Universiteit Leiden

nl en

Roosters

Opleidingen publiceren hun roosters op Blackboard, in uSis, de e-Studiegids of op deze pagina van de studentenwebsite.

Je rooster kun je vinden door te klikken op het tabblad van je faculteit en van je opleiding. Kun je je rooster daar niet vinden? Neem dan contact op met je studieadviseur of onderwijsadministratie.

Bachelor roosters (schedules) 2017-2018

Print instelling: voor een grotere afbeelding gebruik 'landscape' als optie

  • 1e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls 
  • 1e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde + Wiskunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde + Wiskunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde pdf en xls
  • 2e jaar Sterrenkunde pdf en xls
  • 3e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls
  • 3e jaar Natuurkunde pdf en xls 
  • 3e jaar Sterrenkunde pdf en xls

Tentamenroosters 2017-2018 (incl.studieactiviteit)

1e jaar
2e jaar
3e jaar

 

  • 1e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls
  • 1e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde + Wiskunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde + Wiskunde pdf en xls
  • 2e jaar Natuurkunde pdf en xls
  • 2e jaar Sterrenkunde pdf en xls
  • 3e jaar Natuurkunde + Sterrenkunde pdf en xls
  • 3e jaar Natuurkunde pdf en xls
  • 3e jaar Sterrenkunde pdf en xls

Tentamenroosters 2016-2017 

Bekijk hier de overgangsregeling voor Natuurkunde.

In alle vakbeschrijvingen van de bachelor/masteropleidingen worden ects gebruikt.

In het European Credit Transfer System staat één ects voor ca. 28 uur studie (dit omvat zowel het volgen van onderwijs als zelfstudie).

Naast de studieomvang in ects is in iedere vakbeschrijving wordt ook het niveau van het vak aangegeven, aan de hand van een abstracte categorisering. Hiervoor wordt een Amerikaans systeem met zes categorieën (100 t/m 600) gebruikt.In het eerste jaar van de bacheloropleidingen hebben de vakken een niveau van 100 of 200, in het tweede jaar een niveau van 200 of 300 en in het derde jaar van 300 of 400.

Niveau 100: inleidende cursus, voortbouwend op het niveau van het eindexamen VWO. Kenmerken: onderwijs gebaseerd op stof in handboek of syllabus, didactisch gestructureerd, met oefenstof en proeftentamens; begeleide werkgroepen; accenten in studiestof en voorbeelden in colleges.

Niveau 200: cursus met inleidend karakter, geen specifieke voorkennis maar wel ervaring met zelfstandig studeren. Kenmerken: leerboeken of ander onderwijsmateriaal van min of meer inleidend karakter; colleges bijv. in de vorm van capita selecta, zelfstandige bestudering van de stof wordt voorondersteld. 

Niveau 300: cursus voor gevorderden (ingangseis niveau 100 of 200). Kenmerken: leerboeken die niet speciaal voor onderwijs hoeven te zijn geschreven; zelfstandige bestudering van de tentamenstof; bij tentamens zelfstandige toepassing van de leerstof op nieuwe problemen. 

Niveau 400: gespecialiseerde cursus (ingangseis niveau 200 of 300). Kenmerken: naast een tekstboek gebruik van vakliteratuur (wetenschappelijke artikelen); toetsing (mede) d.m.v. een klein onderzoek, een referaat, of een schriftelijk werkstuk. Cursussen op dit niveau kunnen in zekere mate ook deel uitmaken van het curriculum van de masteropleiding.