits all zijn, maar moet je het afstemmen op het type student.’
One size fits all werkt niet
Kozma stond hier juist lijnrecht tegenover. Hij was van mening dat media unieke mogelijkheden boden in combinatie met onderwijsmethoden om cognitieve ontwikkeling van leerlingen te stimuleren. ‘In mijn eigen woorden: technologie kan heel goed werken voor de ene student en voor de andere niet. Als je blind bent, heb je niks aan een platte tekst. Alleen als het in braille is kan je er iets mee. Iemand die doof is, heeft niks aan een podcast. Iedereen leert op een andere manier en dus moet AI in onderwijstechnologie ook niet one size fits all zijn, maar moet je het afstemmen op het type student.’
De hoogleraar is bezig met een onderzoeksvoorstel dat hierom draait: chatbots ontwikkelen die studenten echt op de langetermijn gaan helpen. ‘Chatbots die goed in de gaten hebben met wie ze praten en die achter de motivatie van de student komen en hen zo op de beste manier kunnen dienen.’
In een glazen bol kijken is met het onderwerp AI haast onmogelijk, weet Juurlink. ‘Wat ik wel zeker weet is dat we iets moeten met AI in het onderwijs. We zijn moreel verplicht studenten voor te bereiden op een leven waarin ze regelmatig met AI geconfronteerd worden. Daar is haast mee geboden, want studenten worden ook onzeker van AI. Over wat wel en niet mag binnen de universiteit, maar ook als het gaat om de toekomst. Uit onderzoek blijkt dat vier op de tien studenten zich zorgen maakt dat AI de kans op een baan voor hen negatief beïnvloedt.’
Zorgen wegnemen
Het is aan ons om die zorgen weg te nemen, vindt de hoogleraar. En verantwoord met AI ons onderwijs te vernieuwen. ‘AI kan voor een revolutie zorgen, maar dan moeten er wel keuzes worden gemaakt. We moeten in actie komen. Als het aan mij ligt spelen de sociale processen zich in onze gebouwen af en laten we de cognitieve processen buiten de collegezaal plaatsvinden, met hulp van AI.’
De oratie van Ludo Juurlink is op 6 november via een livestream te volgen.